De koopkracht van de Belgische gezinnen stond zowel in 2008 als in 2009 onder druk, zij het om uiteenlopende redenen en met een uiteenlopende impact. In 2008 zorgde de hoge inflatie voor problemen. Het reële nettoloon, veruit de belangrijkste component van de koopkracht van de meeste gezinnen, zakte toen met 1,3 procent, de hardste klap sinds 1993. De nominale loonstijging van 3,1 procent werd volledig weggeveegd door de inflatie.
...

De koopkracht van de Belgische gezinnen stond zowel in 2008 als in 2009 onder druk, zij het om uiteenlopende redenen en met een uiteenlopende impact. In 2008 zorgde de hoge inflatie voor problemen. Het reële nettoloon, veruit de belangrijkste component van de koopkracht van de meeste gezinnen, zakte toen met 1,3 procent, de hardste klap sinds 1993. De nominale loonstijging van 3,1 procent werd volledig weggeveegd door de inflatie. Dit jaar komt de bedreiging voor de koopkracht vooral uit de arbeidsmarkt. Terwijl de inflatie de koopkracht van een groot deel van de bevolking aantast, resulteert de moeilijke situatie op de arbeidsmarkt in harde, geconcentreerde klappen voor de koopkracht. In de eerste helft van het jaar gingen al 44.000 jobs verloren en dat kan nog oplopen tot zo'n 100.000, of een dikke 2 procent van het totale aantal jobs. De toenemende werkloosheid zet normaal ook de loongroei onder druk. Daar is voorlopig weinig van te merken. De lonen ondervonden de jongste kwartalen nog altijd de vertraagde indexeringsimpact van de hoge inflatie van 2008. In combinatie met de snelle afkoeling van de inflatie dit jaar levert dat erg sterke reële loonstijgingen op. De stijging van de reële uurlonen in de industrie versnelde de voorbije maanden tot het hoogste tempo sinds begin jaren tachtig. Het indexeringseffect loopt echter stilaan op z'n laatste benen. De komende kwartalen zal de situatie op de arbeidsmarkt onvermijdelijk de bovenhand nemen, wat zal resulteren in een duidelijk tragere loongroei. Bovendien zal de komende maanden ook de totale inflatie weer boven het stijgingstempo van de gezondheidsindex - die gebruikt wordt voor de automatische loonindexering - kruipen, waardoor het positieve koopkrachteffect van het indexeringsmechanisme terugkeert. De vooruitzichten voor de reële loongroei, en dus ook voor de koopkracht, blijven dan ook vrij mager. Een zware terugval kan allicht vermeden worden - behalve voor de mensen die effectief hun job verliezen - maar een koopkrachtgedreven consumptieherleving zit er niet meteen in. De voorbije 40 jaar is het reële nettoloon niet bijster veel gestegen. De reële loonkosten verdubbelden wel voor de bedrijven in die periode, maar de werknemer moest het stellen met een stijging van 40 procent. Het is de overheid die in die periode met het grootste stuk van de koek aan de haal ging. trends.be Extra zuurstof voor Amerikaanse vastgoedmarkt