Vorige week publiceerde Belgacom zijn jaarverslag. Daarin stond alle informatie over het salaris van gedelegeerd bestuurder Didier Bellens, zoals de code-Lippens dat vraagt. Bellens verdient, opties inbegrepen, 2,19 miljoen euro - en dat is redelijk veel in vergelijking met andere Europese telecomcollega's (zie Trends van 9 maart 2006).
...

Vorige week publiceerde Belgacom zijn jaarverslag. Daarin stond alle informatie over het salaris van gedelegeerd bestuurder Didier Bellens, zoals de code-Lippens dat vraagt. Bellens verdient, opties inbegrepen, 2,19 miljoen euro - en dat is redelijk veel in vergelijking met andere Europese telecomcollega's (zie Trends van 9 maart 2006). Het verslag maakte ook bekend dat de ontslagvergoeding voor Bellens drie jaarsalarissen (zonder opties) bedraagt. Als het niet-concurrentiebeding van een jaar wordt geactiveerd, komt er een jaar bij. Dat betekent in dat laatste geval 6 miljoen euro. De pensioenverplichtingen van bijna 300.000 euro per jaar lopen gewoon door. Bellens wordt dus niet alleen in salaris rijkelijk vergoed, ook in ontslagvergoeding. De internationale trend neigt nochtans naar een beperking van de ontslagvergoedingen. Eén jaarsalaris is de trend. Het stuit immers steeds meer mensen tegen de borst - in de eerste plaats uiteraard de eigen werknemers - dat topmanagers die niet voldoen en ontslagen worden, daarvoor rijkelijk beloond worden. Het meest gebruikte argument voor de hoge ontslagvergoedingen van topmanagers is het feit dat ze niet zomaar elders aan de slag kunnen. Dat argument snijdt maar ten dele hout. Topmanagers hebben zeker een afkoelingsperiode nodig en kunnen zelden een paar maanden na hun ontslag elders aan het werk. Met zo'n riante vergoeding hoeven ze dat uiteraard ook niet. Maar drie of vier jaar buiten strijd zijn ze nooit. Bovendien kan je je met een jaarsalaris van 2 miljoen euro wel even veroorloven aan de kant te gaan staan. Niet zelden hebben deze mensen ook nog een of ander bestuursmandaat dat ook geld in het laatje brengt. En indien dat niet het geval is, is dat het eerste dat ze opnemen. Ook lucratieve consultancy-opdrachten zijn snel versierd. Er pleiten echter twee zaken voor Didier Bellens. Ten eerste leeft hij in België, een land met hoge ontslagvergoedingen. Indien we zijn gegevens in de formule-Claeys gieten, dan komen we tot een opzeggingstermijn van 53 maanden. Nog meer dan de huidige vergoeding. De formule-Claeys is echter vooral geëigend voor 'normale lonen'. Ten tweede is Didier Bellens de CEO van een overheidsbedrijf. Voor overheidsmanagers is een hoge ontslagvergoeding een mooie bescherming tegen de politieke willekeur. Ze moet vermijden dat wanneer er een andere politieke constellatie komt of als de manager te veel tegen politieke schenen schopt (door bijvoorbeeld iets te veel ontslagen door te drukken), de manager vervangen wordt. Belgacom is als beursgenoteerd bedrijf natuurlijk geen zuiver overheidsbedrijf meer, zodat dit argument wel minder zwaar weegt. Tot daar het pro en contra. Heeft Bellens zich een te mooie gouden parachute onderhandeld met toenmalig minister Rik Daems? Het debat kan starten. Corporate governance is goed daarvoor. Het loon en de ontslagvergoeding liggen nu op tafel. Open en bloot. Wij als zakenblad hebben er geen probleem mee om te zeggen dat die ontslagvergoeding te hoog is. Het is unfair tegenover bedienden en kaderleden die een gemiddelde opzegtermijn van een elftal maanden hebben. Bellens moet ondernemen en daar mag hij goed voor betaald worden. Hij moet echter niet rijkelijk betaald worden nadat hij mislukt is. Want mislukkingen zijn geen geld waard. Guido Muelenaer