eXtra informatie op www.trends.be Op de Trends-website vindt u de exhaustieve versie van dit interview.
...

eXtra informatie op www.trends.be Op de Trends-website vindt u de exhaustieve versie van dit interview.Het nummer 20 van de Brusselse Koningsstraat is appetijtelijk met frisse gangen, gepoetste kantoren en gelapte ramen. Het nummer 30 is een bouwwerf, want er is dertig jaar niet omgekeken naar het grootste deel van het stadspaleis, met de twee huisnummers aan de Brusselse Warande, waar de Generale Maatschappij haar gezag uitoefende. De driehoek van België - Koninklijk Paleis, de volksvertegenwoordiging en de holding - heeft een stompe punt. Graaf Maurice Lippens (62) is de huidige gastheer. De voorzitter van Fortis stapt voorbij een basreliëf van 1922 aan de ingang van zijn hoofdkwartier dat, in het Frans, aangeboden werd door "de verbonden ondernemingen" bij het eerste eeuwfeest van de Generale Maatschappij. Er volgt geen tweede eeuwfeest. De stenen van de nummers 30 en 20 zijn geïmpregneerd door een verdwenen Belgisch kapitalisme. "In dit bureau zat de princedeBar, een prins van Habsburg, en nadien baron Guy de Wouters," glimlacht Maurice Lippens bij de entree van zijn werkkamer. "Ik leef niet in een museum en kijk evenmin bestendig naar het verleden, hoewel de Generale Maatschappij hier tot 1988 het bevel voerde over een derde van de Belgische economie. De woorden van de laatste gouverneur Lamy staan gekrast in mijn geheugen: 'Zolang ik gouverneur ben, wil ik niets te maken hebben met de aandeelhouders. ' Hij heeft met zijn team, met uitzondering van Jacques van der Schueren, Etienne Davignon en enkele anderen die visie hadden, veel schade berokkend aan België en dat vergeet ik niet." De beurskapitalisatie van AG bij de start van Maurice Lippens als gedelegeerd bestuurder in 1983 was 3 miljard Belgische frank en nu beloopt ze 1200 miljard Belgische frank (31 miljard euro) door de alliantie met Amev en de latere overnames. "Niet gek, hé," vertelt hij glunderend. "Ik prijs me gelukkig de verzekeraar te hebben kunnen redden met Valère Croes. Ik zag de bestuurders van de Generale Maatschappij bezig bij AG met hun machtsspelletjes en dat moest ik niet hebben. Ik bouw, dat maakt mij gelukkig, en Fortis is vandaag het grootste bedrijf van België. AG was slaperig en bureaucratisch, en liep achter op de branchegenoten. Royale Belge was het lievelingskind van de Generale, want deed alles wat de holding vroeg en dat was bij AG niet zo. Ik speelde na drie maanden op bij burggraaf Charles de Jonghe: elke week is er een raad van bestuur met vijf aanwezigen en men bespreekt niets. Waarop hij repliceerde: 'Wat is daar mis mee? Alles gaat goed en de aandeelhouders ontvangen hun dividenden, bemoei u daar niet mee. ' Ik ben gedurende een jaar beleefd gebleven en zocht nadien twintig topkaderleden op. Zo heb ik Valère Croes ontmoet, hij wou weggaan, want was het beu. Nadat ik gedelegeerd bestuurder werd, zijn Valère en ik beginnen saneren, kopen en fusioneren.""Ik ben een kleine aandeelhouder. Een pakket AG zat traditioneel binnen de familie Lippens, maar de stukken waren verspreid en soms verkocht. Ik wist via mijn vader en mijn oom hoe het aandeelhouderschap van de familie Lippens in grote lijnen in elkaar stak, maar van de overige aandeelhouders wist ik niks. De voorzitter wist het evenmin. AG had geen intens systeem zoals KBC om de families te cultiveren. Toen ik begon bij AG, kwam mijn vriend Pierre Drion van Petercam op bezoek en zei: 'Ik zie en weet dat jij hier het verschil zal maken. Waarom lenen