De nieuwe algemene antimisbruikbepaling die onlangs in het kader van de inkomstenbelastingen, maar ook in het kader van de registratie- en successierechten werd ingevoerd, zorgt voor grote commotie. Niemand weet immers met zekerheid, wat wel of niet binnen haar toepassingsveld valt.
...

De nieuwe algemene antimisbruikbepaling die onlangs in het kader van de inkomstenbelastingen, maar ook in het kader van de registratie- en successierechten werd ingevoerd, zorgt voor grote commotie. Niemand weet immers met zekerheid, wat wel of niet binnen haar toepassingsveld valt. Kort gezegd, komt die bepaling erop neer dat de fiscus een rechtshandeling kan negeren wanneer die vrijwel uitsluitend gesteld wordt met het oog op het ontwijken van de inkomstenbelasting (of het registratie- of successierecht). Althans voor zover het handelen van de belastingplichtige strijdig is met de kenbare bedoeling die de wetgever met de betrokken belastingregeling heeft gehad. Dat de nieuwe regeling zoveel commotie veroorzaakt, heeft er ongetwijfeld mee te maken dat zowel de minister van Financiën als de staatssecretaris voor Fraudebestrijding weigeren voorbeelden te geven. Die weigering is geen gril. Zij past in een doelbewuste strategie. De fiscus wil niet in zijn kaarten laten kijken. Daar tegenover staat, dat weinig of geen fiscale adviseurs bereid zijn hun vingers te verbranden door uitspraken over wat nu wel of niet onder de nieuwe antimisbruikbepaling valt. Het gevolg is, dat wilde speculaties opduiken over wat nog wel, of niet meer door de fiscale beugel kan. Zo is bijvoorbeeld de vraag gerezen of handgiften nog wel kunnen. Het geven van een geldsom 'van hand tot hand' heeft als voordeel dat daarop geen schenkingsrechten verschuldigd zijn. En als er voldoende tijd verstrijkt tussen de handgift en het overlijden van de schenker, zijn er ook geen successierechten verschuldigd. Veel, zo niet alle, handgiften worden gedaan met het oog op het ontgaan van de schenkings- en successierechten. Zij hebben dus veelal uitsluitend tot doel de belasting te ontgaan. Maar daarom is er nog geen sprake van 'misbruik'. Zoals gezegd, is daarvoor bovendien vereist dat de bedoeling van de wetgever gefrustreerd wordt. Bij handgiften lijkt er van zo'n frustratie geen sprake te zijn. De wetgever heeft zelf het lot bezegeld van giften die van hand tot hand gebeuren. Hoe zou een handgift zijn bedoeling dan kunnen frustreren? Het verschil tussen verboden belastingontduiking (fraude), toegelaten gebruik en ongewenst misbruik kan misschien nog het best geïllustreerd worden aan de hand van een voorbeeld dat weinig of niets met belastingen te maken heeft. Als ik morgen naar Zuid-Frankrijk rijd via de route du soleil, dan betaal ik me te pletter aan péage. Die kan ik vermijden door gebruik te maken van secundaire wegen. Mijn handelen is dan allicht hoofdzakelijk, of zelfs uitsluitend geïnspireerd door het vermijden van de tolgelden. Maar door zo te handelen, ontduik ik niets, en maak ik ook geen enkel misbruik. De twee wegen staan me gewoon als perfecte alternatieven ter beschikking. Stel daarentegen dat ik, om sneller vooruit te komen, probeer zoveel mogelijk caravans de gracht in te rijden. Dat is dan geen gebruik, en zelfs geen misbruik meer. Het gaat dan puur om crimineel gedrag. En wat als ik gebruik maak van op- en afritten om in een file vlugger vooruit te komen? Je kan dat moeilijk bestempelen als crimineel gedrag. Maar het is misschien wel misbruik. Afritten zijn bedoeld om de snelweg te verlaten, niet om vlugger vooruit te komen. Hetzelfde geldt op fiscaal gebied: gebruik, misbruik, en regelrechte belastingontduiking liggen soms dicht bij elkaar, maar hebben toch duidelijk eigen kenmerken. Bij belastingontduiking is er sprake van een misdrijf in de strafrechtelijke betekenis van het woord. Belastingontduiking was en is altijd verboden. De algemene antimisbruikbepaling is niet bedoeld om zo'n gedrag te beteugelen. De handelingen die zij viseert, zijn niet strafbaar. Het gaat slechts om misbruik, niet om fraude. Het verschil laat zich onder meer gevoelen in de aanslagtermijn. Ingeval van belastingontduiking - en dus van fraude - bedraagt die termijn tegenwoordig zeven jaar. Bij misbruik (zoals bedoeld door de algemene antimisbruikbepaling) is er van fraude geen sprake, en is de aanslagtermijn beperkt tot drie jaar. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKMet een handgift frustreert men de bedoeling van de wetgever niet.