Hoe durven ze, de InBevs en Fortissen van België. Eerst miljardenwinsten publiceren en vijf minuten later nog wat personeel op straat zetten. Hoe vrekkig zijn ze niet, de Exxon Mobils van deze wereld. De winst is niet te tellen dankzij de dure olie, en toch kunnen er nauwelijks enkele miljoenen euro af om de arme burger zijn energiefactuur wat te verlichten.
...

Hoe durven ze, de InBevs en Fortissen van België. Eerst miljardenwinsten publiceren en vijf minuten later nog wat personeel op straat zetten. Hoe vrekkig zijn ze niet, de Exxon Mobils van deze wereld. De winst is niet te tellen dankzij de dure olie, en toch kunnen er nauwelijks enkele miljoenen euro af om de arme burger zijn energiefactuur wat te verlichten. Dat is helaas de toon van het zwart-witdebat dat verder wordt verziekt door politici als Freya Van den Bossche die als moderne Robin Hoods dat kapitalistische gespuis eens de les willen spellen. Want winst maken is tot nader order niet verboden. Meer nog, winst maken, en af en toe zelfs buitensporig veel winst maken moet, toch als we nog vooruit willen met onze economie. Waarom? Ten eerste omdat (veel) winst maken een krachtig en voorlopig onvervangbaar signaal de wereld instuurt: in bepaalde sectoren valt er geld te verdienen omdat er veel behoeften in te vullen zijn. Dat signaal zal nieuwe bedrijven naar deze sectoren lokken, en dat zal resulteren in een hoger aanbod tegen lagere prijzen. Tegelijk zullen er meer jobs komen én zullen de bedrijfwinsten dalen. Het eindresultaat is een pak welvaartswinst, die te danken zal zijn aan de 'onzichtbare hand' van Adam Smith, niet aan de grote mond van Freya Van den Bossche. Het is elementaire economie die de Wetstraat nog altijd niet heeft willen blokken, en dus vertikt om uit te leggen aan de dorpsstraat. Erger nog, door tussenbeide te willen komen, zwakt de politiek het winstsignaal af, en ontraadt ze nieuwe spelers om een graantje mee te pikken op goed boerende markten. Het is de achillespees van de Belgische en Europese economie dat de marktwerking aan handen en voeten gebonden is door regelitis, kartels, collectieve cao's of dominante groepen die hun wingewest mogen afschermen. Ten tweede, winstgevende bedrijven zijn de bron van nieuwe jobs en investeringen. Hoe meer winst, hoe groter de kans dat bedrijven zullen aanwerven en investeren. Het is pas als de politiek de winsten dreigt af te romen dat bedrijven met deze eeuwenoude gewoonte breken. Dan keren ze de winst liever uit aan de aandeelhouders, voor de politiek er mee aan de haal gaat. Ten derde, de aandeelhouder is de grote winnaar van de winsten, maar die aandeelhouder is steeds meer u en ik. Goede winsten vullen de aanvullende pensioenspaarpotten, terwijl de overheid ze soldaat maakt. Ten vierde, de winsten van een paar internationale topbedrijven steken misschien de ogen uit, maar voor heel wat andere ondernemingen is het harken, maar ook zij moeten op niet te veel sympathie rekenen. Dat hoeft ook niet, want verlies maken is een even krachtig en noodzakelijk signaal om investeringen en jobs te verschuiven naar daar waar ze productiever zijn. Dit nog altijd zwaar onderschatte proces van creatieve destructie hoeft niet gepaard te gaan met een sociaal kerkhof. Een job verliezen, is geen drama als het relatief gemakkelijk is om een andere (beter betaalde) job te vinden. Het sociaal overleg moet geen jobs, maar wel mensen beschermen. Dat is de internationale trend die in België nog met een vergrootglas gezocht moet worden. Hier geeft men liever negentiende-eeuws af op "de winst van het patronaat". Daan Killemaes