Modi heeft zijn glorieuze positie niet alleen aan het succes van zijn partij te danken. Zelfs critici geven toe dat hij vooral door zijn persoonlijkheid aanslaat bij de kiezer. Met zijn mix van energie, charisma en peptalk walst hij over zijn tegenstanders heen. De verkiezingen draaiden in 2019 vooral om het vertrouwen en de trots die de premier uitstraalde. Hij rolt met de spierballen tegenover de eeuwige boeman Pakistan. Hij pleit onbevangen voor eenvoudige projecten, zoals toiletten of gasfornuizen voor de armen. Hij blijft genadeloos op zijn politieke ...

Modi heeft zijn glorieuze positie niet alleen aan het succes van zijn partij te danken. Zelfs critici geven toe dat hij vooral door zijn persoonlijkheid aanslaat bij de kiezer. Met zijn mix van energie, charisma en peptalk walst hij over zijn tegenstanders heen. De verkiezingen draaiden in 2019 vooral om het vertrouwen en de trots die de premier uitstraalde. Hij rolt met de spierballen tegenover de eeuwige boeman Pakistan. Hij pleit onbevangen voor eenvoudige projecten, zoals toiletten of gasfornuizen voor de armen. Hij blijft genadeloos op zijn politieke tegenstanders inhakken. Uit elk van die eigenschappen blijkt een wil om te slagen die de gewone mensen aanspreekt. Als de Indiërs een sterke leider wilden, dan hebben ze die gekregen. De beperkingen voor de BJP tijdens de eerste ambtstermijn van Modi zijn verdwenen. De partij heeft haar meerderheid zien groeien tot 353 van de 545 zetels en heeft daarmee carte blanche. Modi is actief betrokken bij de keuze van ministers en andere functionarissen, niet zozeer op basis van competentie als wel van eerlijkheid, hindoe-nationalistische gezindheid en persoonlijke trouw. In een relatief zwakke regering is de eerste minister onmiskenbaar het machtscentrum. Wat gaat Modi doen met al die macht? Ondanks alle mooie woorden schrok hij in zijn eerste ambtstermijn terug voor grote hervormingen. Los van enkele langverwachte kleine ingrepen in de economie die op zich wel nuttig waren, en een beetje oorlogstaal richting Pakistan, toonde hij weinig doortastendheid. Modi 2.0 treedt kordater op. Tot genoegen van hindoe-nationalistisch rechts maakte hij een einde aan meer dan zeventig jaar grondwettelijke onduidelijkheid door de onrustige deelstaat Jammu en Kasjmir onder rechtstreeks bestuur te plaatsen. Tegelijk werd het politieke leven stilgelegd en een wekenlange blokkade ingesteld voor de 7,5 miljoen bewoners van de Kasjmir-vallei, van wie het merendeel moslim is. Minister van Binnenlandse Zaken Amit Shah drukte ondertussen een pakket wetten door dat de politiebevoegdheid uitbouwde en het openbare toezicht uitholde. Shah heeft ook twijfels over het nut van politiek pluralisme. Hij heeft plannen om nationaal een project in te voeren dat in de deelstaat Assam al is uitgeprobeerd. Die had zijn 32 miljoen inwoners gedwongen om hun Indiase burgerschap te bewijzen. 2 miljoen van hen werden afgekeurd, vooral armen en moslims. Nu de economie van India behoorlijk begint te sputteren, lijkt de nadruk van de regering-Modi op zulke zaken een slechte keuze. Minderheidsgroepen en progressieve intellectuelen vrezen dat India onherroepelijk afglijdt naar totalitarisme. Maar er is zo weinig dat Modi tegenhoudt, dat hij in feite zelf kan bepalen welke richting India uit zal gaan.