Minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) wil het aantal gerechtelijke arrondissementen verminderen tot zestien. Bovendien smelten de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel samen tot een arrondissementsrechtbank onder leiding van één voorzitter. Een uitstekend voorstel, maar slechts een eerste stap.
...

Minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) wil het aantal gerechtelijke arrondissementen verminderen tot zestien. Bovendien smelten de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel samen tot een arrondissementsrechtbank onder leiding van één voorzitter. Een uitstekend voorstel, maar slechts een eerste stap. Vandaag telt België 27 arrondissementen, ingedeeld op basis van de afstand die de rechtsonderhorigen in de negentiende eeuw in een dag met het paard konden afleggen. Al die rechtsgebieden hebben nog drie aparte rechtbanken voor gemeen recht, sociale en ondernemingsdossiers. Alle drie met een voorzitter en meestal een of twee ondervoorzitters. Al deze functies werden ooit stuk voor stuk politiek benoemd. Een goudmijn voor de particratie. Die ene voorzitter van de arrondissementsrechtbank kan beter met magistraten 'schuiven' naargelang de werkdruk dit vereist. Omdat er een grotere kritische massa van gelijkaardige dossiers bij de rechtbank terechtkomt, kunnen de magistraten zich ook beter specialiseren en gerichter bijscholen. De vonnissen krijgen zo niet alleen een betere kwaliteit, maar worden ook eenduidiger en meer voorspelbaar. Er zullen door het voorstel-De Clerck minder beroeps-, en helemaal geen bevoegdheidsprocedures meer zijn. Gespecialiseerde magistraten werken ook sneller. Kortom: minder rechtbanken leiden tot meer rechtszekerheid. Ook de billijke werklastverdeling tussen de verscheidene griffies is vandaag hopeloos scheefgegroeid. Als de minister consequent is, krimpt hij ook het aantal hoofdgriffiers in tot een per rechtbank (of beter: per gerechtelijk arrondissement, als hij ook de politie-, vrederechters en hun griffiepersoneel integreert). Deze centrale spil kan dit personeel beter beheren, wat op termijn hopelijk leidt tot misschien minder, maar beter opgeleide medewerkers. De minister wil per rechtbank een manager, die een en ander in goede banen moet leiden. Dat is gevaarlijk, want zo krijgt de uitvoerende macht een te grote greep op het beleid van de rechterlijke. Het is beter de toekomstige voorzitters adequater op te leiden voor een managementfunctie en hen een reële bevoegdheid te geven over middelen en mensen. Zo zouden ze meer macht moeten hebben over de werking van de griffie, die vandaag niet tot hun bevoegdheidsdomein behoort. De Clerck mag nog een stap verder gaan. Zo wordt het aantal arrondissementen best beperkt tot een per provincie. Dit zou het interprovinciale getouwtrek tussen lokale burgemeesters - en dus het risico op uitstel van deze noodzakelijke hervorming - vermijden. Het is trouwens perfect mogelijk dat de rechtbanken fysiek verspreid blijven over de huidige gerechtsgebou-wen, die elk een gespecialiseerde ploeg beroeps- en parketmagistraten herbergt. Onze steden bouwen we dan uit tot centers of legal excellence. (T) Door Hans Brockmans