Reflectie na de Witte Mars
...

Reflectie na de Witte MarsWie nu een column pleegt zonder naar de Witte Mars in Brussel te verwijzen, riskeert als wereldvreemd te worden gebrandmerkt. Betogers die massaal op straat komen voor thema's die niet op het progressieve lijstje staan, worden door het linkse intellectuele establishment vlug toebedacht met kwalifikaties zoals poujadistisch, populistisch en reactionnair. Alhoewel deze termen klaarlagen op de linkse tongen Ludo Abicht gaf dit ruiterlijk toe in De Standaard kan men de Witte Mars zelfs met de slechtste wil van de wereld niet in deze hoek drummen. De dubbele boodschap die van deze honderdduizenden "braven" uitging, was aangrijpend in haar eenvoud : ten eerste, houd uw klauwen af van onze kinderen en laat deze frêle wezens in alle blijdschap en onschuld opgroeien ; ten tweede, maak komaf met een paar alomgekende Belgische mistoestanden, zoals politieke benoemingen, corruptie en geklungel in allerlei overheidsdiensten.Beide boodschappen dreigen echter op een smakeloze wijze gerecupereerd te worden. De eerste boodschap door de zogenaamde kinderrechtenactivisten, die van deze collectieve edelmoedigheid gebruik willen maken om hun polariserende visie op de ouders-kinderen-relatie door te zetten. Kinderen moeten blijkbaar niet zozeer beschermd worden tegen kinderpornografen als wel tegen de normale, doordeweekse ouders, die met vallen en opstaan hun kinderen een liefdevolle opvoeding in deze complexe wereld trachten te bieden. De onvrede omtrent de werking van onze instellingen tracht men daarentegen voor het Belgicistisch karretje te spannen. Dat Vlamingen en Walen hier samen op straat kwamen, heeft niets te zien met een heropflakkerend Belgisch elan, maar wel met het simpele feit dat justitie Belgisch is en het geklungel in deze materie de beide volkeren in deze staat treft. Niets laat toe deze betoging te interpreteren als gericht voor of tegen een verdere splitsing of herunitarisering van dit land. Met dergelijke recuperatiepogingen pleegt men het ultieme onrecht tegen deze 300.000 braven : men berooft hen immers van de eenvoudige maar diepgemeende beweegredenen van hun onwennige daad.ECONOMISCHE VRIJHEID EN CORRUPTIE.De massale positieve energie van de Witte Mars is geen druppel op een gloeiende plaat. Ons land staat er, als we de Index of Economic Freedom van het liberale Fraser Institute uit Canada mogen geloven, niet zo slecht voor. In de Economic Freedom Index werden 103 landen vergeleken op basis van 17 criteria, die kunnen gegroepeerd worden in vier categorieën : monetair beleid en inflatie ; overheidsconsumptie en overheidsregulering ; belastingen en verplichte legerdienst ; vrijheid voor internationale handel. In de index waarin alle criteria een gelijk gewicht kregen, prijkt België op de 12de plaats, samen met Duitsland en Maleisië. In de index waarbij experts een differentiële weging gaven, prijkt België op de 21ste plaats, met landen zoals Argentinië, Jamaica en El Salvador. Wij komen steeds ver achter op kampioenen van economische vrijheid zoals Hongkong, Nieuw-Zeeland en Zwitserland, maar we liggen voor op landen zoals Denemarken, Frankrijk, Noorwegen, Spanje en Italië. België scoort in deze index zeer goed qua monetaire stabiliteit, vrijheid voor internationale handel en de vrijheid om in het buitenland deviezen te bezitten. België scoort zeer slecht inzake hoge belastingen en transfers. Tevens wordt erop gewezen dat de torenhoge staatsschuld maar kan bemeesterd worden indien er duchtig in de transfers gesnoeid wordt. In het andere geval dreigt er een financiële crisis. Dat de witte marcheerders wel degelijk een reden tot klagen hadden, blijkt uit een andere index, nl. de Index Economic Freedom and Corruption, opgesteld door de Chileen Chafuen y Guzman. Onder de 54 onderzochte landen prijkt België hier op de 21ste plaats, in West-Europa alleen nog gevolgd door Portugal en Italië. Uit deze index blijkt tevens dat er een omgekeerd verband bestaat tussen economische vrijheid en corruptie. Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld, waar Labour een doorgedreven liberaliseringsbeleid heeft gevoerd, is niet alleen het tweede meest vrije land van de wereld, het is ook het minst corrupte. Deze correlatie tussen economische vrijheid en corruptie is theoretisch gemakkelijk te vatten : hoe minder regulering, des te minder omkoperij om eraan te ontsnappen ; hoe minder overheidsinvesteringen, des te minder smeergeld om overheidscontracten in de wacht te slepen ; hoe minder subsidiëring, des te minder geritsel om aan de voorwaarden ervan te beantwoorden... Door zoals Nieuw-Zeeland het pad van de economische vrijheid te bewandelen, vermindert men niet alleen de aanleiding tot corruptie, maar maakt men tevens de ruimte vrij opdat politie en magistratuur zich zouden kunnen wijden aan hun meest essentiële taak, nl. de bescherming van ons lijf en leden, zeker dat van onze kinderen. Een optimist, zegt een Engels spreekwoord, is een persoon die een fles halfvol noemt, wijl zij in feite halfleeg is. In ons land loopt nogal wat mis : de fles is zeker niet vol. Laat ons echter kijken naar het gevulde deel ervan : een stevige basis economische vrijheid gekoppeld aan een enorme reservoir aan goodwill bij de bevolking om een reeks oplosbare problemen aan te pakken.BOUDEWIJN BOUCKAERT Prof. dr. Bouckaert is voorzitter van de vakgroep Grondslagen van het Recht, faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Gent.