Een lastenverlaging op arbeid van oudere werknemers gekoppeld aan een algemene verlaging van de uitkering bij inactiviteit zoals brugpensioen zou de werkgelegenheidsgraad (in uren) doen toenemen met 4,13 procentpunten en een extra groei veroorzaken van 0,2 procentpunt per jaar. Een algemene verlaging van inactiviteitsuitkeringen gecompenseerd door een verhoging van productieve overheidsuitgaven, bijvoorbeeld extra investeringen in kwalitatief onderwijs, betekent een extra werkgelegenheidsgraad van 2,8 procent en een extra groei op jaarbasis van 0,6 procentpunt. Deze cijfers zijn slechts enkele van de opvallendste vaststellingen uit een studie die Freddy Heylen, econoom aan de Universiteit Gent, net heeft afgerond. Heylen plaatst de studie in de context van een forse toename van overheidstekorten en overheidsschuld. "Dat betekent dat een beleid gericht op hogere economische groei per hoofd en meer werkgelegenheid prioritair moet zijn."
...

Een lastenverlaging op arbeid van oudere werknemers gekoppeld aan een algemene verlaging van de uitkering bij inactiviteit zoals brugpensioen zou de werkgelegenheidsgraad (in uren) doen toenemen met 4,13 procentpunten en een extra groei veroorzaken van 0,2 procentpunt per jaar. Een algemene verlaging van inactiviteitsuitkeringen gecompenseerd door een verhoging van productieve overheidsuitgaven, bijvoorbeeld extra investeringen in kwalitatief onderwijs, betekent een extra werkgelegenheidsgraad van 2,8 procent en een extra groei op jaarbasis van 0,6 procentpunt. Deze cijfers zijn slechts enkele van de opvallendste vaststellingen uit een studie die Freddy Heylen, econoom aan de Universiteit Gent, net heeft afgerond. Heylen plaatst de studie in de context van een forse toename van overheidstekorten en overheidsschuld. "Dat betekent dat een beleid gericht op hogere economische groei per hoofd en meer werkgelegenheid prioritair moet zijn." Voor zijn analyse vertrok Heylen van de centrale vraag waarom de verschillen in werkgelegenheid naar leeftijd, deelname aan hoger onderwijs en economische groei tussen OESO-landen zo groot zijn. Waarom ligt de werkzaamheidsgraad (in personen) in België voor mensen tussen 35 en 49 jaar met 77,8 procent relatief hoog in OESO-perspectief, maar behoort ons land tegelijk tot de slechtste leerlingen van de klas voor tewerkstelling van vijftigplussers (amper 40 procent tegenover 67 procent in de Scandinavische landen). Heylen: "In studies worden verschillende argumenten aangehaald. Soms vertrekken ze van arbeidsmarktkenmerken zoals de ontslagregeling of de rol van de productmarktkenmerken zoals het promoten van innovatie. Ik vertrek in mijn studie van het begrotingsbeleid." Volgens Heylen kunnen groeiverschillen en de werkgelegenheidsgraad consistent worden verklaard vanuit verschillen in overheidsbeleid zoals de hoogte en de structuur van de belastingen en de overheidsuitgaven. Heylen ontwikkelde daarom een empirisch relevant model om de effecten van de wijzigingen in het begrotingsbeleid in te schatten. Hij berekent de impact op lange termijn van uiteenlopende maatregelen zoals een algemene verlaging van de lasten op arbeid en lastenverlagingen voor bepaalde leeftijdscategorieën. Heylen gaat ook na wat de effecten zijn van belastingsverlaging op consumptie (bijvoorbeeld btw) of op kapitaal (een verlaging van de vennootschapsbelasting) en hij analyseert wat de impact is van een daling van de structurele uitkeringen bij inactiviteit zoals het brugpensioen. De resultaten zijn verrassend. Uit het onderzoek blijkt dat een algemene lastenverlaging wel degelijk de werkgelegenheidsgraad (in