Gekunsteld optimisme, dat hebben Congo en Irak gemeen. Of liever: dat hebben de Amerikaanse en Belgische regering gemeen als het gaat om pogingen tot nationbuilding en democratisering in het Midden-Oosten en Centraal-Afrika. Na alle geleverde financiële en militaire inspanningen (20.000 VN-blauwhelmen in Congo) zou een totale afgang moeilijk te slikken zijn.
...

Gekunsteld optimisme, dat hebben Congo en Irak gemeen. Of liever: dat hebben de Amerikaanse en Belgische regering gemeen als het gaat om pogingen tot nationbuilding en democratisering in het Midden-Oosten en Centraal-Afrika. Na alle geleverde financiële en militaire inspanningen (20.000 VN-blauwhelmen in Congo) zou een totale afgang moeilijk te slikken zijn. De doorgaans nuchtere Karel De Gucht (VLD) is er toch niet gerust in. Van 1 tot 6 februari doet de Belgische minister van Buitenlandse Zaken aan terreinverkenning. Behalve Kinshasa gaat De Gucht een kijkje nemen in de mijngebieden van Kasaï (diamant) en Katanga (koper en kobalt). Corruptie en wanbeleid zijn in de overgang naar democratie de hoofdoorzaken van de menselijke tragedie die zich in Congo voltrekt, analyseert de International Crisis Group. Dat wist De Gucht ook al. In een bijkomend rapport, Katanga, de vergeten crisis van Congo, schetst diezelfde ICG de verstrengeling van politiek met geweld en affairisme. Komt daarbij dat De Gucht zich zorgen maakt over de Chinese opmars in de Congolese mijnen, nu grondstoffenprijzen (door de Chinese vraag) ongekende hoogten bereiken. Katanga bleef lang uit het vizier. De aandacht ging naar de meer tot de verbeelding sprekende handel in bloeddiamanten en coltan in Oost-Congo. In het relatief rustige Katanga leek de ontginning van ertsen min of meer formeel te lopen. Audits van het staatsmijnbedrijf Gécamines, in opdracht van de Wereldbank, wezen echter ernstige scheeftrekkingen aan, onder meer bij toewijzing van geprivatiseerde mijnen. De niet verkozen overgangsregering van Kabila jr. plaatste de Wereldbank voor voldongen feiten: de meest interessante mijnen zijn al weggeschonken. Een door de Wereldbank aangesteld internationaal management, onder leiding van de Canadese jurist Paul Fortin (zie blz. 20), zou de mijnconcessies evalueren en desnoods ongedaan maken. Of Fortin daarin slaagt, valt te bezien. In Tsjaad moest de Wereldbank het onderspit delven in haar poging om vat te krijgen op de olie-inkomsten. De Gucht zal in Lubumbashi een door België georganiseerd seminarie bijwonen over de mijnsector. Onder meer de traceerbaarheid van ertsen komt ter sprake, om illegale handel te bannen, naar het voorbeeld van Kimberleycertificaten voor diamant. Waterdicht is dat Kimberleyproces niet, als corruptie aan de bron blijft bestaan. Schone schijn kan de plundering van de Congolese rijkdommen niet stoppen. Wat wél nodig is, zijn middelen om de geldstromen uit mijnopbrengsten te traceren en in de staatskas te doen belanden. Dat kan, op voorwaarde dat ernstige en bekwame operatoren het mijnpatrimonium ontginnen. Maar dat is voor de bewindvoerders in zowel Kinshasa als op lokaal vlak geen prioriteit. Ook niet voor het huidige parlement, dat een grondwet uitdokterde met regels voor de in- en uitvoer van alcoholische drank, maar waarin bitter weinig staat over het cruciale punt: de uitbating en aanwending van mijnrijkdommen in het belang van het land en zijn inwoners. Erik Bruyland