wij niet elk 50 miljoen? Die leveragen wij om aandelen AG te kopen. ' Ik durfde het niet aan en als ik het zou gedaan hebben, dan had ik miljarden frank verdiend. Het klinkt als eigen lof, maar bij AG had ik een goede strategie. De steun van de aandeelhouders volgde omwille van het goede managementteam en een flink plan. De fusie met Amev is toegejuicht en zo zijn we met doordachte wendingen gegroeid tot het Fortis van vandaag." Zijn roeping als zakenman kreeg Maurice Lippens bij Harvard Business School (zie kader: Harvard, een nieuwe wereld). "Mijn vader was na de oorlog actief in het zakenleven en bezat een steenbakkerij aan de entree van Knokke en in Snaaskerke bij Oudenburg, waar hij samenwerkte met de familie Verhelst. Ik kreeg weinig aansporing van hem om in zaken te gaan en hij stapelde evenmin de verwachtingen hoog op. Vader was een poëet, natuurliefhebber, godsdienstig en verdraagzaam. Zijn leven wentelde rond het gemeentebestuur van Knokke, het Zwin, de natuur en de jacht. Big Business werd door hem beoordeeld als een wereld van banksters, zoals de Rexisten zeiden. Pas op voor Brussel, waarschuwde hij zijn kinderen, ga niet naar de Generale Maatschappij, dat zijn slechte mensen. Hij was verbaasd over mijn keuze voor een business-school." "Ik miste veel jaren zelfvertrouwen en had van oorsprong weinig zakelijke contacten," bekent Maurice Lippens: "De relaties van mijn vader waren jagers, natuurliefhebbers en Engelsen. Zeggen dat ik een selfmade man ben, is overdreven, want ik had een patrimonium om te beginnen. Ik was de meest bedeesde jongen die men zich kon inbeelden. Ik verscheen in 1988, tijdens de affaire De Benedetti, tegen mijn zin op het televisiescherm met mijn ogen bijna half gesloten. Mijn zelfvertrouwen was zwak, bij Leopold, de oudste zoon ontbrak dat helemaal niet. Wel ben ik opgevoed met de stiffupperlip, op Harvard Business School heeft men mij, en dat vond ik raar in die zogenaamde keiharde Amerikaanse samenleving, meer emotionaliteit en expressie geleerd. Ik heb geen schaamte om te zeggen, of zal er niet tegen vechten, dat ik tranen in de ogen heb. Nemesecouezpas, jesuispleindelarmes, is een zin die bij mij past.""Ik ben vermogend, echter niet superrijk ondanks wat men schrijft," beklemtoont Maurice Lippens. "Albert Frère is wel superrijk, niet ik. Superrijken zijn mensen waarvoor 2,5 miljoen euro weinig telt. Ik ken er een paar en besef dat zij op een andere planeet wonen." "In Knokke bezocht ik een soort gemengde Montessorischool, 's morgens en 's avonds reed ik op de fiets door de bossen met hun Corsicaanse sparren, alle bomen werden geplant door mijn familie. Ik hoorde elke morgen de klokken van de dominicanenkerk en de geur van de natte bomen en de kleur van de oosterzon vergeet ik nimmer. Ik was zeer gelukkig," bevestigt Maurice Lippens. Bij de benedictijnen in Loppem ging de onbekommerde jeugd verder. "Ik vond het daar heerlijk, de school was sportief en bij de uitstekende leraren, bijna allemaal monniken, heb ik wijsheid opgestoken," zegt Maurice Lippens. "Omdat mijn broer Leopold haast weggejaagd werd in Loppem en mijn zussen al school liepen in Brussel, moest ik naar Saint-Pierre in Ukkel. Dat verdriet me vandaag nog. Een godsdienstleraar daar bezorgde ons in het geheim boeken van de index. Wij lazen Sartre en Gide als in een Dead Poets Society. Die priester-leraar zei ons; ilfautdujugement, probeer te oordelen zonder te veroordelen. Na de school begon ik aan de ULB en die beweging van katholiek naar strijdend vrijzinnig scherpte mijn geest." Vader Lippens