François Stroobant heeft zijn hart verloren aan Japan, het land waar hij al acht jaar woont. Vreemd genoeg was het diep in Engeland dat hij het land leerde kennen, toen hij daar na de middelbare school een jaar ging studeren om zich de taal van Shakespeare eigen te maken. "Veel van mijn schoolvrienden daar waren Japanners. Zo ontdekte ik hun fascinerende cultuur", herinnert hij zich. Na een plezierreisje in 1996 volgde een tweede verblijf in het land omdat hij - pas afgestudeerd als licentiaat bestuurskunde aan de IAG-Louvain School of Management - voor een bijkomende opleiding aan de Sophia Universiteit een jaar naar Tokio trok. Tijdens dat jaar specialiseerde hij zich in de Japanse economie en financiën. Ook stortte hij zich op de studie van de Japanse taal. Stroobant had het zo naar zijn zin in het land van de rijzende zon dat hij uiteindelijk besloot om er werk te zoeken.
...

François Stroobant heeft zijn hart verloren aan Japan, het land waar hij al acht jaar woont. Vreemd genoeg was het diep in Engeland dat hij het land leerde kennen, toen hij daar na de middelbare school een jaar ging studeren om zich de taal van Shakespeare eigen te maken. "Veel van mijn schoolvrienden daar waren Japanners. Zo ontdekte ik hun fascinerende cultuur", herinnert hij zich. Na een plezierreisje in 1996 volgde een tweede verblijf in het land omdat hij - pas afgestudeerd als licentiaat bestuurskunde aan de IAG-Louvain School of Management - voor een bijkomende opleiding aan de Sophia Universiteit een jaar naar Tokio trok. Tijdens dat jaar specialiseerde hij zich in de Japanse economie en financiën. Ook stortte hij zich op de studie van de Japanse taal. Stroobant had het zo naar zijn zin in het land van de rijzende zon dat hij uiteindelijk besloot om er werk te zoeken. In 1999 ging hij aan de slag bij Euro-Japan Consulting, een Belgische kmo met zetel in Tokio. Het bedrijf leverde consultancydiensten voor export naar Japan. De jonge Stroobant hielp Belgische ondernemers kansen te creëren op de Japanse markt, die zeer veeleisend is op het gebied van kwaliteit en certificeringsnormen. Als een van zijn projecten citeert hij de ontwikkeling van Manneken, een Japans merk van Belgische wafels. Stroobant deed niet alleen ervaring op in de kmo-sector, hij bouwde ook een groot lokaal netwerk op. Hij ontmoette veel expats en Belgische zakenlui met belangstelling voor Japan, en evenveel Japanse ondernemers die wilden zakendoen met ons landje. Geboeid door de relaties tussen de twee contreien, richtte de jongeman begin 2000 een Belgisch-Japanse vereniging op: Santa Belgica. De vereniging organiseerde culturele en sportieve activiteiten en wilde het contact met Japanners stimuleren. Algauw telde ze 250 leden en ging het aantal activiteiten in stijgende lijn. Het initiatief van Stroobant was de Belgisch-Luxemburgse Kamer van Koophandel in Tokio niet ontgaan. De jonge manager nam er een vrijwillig engagement op en schopte het zelfs tot directeur. In die functie begeleidde hij een reeks commerciële activiteiten. Zo blies hij het Yes-programma ( young executive stay) nieuw leven in, een veertiendaags verblijf op maat voor Belgische en Luxemburgse managers. Einde 2001 verliet Stroobant Euro-Japan Consulting. Hij bleef in Japan, omdat hij de wereldbeker voetbal wilde meemaken die het jaar daarna zou plaatsvinden. Door een onwaarschijnlijk toeval kreeg hij de kans om het voetbalspektakel op een unieke manier mee te maken. Hem werd gevraagd de Belgische aanwezigheid op de wereldbeker te coördineren. "Ons land zat in dezelfde groep als Japan. Dat bood mooie perspectieven voor de Belgische bedrijfswereld", blikt Stroobant terug. Zeven maanden lang had hij zijn handen vol. Hij organiseerde het verblijf van de Rode Duivels, strikte plaatselijke sponsors (waaronder Nissan), was betrokken bij de ticketverkoop en bij twee vriendschappelijke wedstrijden die vóór het eigenlijke toernooi plaatsvonden. Stroobant verzette bergen werk om de komst van de Belgische ploeg voor te bereiden. "Ik herinner me een paar sterke momenten, zoals de persconferentie die ik organiseerde in de Belgische ambassade. Meer dan 200 journalisten kwamen erop af. Heel indrukwekkend." Nog een herinnering aan die periode: de match België-Japan, met een 'diplomatische' uitslag: 2-2. Zodra de wereldbeker erop zat voor onze Duivels, stortte François Stroo-bant zich