uren) zou doen toenemen, meer bepaald met 1,88 procentpunt. Heylen berekent ook de toename van het totale arbeidsvolume. Dat is de procentuele jobgroei als iedereen een gelijk aantal uren presteert. Dat arbeidsvolume zou met 4,22 procentpunt stijgen. Het effect van deze maatregel op de jaarlijkse groei is eerder beperkt, namelijk 0,02 procentpunt. Anders gesteld: bij een algemene lastenverlaging zou de groei bijvoorbeeld op jaarbasis stijgen van 1 naar 1,02 procent. Volgens de studie van Heylen is het daarom interessanter om de impact van een lastenverlaging op arbeid voor oudere werknemers (vijftigplussers) te berekenen. Die veroorzaakt niet alleen een hoger arbeidsvolume (+4,26 procentpunt), maar doet de groei toenemen met 0,3 procentpunt. Uit de analyse blijkt ook dat het effect van lagere belastingen op consumptie en kapitaal de toename van het arbeidsvolume en de economische groei op lange termijn amper beïnvloeden (+0,01). Een daling van de uitkeringen heeft dan weer wel een positieve invloed op het totale arbeidsvolume en veroorzaakt vooral bij de oudere werknemers een sterke toename van de werkgelegenheidsgraad (+2,73 procentpunt) en het arbeidsvolume (+6,13). Het effect op de jaarlijkse groei is beperkt. Nog interessanter is een extra investering in onderwijs. Die zorgt voor lichte jobcreatie, maar voor sterke groei (+0,4). Een tweede analyse van Heylen is zo mogelijk nog interessanter. Hier wordt - om het budgettair evenwicht te behouden - een beleidsingreep gefinancierd door een wijziging van een andere maatregel. (zie tabel Onderwijsinvesteringen creëren groei) Zo gaat Heylen bijvoorbeeld na wat de effecten op lange termijn zijn van een permanente algemene verlaging van de lastenvoeten op arbeid als die gecompenseerd wordt door een hoge consumptiebelasting. Dat leidt inderdaad tot jobcreatie en economische groei (respectievelijk 1,6 procent en 0,008 procent), maar is minder verregaand dan andere maatregelen zoals een algemene verlaging van de uitkering bij inactiviteit gecompenseerd door een lastenverlaging op arbeid voor vijftigplussers. Die veroorzaakt een sterke groei van de werkgelegenheid én van het arbeidsvolume. De doeltreffendste maatregel is ontegensprekelijk een verlaging van uitkeringen bij structurele inactiviteit gecompenseerd door een verhoging van productieve overheidsuitgaven. Dat levert een werkgelegenheidsgroei van 2,83 procentpunt, een stijging van het arbeidsvolume met 6,35 procentpunt en heeft een sterk groei-effect. Voor Heylen is het duidelijk: "In tegenstelling tot een algemene lastenverlaging op arbeid gaan van belastingverlagingen op oudere werknemers wel duidelijk positieve groei-effecten op lange termijn uit. Lastenverlaging op arbeid voor jongere werknemers hebben veeleer ongunstige groei-effecten op lange termijn. Voor hen is een verhoging van de deelname aan hoogkwalitatief onderwijs cruciaal. Dat veroorzaakt op langere termijn productiviteitsverhogingen, ook van het menselijk kapitaal. Een verschuiving van de belastingen van arbeid naar consumptie heeft positieve effecten op de werkgelegenheid, maar is relatief beperkt." De beleidsimplicaties van dit onderzoek gaan volgens de Gentse professor voor België in de richting van lagere uitkeringen bij structurele inactiviteit (zoals het brugpensioen), lagere arbeidsbelasting op oudere werknemers en een verhoging van de productieve overheidsuitgaven, gericht op hoogkwalitatief onderwijs. Heylen: "Eerder onderzoek toont trouwens aan dat deze combinatie ook fors de kansen verhoogt om begrotingstekorten relatief pijnloos weg te werken." (T) Door Alain Mouton