voedde zijn kroost op in de geest van de katholieke wetenschapper, jezuïet en mysticus Teilhard de Chardin. Zijn motto: ilfauttendreversplusgrand que soi. "Mijn vader was een enthousiaste aanhanger van Teilhard, had al zijn boeken gelezen - ik las er nog geen enkel. Dat heeft het gezin beïnvloed. Teilhard de Chardin sloot aan bij het ducinaltum van de benedictijnen. Iets dat je overstijgt. Ik ben gelukkig als ik een gevoel van harmonie heb en iets kan opbouwen met andere mensen." Met AG en Fortis heb ik kunnen bouwen in een vertrouwenssfeer, aldus Maurice Lippens: "Ook met humor. Mensen die humor missen, zijn miezerig." "Toen ik naar de lagere school ging, sprak ik beter Engels dan Frans of Nederlands. Engels is mijn echte moedertaal en als ik bid, wat te weinig gebeurt, dan doe ik dat in het Engels, zoals het tellen," memoreert Maurice Lippens. "Alles wat Engels was, was voor mijn moeder perfect. Ik voel me min of meer in ballingschap op het vasteland, maar weet dat als ik in Engeland woon, ik ten eeuwige dage een bloodyforeigner zou zijn. Bij Harvard Business School vroeg men mij of ik een Engelsman was. Mijn broer en zussen en ik hebben het gevoel van thuiskomen in Dover. Ach, zelfs generaal de Gaulle bekende: ' L'Anglaisc'estunebonnelanguepourlecommerce. ' Door die Engelse cultuur heb ik een extra-invalshoek." "Ik lees enorm veel, maar Alzheimer sluipt op kousenvoeten binnen en ik vergeet reeds veel. Il Gattopardo van Giuseppe Tomasi di Lampedusa is een lievelingstekst. Mijn honderden boeken zijn allemaal mijn vrienden en ik leen ze nooit meer uit. Lezend zet ik kantlijnen en maak ik ezelsoren als zoekpunt." "Mijn vrouw, de kinderen, het gezin zijn een centrale pilaar van mijn leven. Ik heb gelukkig in het begin van mijn carrière flink tijd kunnen besteden aan de vier kinderen en reisde veel met hen. Sedert 1988 is dat allemaal verminderd. ( lacht) Ik wil zo lang mogelijk actief blijven, want wil mijn echtgenote niet lastig0vallen door altijd thuis te zijn. Aan mijn kinderen heb ik gezegd: je mag je toekomst volledig kiezen, volg wel de universiteit en doe nadien wat je doet met passie of wij zijn geen vrienden meer." "De drie gouden draken in het familiewapen zeggen mij niets, ik weet niet waarom zij er staan, het motto is belangrijker: nihilmetuere, niets vrezen," vertelt Maurice Lippens. "Het essay dat insloeg als een bom in onze kringen, LaQuestionFlamande, geschreven in 1913 door Paul Lippens, een grootoom, en uitgegeven door zijn broer Maurice in 1919, hoort bij de familietraditie. Hij verschijnt zoals Maurice, mijn grootvader, die als minister van Openbaar Onderwijs de Gentse universiteit vernederlandste, in de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging en verloor vrienden door zijn verhandeling. De stelling was eenvoudig en democratisch: in Vlaanderen Vlaams, en dat pleidooi kwam van een Franstalige Gentenaar. Heel wat kasteelheren zeiden: dat kan niet. Die generatie Lippens heeft veel geruzied met Franstalige vrienden, familieleden en academici. Ik hoor wel eens de verbaasde opmerking: jullie zijn Franstalige Vlamingen en toch flaminganten, hoe kan dat? De mensen vinden dat bizar, maar het is de treffende karakterisering." "Jean-Luc Dehaene, zijn vader was Franstalig, zei thuis op zijn achttiende: het is hier gedaan met La Libre Belgique, het wordt De Standaard. ( lacht) Ik woon in Brussel, omdat ik hier werk en ik in Het Zoute geen werk had. Ik ben wel sedert 1983 voorzitter van de familieonderneming Compagnie du Zoute, en pendel tussen Brussel en Knokke, waar ik