De rente op spaarrekeningen is zo laag, dat steeds meer Belgen ervoor kiezen hun spaargeld te gebruiken om een woning te bouwen of te kopen, en minder te lenen. De quotiteit -- de verhouding tussen het geleende bedrag en de waarde van de woning -- daalt daardoor, wat de lening goedkoper maakt.
...

De rente op spaarrekeningen is zo laag, dat steeds meer Belgen ervoor kiezen hun spaargeld te gebruiken om een woning te bouwen of te kopen, en minder te lenen. De quotiteit -- de verhouding tussen het geleende bedrag en de waarde van de woning -- daalt daardoor, wat de lening goedkoper maakt. Stel dat u een huis op het oog hebt, waarvan de waarde wordt geschat op 300.000 euro. Samen met uw partner hebt u 60.000 euro gespaard, die u wilt gebruiken om de aankoop te financieren. Aangezien u daardoor slechts 240.000 euro hoeft te lenen, bedraagt de quotiteit 80 procent (240.000 op 300.000 euro). Anders gezegd: 80 procent van de waarde van de woning wordt gefinancierd door de lening. Hoe hoger de quotiteit, hoe hoger het risico voor de bank. Als u in de problemen raakt en daardoor uw krediet niet meer kunt afbetalen, moet de bank uw woning verkopen om het uitstaande saldo te recupereren. Bij een lening met een quotiteit van 80 procent, hoeft een bankier zich weinig zorgen te maken: hij kan het geleende bedrag gemakkelijk terugkrijgen met de verkoop van uw woning. De vaste intrestvoet voor een hypothecair krediet op vijfentwintig jaar met een quotiteit van 80 procent of minder bedraagt gemiddeld 3,66 procent. Wie 300.000 euro leent, betaalt daardoor maandelijks 1518 euro af. Als de quotiteit van die lening 90 procent zou belopen, stijgt de gemiddelde rentevoet naar 3,78 procent. De lener betaalt dan maandelijks 1537 euro. Op vijfentwintig jaar draagt hij 5654 euro extra intresten af. De meeste banken beschouwen een quotiteit van 80 procent of minder als normaal. Sommige financiële instellingen laten toe dat cliënten meer dan het aankoopbedrag lenen. Op die manier hebben ze overschot voor extra kosten, maar de hypothecaire lening wordt dan wel erg duur. Bij een quotiteit van 110 procent stijgt de gemiddelde rentevoet voor een krediet van 300.000 euro naar 4,60 procent. Dat komt overeen met een mensualiteit van 1668,50 euro, of meer dan 45.000 euro extra rentekosten over de hele looptijd van de lening. Het is dus belangrijk te streven naar een lage quotiteit door eigen middelen te investeren in een woning. Dat hoeft niet noodzakelijk cash te zijn. Sommige banken laten toe dat leners effecten als waarborg gebruiken om de quotiteit te verlagen. Bij KBC en BNP Paribas Fortis kan dat in principe niet, wel bij AXA, op voorwaarde dat het gaat om effecten met een kapitaalgarantie. De klant krijgt dan voor een krediet met een quotiteit van maximaal 85 procent een intrestkorting van 0,25 procent. De effectenrekening wordt geblokkeerd, maar de klant kan de opbrengsten van zijn beleggingen -- zoals intresten en dividenden -- wel nog ontvangen. Als de lener de effecten wil verkopen of herbeleggen, moet hij in principe toestemming aan zijn bankier vragen. Maar alles is bespreekbaar. Informeer zeker naar de mogelijkheid om de effectenrekening na enkele jaren opnieuw vrij te geven. Dan is een deel van de lening immers al afgelost. ROEL VAN ESPEN