De Wereldbank opende deze maand een vertegenwoordigingskantoor in de Brusselse Europawijk voor de coördinatie van de verschillende financieringsprogramma's voor de heropbouw van de Balkan. De Brit Rory O'Sullivan streek met die opdracht in Brussel neer. Hij heeft het liever over "steun aan Zuidoost-Europa." Het Wereldbankkantoor van de Special Representative of the World Bank Group heet trouwens officieel Office for South East Europe. "Bedrijven kunnen niet bij ons terecht", zegt O'Su...

De Wereldbank opende deze maand een vertegenwoordigingskantoor in de Brusselse Europawijk voor de coördinatie van de verschillende financieringsprogramma's voor de heropbouw van de Balkan. De Brit Rory O'Sullivan streek met die opdracht in Brussel neer. Hij heeft het liever over "steun aan Zuidoost-Europa." Het Wereldbankkantoor van de Special Representative of the World Bank Group heet trouwens officieel Office for South East Europe. "Bedrijven kunnen niet bij ons terecht", zegt O'Sullivan. "Daar bestaan gespecialiseerde EU-programma's voor als Phare en Tacis, of de EBRD, de bank voor de heropbouw van Oost-Europa, of nog de EIB, Europese Investeringsbank in Luxemburg. Wij mobiliseren de fondsen voor de heropbouw, stellen knowhow van de Wereldbank ter beschikking van de Europese Commissie en zorgen voor een goed samenspel tussen de EU, de EBRD en de Oeso met het oog op de integratie van deze regio in het groter Europees geheel." Rory O'Sullivan komt overgevlogen uit Sarajevo, waar hij sedert 1995 de vertegenwoordiger van de Wereldbank in Bosnië was. Met die ervaring lijkt hij de geknipte man voor Brussel. O'Sullivan verwerpt de kritiek dat de ervaring met de heropbouw van Bosnië-Herzegovina niet bemoedigend zou zijn: "In 1996 had Bosnië een bruto binnenlands product van 1,8 miljard dollar, vandaag is dat 5 miljard dollar of een gemiddelde groei van 40% per jaar. In drie jaar daalde de werkloosheid van 80% naar 35%. Ruim 85% van alle overheidsbudgetten wordt opgebracht door Bosnië zélf, de belastingopbrengst is twee miljard Duitse mark; daarmee kunnen viermaal meer sociale voorzieningen gefinancierd worden dan in 1995." Verwijzend naar dit "succes" verwacht O'Sullivan in de komende vijf tot tien jaar een economische expansie in Zuidoost-Europa. "We moeten deze regio snel in Europa opnemen. Het BBP van Griekenland bijvoorbeeld was 25 jaar geleden amper 40% van het Europese gemiddelde, nu bijna 80%. In Zuidoost-Europa schommelt het doorsnee BBP rond 10% van het Europese gemiddelde. Dat zal veranderen."O'Sullivan roept daarom kmo's op alert te zijn en zich strategisch voor te bereiden op deze omwenteling: "Daar is een markt van 55 miljoen mensen met een per capita-inkomen van 2000 dollar, die in een stroomversnelling komt."Landbouwingenieur Rory O'Sullivan begon als privé-consulent in Azië, het Midden-Oosten en West-Afrika. In 1972 stapte hij binnen bij de Wereldbank in Washington. Tot 1990, toen hij zich op Oost-Europa ging toeleggen, hield hij zich bezig met landbouw- en irrigatieproblemen in de drie continenten waar hij voordien privé ook al actief was.O'Sullivan is een geboren optimist, hij verplaatst zich in Brussel uitsluitend met het openbaar vervoer en heeft er alle waardering voor. "Loopt het stroef"? vraagt hij vertwijfeld. "Nooit iets van gemerkt."