jaarlijks maanden woon in het huis van mijn ouders. Ik houd van slecht weer, met flinke regen in Knokke snuif je wilde geuren. ( citeert) Waar de meeuwen schreeuwen, daar voel ik mij thuis. Andere West-Vlaamse Franstaligen zijn naar de hoofdstad getrokken als ballingen." Congo was eveneens zeer belangrijk voor de familie, aldus Maurice Lippens. "Mijn grootvader Maurice was in de vroege jaren twintig gouverneur van Congo. Mijn vader was adjunct-conservator in de jaren dertig van het Albertpark in Kivu. Hij moest terugkeren naar België door de Tweede Wereldoorlog. Mijn oom, Robert Lippens, had een suikerfabriek in Moerbeke-Kwilu, nu Kwilu-Ngongo tegen Angola. Mijn vader wilde na de wereldbrand terug met zijn gezin naar de tropen, want dat was het paradijs voor hem, zijn vrouw en hij hoopte voor de vier kinderen. Toen werd hij gevraagd, gesmeekt door dokter Eugeen Mattelaere, een vriend van mijn vader, haast een broer, dichter en flamingant, met een delegatie van alle Knokse partijen: wilt u burgemeester worden? Mijn vader antwoordde: neen, ik reis terug naar Congo. De pleidooien hielden niet op en hij aanvaardde het ambt voor drie jaar. Hij is 21 jaar burgemeester gebleven.""Rond mijn adelstitel bestaat een groot misverstand, ik heb die niet ontvangen om mijn rol bij de strijd om de Generale Bank," zegt graaf Lippens ferm. "De toekenning werd besloten in februari 1998, maanden voor de betwisting tussen Fortis en ABN Amro over de acquisitie van de Generale Bank. Ik heb daarop een brief gekregen met het voorstel van die titel en zo'n aanbod wijst men niet af. Alles was in kannen en kruiken in de vroege lente en de affaire Generale Bank is maanden later losgebarsten. Noblesseoblige geldt voor iedereen, ik zou eerder stellen, éthiqueoblige, adel of niet speelt geen rol. Elke burger heeft de plicht om iets te doen voor de gemeenschap, à la de oproep van John Kennedy." 1988 is de Tweede Omwenteling van België. Maurice Lippens: "Gelukkig is Suez de overnemer van de Generale Maatschappij geworden en kon Etienne Davignon met zijn voorzitterschap beletten dat à la Alain Minc en Carlo de Benedetti alle dochters meteen en zonder veel discussie verkocht werden. Onder Suez is dat langzamer en oordeelkundiger gebeurd. Electrabel is de laatste etappe van de saga van 1988. Op emotioneel vlak is het spijtig, als Europeaan is het normaal, want op industrieel vlak logisch en goed. Dit is het lot van de ondernemingen van kleine landen. Novartis en Nestlé overleven goed in Zwitserland, ook Zweden en vooral Nederland bezitten nationale grootondernemingen. Zij zijn uitzonderingen. Ons lot is het overgenomen te worden en wie gelooft in Europa, dus in schaalvergroting, moet consequent zijn. Citibank en HSBC kunnen Fortis opeten bij het ontbijt als zij dat willen.""Een financiële holding is niet gericht op het bezit ten eeuwige dage van een bedrijf, hij kan dat bedrijf ontwikkelen en daardoor verliest de holding reeds vat op de zaak, het bedrijf groeit hem boven het hoofd en de natuurlijke uitweg en roeping van een financiële holding, is om de participatie te verkopen. Gérard Worms van Suez, evenals zijn opvolger Gérard Mestrallet, was bezeten door de controlepremie. De belasting op de meerwaarde zou misschien in enkele gevallen iets hebben tegengehouden. De Belgische bedrijvenverankering is als het zandkasteel op een strand waar een flinke golf aanrolt."De grote fout van ABN Amro was de geweldige arrogantie van de top en dat geven de directeuren en bestuurders vandaag toe, weet Maurice Lippens. "Jan Kallf en zijn staf arriveerden