Een Nederlands bedrijf betaalde bonussen uit aan vestigingen met een piekomzet. Eén filiaal muntte bijzonder uit. De filiaalhouder kreeg een extra schouderklopje omdat hij ook gemiddeld twee uur langer per dag werkte dan zijn collega's. In dezelfde vestiging gingen evenwel ook veel creditnota's de deur uit. Bij doorgewinterde managers slaat dan het alarm aan. Op de duur schakelde de top een bedrijfsrechercheur in. Bleek dat de filiaaldirecteur zo'n grote omzet op papier had opgebouwd, dat hij dagelijks moest overwerken ...

Een Nederlands bedrijf betaalde bonussen uit aan vestigingen met een piekomzet. Eén filiaal muntte bijzonder uit. De filiaalhouder kreeg een extra schouderklopje omdat hij ook gemiddeld twee uur langer per dag werkte dan zijn collega's. In dezelfde vestiging gingen evenwel ook veel creditnota's de deur uit. Bij doorgewinterde managers slaat dan het alarm aan. Op de duur schakelde de top een bedrijfsrechercheur in. Bleek dat de filiaaldirecteur zo'n grote omzet op papier had opgebouwd, dat hij dagelijks moest overwerken om de crediteringen op tijd te kunnen versturen. Hij maakte immers fictieve facturen op naam van bestaande klanten. Toen de vorderingen bijna dertig dagen oud waren, moest hij vlug de creditnota's uitschrijven om te voorkomen dat het hoofdkantoor de klanten zou aanmanen.Zoals zo vaak, wilde de fraudeur te veel. Daardoor ging zijn vestiging in de kijker lopen. De groeiende hebberigheid werd hem fataal. Tal van dergelijke fraudegevallen, spannende afpersingszaken, maar ook bizarre diefstallen door arbeiders, bedienden en vaak ook (hoge) kaderleden krijgen we detailrijk uiteengevouwen in Hoffmanns vertellingen. De verhalen zijn zo uit het bedrijfsleven geplukt door G.H. Hoffmann. In 1962 richtte hij het eerste professionele bureau op als bedrijfsrechercheur in Amsterdam. Momenteel telt het bureau, dat na de pensionering van de stichter door de zoon voortgezet wordt, veertig medewerkers. Ondernemers die dit boek lezen, vertrouwen de dag nadien zelfs hun trouwste medewerker niet meer. Hoffmann wijst erop dat interne bedrijfsfraude zo vaak voorkomt omdat medewerkers te veel vertrouwen genieten en er domweg te weinig doortastende controle gebeurt. Zijn boek lijkt perfect getimed. De jongste tijd wankelt immers één van de laatste bedrijfstaboes: interne fraude. Het begint met het krijgen van een fles Glenfiddich-whisky en het eindigt ermee dat de medewerker onder één hoedje speelt met de leverancier om zelfs niet-geleverde producten te laten factureren. De buit wordt gedeeld. Het taboe werd pas zeer recentelijk doorbroken, nadat Chris Dewulf, de Vlaamse topman van de Nederlandse autofabrikant Nedcar, in een interne nieuwsbrief alarm sloeg over een golf van inbraak, diefstal, drugshandel en zelfs mishandeling en brandstichting. Inmiddels geeft ook hier en daar nog een andere onderneming schoorvoetend toe dat er problemen zijn. Volgens een Britse enquête uit oktober 1998 besteelt de helft van de Britten zijn werkgevers wel eens. G.H. Hoffmann, Hoffmanns vertellingen - Verhalen uit de beroepspraktijk van een bedrijfsrechercheur. Elmar, 180 blz., 690 fr. ISBN 9038907893.LDD