WERELD

- Schaal: de 232 miljoen migranten in 2013 maken 3,2 procent van de wereldbevolking uit. Slechts 7 procent van de migranten is vluchteling.
...

- Schaal: de 232 miljoen migranten in 2013 maken 3,2 procent van de wereldbevolking uit. Slechts 7 procent van de migranten is vluchteling. - Groei: in de jaren negentig groeide het aantal migranten jaarlijks met 2 miljoen, in de jaren 2000 was er een jaarlijkse aangroei van 4,6 miljoen. Sinds 2010 daalde de jaarlijkse groei tot 3,6 miljoen door de crisis. · Werk: de werkloosheidsgraad bij de migranten tussen 15 en 64 jaar in de OESO-landen bedroeg 11,6 procent in 2010-2011. · Braindrain: het aantal hooggeschoolde migranten in de OESO-landen steeg in het vorige decennium met 70 procent -- een nooit vertoonde toename. In 137 van de 145 landen waarvan cijfers beschikbaar zijn, ligt de emigratiegraad van hooggeschoolden hoger dan de totale emigratiegraad; in een aantal Afrikaanse landen is er zelfs sprake van een twintigvoud. Dat betekent niet altijd dat het aantal hooggeschoolden in het land van oorsprong daalt. In dichtbevolkte landen als China, India en Indonesië is de stijging van het aantal academici groter dan de uitstroom. Bron: OESO, VN - Evolutie: sinds de jaren negentig is zowel de immigratie als de emigratie van vreemdelingen gestegen, waarbij de immigranten altijd in de meerderheid waren (zie grafiek). In 2011 waren er 138.071 vreemdelingen die immigreerden, tegenover 65.951 vreemdelingen die emigreerden. - Motieven: familiale redenen zijn het belangrijkste motief voor de immigratie van niet-EU-burgers. Van de uitgereikte eersteverblijfstitels in 2011 had 25,6 procent betrekking op gezinsherenigingen met een Belg of een EU-burger, en 16,8 procent op gezinsherenigingen met een niet-EU-burger. Humanitaire redenen zijn goed voor 10,3 procent. Niet-EU-burgers die hier komen werken en studeren krijgen respectievelijk 7,6 en 6,7 procent van de eersteverblijfstitels, vluchtelingen 6 procent. De resterende 27 procent zit in de restcategorie 'andere redenen'. - Populatie: van de 11 miljoen inwoners in België op 1 januari 2012 had 1,17 miljoen een vreemde nationaliteit, of bijna 11 procent. Daarnaast waren er afgerond 887.000 inwoners die als vreemdeling geboren zijn en pas nadien Belg geworden zijn, goed voor 8 procent. - Afkomst inwoners met vreemde nationaliteit: op 1 januari 2012 kwam 66 procent uit de EU-27, en 55 procent uit de EU-15. Italianen (13,7 procent), Fransen (12,8 procent) en Nederlanders (12,1 procent) bezetten de eerste drie plaatsen. Marokkanen waren goed voor 7,4 procent, Polen voor 4,8 procent, Roemenen voor 3,6 procent en Turken voor 3,4 procent. - Afkomst Belg geworden vreemdelingen: in 2011 was 75 procent afkomstig van een niet-Europees land, tegenover 56 procent in 1990. Bron: Jaarverslag Migratie 2012 van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding