Nog twee weken hebben de sociale partners om een advies uit te brengen over de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Een dringend probleem. Al 25 jaar verliezen de uitkeringen voor pensioen, werkloosheid, invaliditeit, beroepsziekten en arbeidsongevallen terrein tegenover de lonen. Uitkeringen worden wel gekoppeld aan de index en behouden hun koopkracht, maar de lonen stijgen elk jaar meer, waardoor er welvaartsverlies optreedt.
...

Nog twee weken hebben de sociale partners om een advies uit te brengen over de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Een dringend probleem. Al 25 jaar verliezen de uitkeringen voor pensioen, werkloosheid, invaliditeit, beroepsziekten en arbeidsongevallen terrein tegenover de lonen. Uitkeringen worden wel gekoppeld aan de index en behouden hun koopkracht, maar de lonen stijgen elk jaar meer, waardoor er welvaartsverlies optreedt. De regering wil daar wat aan doen. Een akkoord tussen vakbonden en werkgevers ligt binnen handbereik En toch is het hele dossier tot mislukken gedoemd. Omdat de limieten van ons systeem bereikt zijn. De uitkeringen zijn zo laag gedaald dat volgens experte Bea Cantillon, hoofd van het Centrum voor Sociaal Beleid, België geen modelland meer is op het vlak van de sociale zekerheid (zie blz. 52). Onthutsend, alleen beseffen nog maar weinig mensen dit. De doorsnee Belg loopt een groter risico op armoede dan de doorsnee Europeaan uit de kernlanden. Nochtans betalen zowel werkgever als werknemer astronomische bedragen voor die sociale zekerheid. Met het budget voor de welvaartsvastheid zullen hoogstwaarschijnlijk de oudste en laagste uitkeringen aangepakt worden. Want voor een welvaartsaanpassing voor iedereen is er geen geld. Het gevolg is dat de laagste uitkeringen (die een extra verhoging krijgen) en de hoogste uitkeringen (die het moeten stellen met alleen maar een indexaanpassing) meer en meer naar elkaar toegroeien. Bovendien wordt ons socialezekerheidsstelsel meer en meer een basissysteem. Voor werknemers die een beter loon hebben en die dus grote bijdragen betalen, is het wettelijke stelsel almaar minder interessant. Daardoor verlaten meer en meer mensen het systeem (door zelfstandige te worden), terwijl anderen de schamele uitkeringen aanvullen met privéverzekeringen. Zo ontstaat een spontane privatisering van de sociale zekerheid zonder dat daar een visie of beleid achter zit. Is de situatie hopeloos? Neen. Het probleem van België is dat we te veel uitkeringstrekkers tellen. Overal worden nieuwe systemen bedacht die weer een nieuwe categorie mensen recht geeft op een uitkering. Eerst met voorwaarden, daarna worden die voorwaarden geleidelijk afgebouwd. Tijdskrediet, de opvolger van de loopbaanonderbreking, is het beste voorbeeld. De oplossing ligt dus in het beperken van het aantal uitkeringstrekkers. Dat kan uiteraard door het creëren van meer jobs. Dat blijft prioriteit nummer één. Maar ook het schrappen van uitkeringen moet een prioriteit worden. Sociale risico's moeten geherdefinieerd worden. Zoals Bea Cantillon zegt: is iemand die op brugpensioen gaat om de wereld te gaan rondreizen de invulling van een sociaal risico? Maar wie durft dit aan? In onze geïndividualiseerde maatschappij, waar iedereen vindt dat hij recht heeft op duizend-en-een dingen, is dat erg moeilijk. Want o wee als de doorsnee Belg een voorrecht moet inleveren. De wereld is dan te klein en de antipolitiek is er als de kippen bij om er garen bij te spinnen. Een beleid dat deze omslag durft te maken, is nog niet voor morgen. En zolang we daar niet in slagen, zal de regering ongetwijfeld verdienstelijke maatregelen nemen om de sociale uitkeringen welvaartsvast te maken, maar het zal morrelen in de marge blijven. Guido Muelenaer