Uiterlijk op 1 juli verbiedt de Raad van Ministers van de Europese Unie het gebruik van vier antibiotica in dierenvoeder. Het gaat om bacitracine-zink, spiramycine, virginiamycine en tysolinefosfaat. In België zijn ze goed voor 70% van de 85 ton antibiotica die jaarlijks in dierenvoeding worden gebruikt. De vier belangrijkste producenten, Alpha Pharma, Eli Lilly, Pfizer en Rhône-Poulenc, verwachten in Be...

Uiterlijk op 1 juli verbiedt de Raad van Ministers van de Europese Unie het gebruik van vier antibiotica in dierenvoeder. Het gaat om bacitracine-zink, spiramycine, virginiamycine en tysolinefosfaat. In België zijn ze goed voor 70% van de 85 ton antibiotica die jaarlijks in dierenvoeding worden gebruikt. De vier belangrijkste producenten, Alpha Pharma, Eli Lilly, Pfizer en Rhône-Poulenc, verwachten in België een omzetverlies van zowat 170 miljoen. "De verkoop van de vier wordt in België verboden vanaf 1 april. Het mengen in het voeder moet ten laatste stoppen op 1 juni," meldt Marijke Moens, woordvoerster van het federale ministerie van Landbouw. De reden voor het verbod is de toenemende resistentie van ziektekiemen, voornamelijk in ziekenhuizen, tegen antibiotica. Volgens sommige wetenschappers zou één van de oorzaken van de toenemende resistentie het veelvuldig gebruik van antibiotica in veevoeder zijn. "Ik heb daar sterk mijn twijfels over," meldt Jos Matthys, lid van het hoofdbestuur van de Boerenbond. "Bij het dier worden andere soorten antibiotica toegediend dan bij de mens." De fabrikanten van veevoedertoevoegingen hebben drie belangrijke argumenten voor de verdediging van antibiotica: de bezuiniging op voeder, de daling van het mestoverschot, en een slabakkende gezondheid van het dier. Voederspaarders zorgen voor een aanzienlijke rendementsverhoging: de kweker die één frank additief toevoegt, bespaart in regel zes frank voer.Professor Jacques Viaene van de Gentse landbouwfaculteit, berekende de kostprijs van een volledig verbod op antimicrobiële additieven in België. Met een veestapel van elf miljoen varkens en 150 miljoen braadkippen per jaar, lijdt de boer een inkomensverlies van 821 miljoen frank per jaar. Het voedergebruik gaat met respectievelijk 3 (varkens) en 4% (braadkippen) omhoog. Dit zorgt voor een klimmende uitstoot van fosfor en stikstof. De consument mag zich voor beide vleessoorten verwachten aan een prijsstijging van 2%. De meerkost voor de hele Europese Unie zou zelfs uitkomen op 2,5 miljard euro (100,8 miljard frank). Professor Jacques Viaene waarschuwt ook voor een situatie als in Zweden. Sinds 1986 geldt daar een volledig verbod op het gebruik van antibiotica. Het aantal ziektes bij de dieren klom sindsdien aanzienlijk. Varkensdysenterie, een sinds de jaren zeventig verdwenen ziekte, dook in de jaren negentig weer op.De studie van professor Viaene betekent geen rem voor de producenten van biotisch vlees. Al blijft de activiteit van Biotika noodzakelijk beperkt tot een niche. Concludeert Jacques Viaene: "Enkel een beperkt aantal consumenten is bereid een hogere prijs te betalen. Het marktaandeel voor alternatief geproduceerd vlees zal beperkt blijven tot 2 à 3%." Wolfgang Riepl