in Brussel met een privé-vliegtuig om de Generale Bank in te lijven en namen dergelijke airs aan, dat de VRT-verslaggevers daar een item over maakten. Dat was probleem nummer één voor ABN Amro. De problemen twee en drie zijn typische vennootschappelijke verschillen: in Nederland beslist de raad van bestuur, zo heet het management daar, en het management zegt ja of neen en niet de raad van commissarissen (onze raad van bestuur). Bovendien hebben de aandeelhouders in België meer zeggenschap, de aandeelhouders in Nederland bezitten vaak certificaten zonder stemrecht. Om hun arrogantie werd de leiding van ABN Amro niet ontvangen door bijvoorbeeld de koning. Probleem nummer vier luidde: Nederlanders mogen nooit andere Nederlanders aanvallen. Dat is een ongeschreven regel bij de noorderburen. De Nederlanders van Fortis waren woester dan de Belgen om de raid. Jan Kalff stuurde een amice-brief waar iedereen om lachte, en melde dat hij niet ten aanval ging tegen de Nederlanders, maar tegen de Belgen. Belachelijk. De Belgen van Fortis hadden niet verwacht dat de Nederlandse collega's op hun achterste poten zouden staan."In de wachtkamer van Maurice Lippens ligt Le Bal des Empires van Béatrice Delvaux en Stefaan Michielsen over de uitverkoop van de Belgische industrie. Maurice Lippens lacht: "De Nederlandse editie is uitgeput en Anton Van Rossum ontving als cadeau het laatste exemplaar uit de Koningsstraat. Het boek is grotendeels correct. Inderdaad was er druk, veel druk, maar druk van alle kanten. Louis Verbeke speelde mee met Fred Chaffart, Daniel Janssen ageerde tegen zijn broer, Paul-Emmanuel Janssen. Iedereen heeft iedereen gemanipuleerd in dat dossier en het was hard tegen hard. De voorstanders van de verkoop van Generale Bank aan Fortis dachten dat zij nooit zouden winnen. De cultuurverschillen tussen ABN Amro en Generale Bank zouden echter groot geweest zijn. ABN Amro vindt zichzelf dé bank en leeft in de waanwereld van de laatste jaren van de Generale Maatschappij, zegt men mij in Nederland." Het leven in Knokke kent veel meer variëteit dan Sint-Martens-Latem, oordeelt Maurice Lippens bij een vergelijking van de twee eliteplekken. "Aan de Leie leven Vlamingen en enkele Franstaligen, in Knokke heb je Vlamingen, Brusselaars, Walen, veel Nederlanders, Duitsers die kopen en blijven, en de Engelsen duiken opnieuw op. Knokke is een Europese microkosmos."Ik ben in feite executive chairman van de Compagnie hoewel de code-Lippens dat niet graag ziet, bekent Maurice Lippens. "Maar het is geen beursgenoteerde onderneming, wel een familiebedrijf. Ik heb drie zeer bekwame nieuwe niet-familieleden, niet-aandeelhouders in de raad van bestuur gebracht die beslagen vastgoedmensen zijn. Door die revolutie verkochten enkele aandeelhouders hun stukken wat ik ongelooflijk dom vind. Er worden serieuze stappen gezet om buitengaats te groeien. Knokke is eivol na het project Finisterrae. In Hardelot in Noord-Frankrijk ontwikkelen wij een nieuwe zone à la Het Zoute en dat neemt 20 jaar in beslag. De Compagnie wordt internationaler en kijkt ook naar Nederland.""Winston Churchill zei: sportsnever... Ik speel geen golf, mijn broer wel, soms met Albert Frère. Ik fiets urenlang door de polders, wandel en jaag in Spanje, Schotland, Frankrijk en Wallonië. Ik vraag me af waarom ik nog jaarlijks op wild schiet en Oscar Wilde oordeelde ( kijkt ondeugend): huntingistheunspeakableinpursuitoftheuneatable." Frans Crols"Superrijken? Ik ken er enkele en besef dat zij op een andere planeet wonen. Ik voel me bij hen niet op mijn gemak."