Het onderhoud in Trends van 6 juni met Jef Tavernier toont eens te meer aan hoe kortzichtig onze politieke wereld is. Al ben ik ervan overtuigd dat Jef Tavernier inzake vermogensbelasting de mening vertolkt van de meerderheid van de Belgen, brengen zijn stellingen geen aarde aan de dijk. Sympathiek, maar dichterlijk naïef. Jammer dat politici die het goed menen niet met hun voeten op aarde staan.
...

Het onderhoud in Trends van 6 juni met Jef Tavernier toont eens te meer aan hoe kortzichtig onze politieke wereld is. Al ben ik ervan overtuigd dat Jef Tavernier inzake vermogensbelasting de mening vertolkt van de meerderheid van de Belgen, brengen zijn stellingen geen aarde aan de dijk. Sympathiek, maar dichterlijk naïef. Jammer dat politici die het goed menen niet met hun voeten op aarde staan. Vooraleer men eraan denkt de rijken te laten betalen, is het geraden zich af te vragen wie al dan niet rijk is. Op zowat alle niveaus van onze samenleving geldt de maatstaf dat alleen zij die meer hebben rijk zijn. Met andere woorden, niemand aanvaardt te worden belast indien degenen die rijker zijn dan hij niet eerst worden aangepakt.Laten we even een paar rekensommetjes maken. Het patrimonium van de Belgen wordt afgerond op zo'n 30.000 miljard geschat. Indien we uitgaan van de veronderstelling dat er in het totaal 2,5 miljoen gezinnen zouden zijn, dan zou elk gezin gemiddeld zo'n 12 miljoen rijk zijn. We weten dat de rijkdom niet evenredig verdeeld is. Volgens Vilfredo Pareto, een Italiaans economist van de negentiende eeuw, zou 80 % van de rijkdom in handen zijn van 20 % van de mensen. De 80/20-regel is trouwens van toepassing in vele andere gebieden. Passen we de 80/20-regel toe op de Belgische rijkdom, dan zou het gemiddelde patrimonium van zo'n 500.000 families in België 48 miljoen bedragen, 100.000 families zouden gemiddeld 192 miljoen hebben, 20.000 families 768 miljoen, en zo verder. In het totaal zouden deze laatste 20.000 families (minder dan 1 % van het totaal) nog altijd 51 % van de Belgische rijkdom bezitten.Wat is er van al die rijkdom bekend ? Niet veel. Al het onroerend goed in België gelegen heeft weliswaar een meester (particulier of onderneming), maar alle eigenaars zijn geen Belgische belastingbetalers. Structureel wordt het probleem opgelost door het eigendom te belasten, niet de particulier die erachter schuilt. Niemand kan dus ontsnappen. Rechtvaardig maar niet efficiënt, want de vastgoedsector zou die aderlating kunnen missen.Voor de roerende goederen ligt het enigszins anders. Roerende goederen kunnen bekomen worden door erfenissen, die in grote mate voor de fiscus ontdoken worden, of door eigen verdienste. Het zijn precies deze laatste (kapitalen van levensverzekeringen en dergelijke), die door de fiscus gekend zijn. Praktisch al deze goederen horen toe aan mensen die geen deel uitmaken van de fameuze 20.000. Ze hebben in hun leven al heel wat belastingen betaald, en zouden nog meer moeten betalen omdat de 20.000 buiten schot zullen blijven zolang er geen structurele aanpak komt. Men zou structureel kunnen optreden, maar alleen een aanpak op Europees vlak zou doeltreffend zijn, op voorwaarde er Zwitserland bij te betrekken. Indien alle Europese banken zouden worden belast op het totaal van alle niet-commerciële deposito's, dan zouden ze deze belasting wel moeten doorrekenen aan al hun kliënten. Naar die soort oplossingen moeten de politici zoeken. Al de rest is demagogisch geknutsel en leidt tot meer ongelijkheid voor de wet. Tenslotte nog iets over het bankgeheim. Denkt de heer Tavernier dat door de opheffing ervan men veel zal te weten komen over de 20.000 ? Hoeveel mensen in België zouden er een paar honderd miljoen op een persoonlijke rekening hebben staan ? Kom, laten we niet dromen. Het geld van de rijksten zit in ingewikkelde juridische constructies die even ondoorzichtig zijn als het oerwoud van de Amazone. Neen, mijnheer Tavernier, meer controle weegt niet op tegen een goed opgevatte burgerzin. Veel mensen zijn bereid om te betalen, maar dan moet het systeem wel rechtvaardig zijn. Zoniet kan ik met zekerheid stellen dat de mensen die het nodig hebben op zijn zachtst uitgedrukt nog lang achter dit begeerde manna zullen mogen fluiten.Jacques Coppen, Hoeilaart