op een volgende uitdaging. Nog voor het toernooi begon, solliciteerde hij bij Perfetti Van Melle, het bedrijf achter de - in Japan erg populaire - muntjes van het Belgische merk Frisk. Hij wist het zo te regelen dat hij pas na de wereldbeker aan de slag moest. Na een kort verblijf in België om zich in te werken en het bedrijf en zijn producten te leren kennen, trok "Mister Frisk" - zoals hij al in zijn schooltijd werd genoemd - naar de Filippijnen. Perfetti Van Melle, een fami-liebedrijf met Italiaanse roots, had er een kantoor met vijftig medewerkers, maar miste nog een Frisk-verantwoordelijke voor Azië. Samen met de lokale verdelers werd Stroobant verantwoordelijk voor de marketing- en distributiestrategie van het muntsnoepje in die regio. Hij gaf het merk in China en andere sterke markten een stevig zetje. Hij reisde veel voor zijn werk en woonde zelfs een paar maanden in Hongkong. Zo leerde hij ook de andere Aziatische markten beter kennen. Intussen had Perfetti Van Melle nog altijd geen volwaardige vestiging in Japan. In 2006 kocht het bedrijf Chupa Chups, het beroemde Spaanse lollymerk dat ook in Japan op de markt is. Voor Stroobant diende zich een gouden kans aan. In januari 2007 werd hij countrymanager van het bedrijf. Naast Frisk kreeg hij de merken Mentos en Chupa Chups onder zijn hoede. "Boeiend, want in Japan is de markt voor die producten heel specifiek, dynamisch en vernieuwend. De snoepfabrikanten lanceren hier zowat 3000 nieuwe producten per jaar", vertelt Stroobant. Hij kreeg de opdracht om de strategie van de groep aan te passen aan de lokale situatie. Met een marktaandeel van 7,5 procent bezet het bedrijf de vierde plaats in het snoepsegment. Alleen al voor Frisk is de Japanse markt goed voor meer dan de helft van de wereldwijde omzet. In Japan is Frisk het op een na meest verkochte snoepje. Stroobant leidt een team van zes mensen en heeft een gevarieerd takenpakket: "We sturen de verdelers aan, ontwikkelen en bewaken de reclamecampagnes en lossen eventuele logistieke of kwaliteitsproblemen op." En dat is nog niet alles: het team bedenkt ook nieuwe producten voor de Japanse markt, zoals lolly's met groene thee of Mentos Ume (met pruimensmaak). Zijn team levert de ideeën, de Europese R&D-teams werken ze uit en vervolgens komen de producten in Japan op de markt. François Stroobant hanteert een open managementstijl, vindt hij zelf. Hij probeert zijn medewerkers zoveel mogelijk vrijheid te geven, al houdt hij uiteraard een oogje in het zeil. "De Japanse markt is veeleisend, vooral inzake klantenservice." Dat zorgt soms voor vervelende situaties en dwingt hem vaak om tussenbeide te komen in conflicten. Vooral tussen de Japanse distributeurs, die een eigen visie hebben op de markt en de producten, en de Europese brandmanagers, die producten lanceren op wereldschaal. En als er iets is dat Stroobant heeft geleerd, is het wel dat een product moet zijn aangepast aan het land en zijn gewoontes om succes te hebben. Mister Frisk vindt het fijn om pas aangekomen Belgen te laten kennismaken met die tradities. Ook al is hij door tijdgebrek niet meer zo actief in de Belgisch-Luxemburgse Kamer van Koophandel en Santa Belgica, Stroobant blijft als peter beschikbaar voor nieuwkomers. Hij vindt het nog altijd prettig om advies te geven aan Belgen die willen zakendoen met Japan en om België ter plaatse te vertegenwoordigen. Hij kan ook nog altijd bogen op een uitstekend lokaal netwerk. En hij is er best trots op dat hij iets betekent in het Belgisch-Japanse landschap, en vooral dat hij meteen voor Japan durfde te kiezen (hij heeft nooit in België gewerkt). Hij weet nu wat je als zakenman nodig hebt in Japan: veel gaman - geduld en volharding. Zijn vrije tijd spendeert François Stroobant graag in gezinsverband. Hij is getrouwd met een Filippina, met wie hij twee kinderen heeft. Verder speelt hij graag golf, en in de winter gaat hij skiën in de Japanse Alpen. De jonge topmanager is ook een liefhebber van een van de Japanse nationale hobby's: relaxen in de onsen, warmwaterbronnen die een trekpleister zijn voor allerlei thermale kuren. Stroobant is ook een grote fan van de Japanse keuken en gaat graag op zoek naar goede adresjes tussen de 160.000 restaurants in Tokio. Christophe Charlot"Het is belangrijk om goede persoonlijke relaties op te bouwen met de sleutelfiguren in de besluitvorming"