Geen betere graadmeter voor het prestige van een baas dan zijn assistente. En zelden zo'n vote of confidence gehoord als van Suwa Takako, de rechterhand van Overstijns. Afspraak met Overstijns in het hoofdkwartier van Janssen in downtown Tokio, maar de 51-jarige chemicus is even opgehouden.
...

Geen betere graadmeter voor het prestige van een baas dan zijn assistente. En zelden zo'n vote of confidence gehoord als van Suwa Takako, de rechterhand van Overstijns. Afspraak met Overstijns in het hoofdkwartier van Janssen in downtown Tokio, maar de 51-jarige chemicus is even opgehouden. Suwa ziet haar kans schoon om terug te blikken op de even verwoestende als traumatiserende aardbeving in maart 2011 die ook Tokio een mokerslag gaf. "Het was zeer angstwekkend. Ik vroeg me af of we gingen sterven", zegt Suwa. "Maar Toon-san (san is de aanspreekvorm voor volwassenen) zei dat we ons geen zorgen moesten maken. We zijn hier allemaal dankbaar dat we met hem hebben kunnen werken. Omdat hij ons niet in de steek heeft gelaten." 'Ons' is een ploeg van zowat 2000 werknemers, van wie de hoofdmoot huist in Tokio, enkele honderden afgevaardigden en route zijn en 120 mensen nabij de bekende berg Fuji werken in een productievestiging die wordt gemoderniseerd en uitgebreid. Even later stapt Overstijns guitig grijnzend en gezwind binnen. In het rek vallen luchtigere managementoeuvres als ' The no asshole rule' op, maar de tafel is gelardeerd met boeken over Afrika, zijn grote passie. Overstijns huist sinds 2009 in Japan. Daarvoor leidde hij ruim vijf jaar Janssen Duitsland en nog eerder bouwde hij mee de Centraal- en Oost-Europese markt uit. Maar het zijn vooral vier jaar ontwikkelingshulp, aansluitend op zijn studies scheikunde, die aan hem zijn blijven kleven. Overstijns trok voor onder meer Unicef naar Bangladesh en Ethiopië als chemicus verantwoordelijk voor water en sanitair. "Het was zowel menselijk als professioneel een uiterst nuttige en verrijkende ervaring. In Bangladesh was cholera een enorm probleem. Bij de minste verbetering van de kwaliteit van het drinkwater, zag je de mortaliteit dalen." "Na de aardbeving en tsunami was ook dit hier een uitdaging. Ik heb toen heel vaak teruggedacht aan Bangladesh. De meeste expats vertrokken meteen, maar ik wou tonen dat buitenlanders het goed menen met het land en niet komen als opportunisten. Dus ik bleef. En daar pluk ik ongewild de vruchten van", zegt Overstijns. "Ze zien me als iemand van hen. Ook de samenhorigheid in het managementteam is groter. Vergaderingen gaan vlotter. Of het ook de relaties met de overheden vergemakkelijkt? Dat kan ik niet zeggen, maar tijdens een gesprek polsen Japanners steevast of ik hier was tijdens of na de aardbeving." Nochtans was de druk op Overstijns groot. "Zelfs mijn moeder belde voortdurend en zei dat ik gek was om hier te blijven. Maar als je kapitein bent op een schip, vertrek je niet met het eerste roeibootje. Mocht ik Japanner zijn en mijn baas zijn biezen zien pakken, zou ik ook zeggen dat die man nooit meer moet terugkomen." "Mijn gezin was hier niet, maar zou ik wel hebben weggestuurd. Alleen al voor de stress. Alarmen gingen af, stoelen rolden door de kamer, ook bij de talrijke naschokken. Ik verzeker u dat het spectaculair was. En het nucleaire aspect maakte het des te dramatischer. Gelukkig kan dit gebouw tegen een stootje. In plaats van staal werd in het beton hard rubber verwerkt. Het staat ook op veren, een pneumatisch systeem." Cijfers over de Japanse activiteiten worden niet bekendgemaakt. Maar dat Janssen Pharmaceutical KK, zoals de Japanse tak heet, erg belangrijk is voor Janssen en diens moederbedrijf Johnson & Johnson, lijdt geen twijfel. Japan is na de VS nog altijd de grootste farmamarkt ter wereld. "We waren het voorbije halfjaar met een stijging van 16 procent zelfs het snelst groeiende farmabedrijf in Japan", zegt Overstijns. "En als ik denk aan de nieuwe medicijnen die we op de markt gaan brengen, staan we voor een stevige groeifase." 34 procent van de omzet van Janssen Pharmaceutical komt van halffabricaten en grondstoffen die zijn vervaardigd in de vestigingen van Janssen Pharma in Geel of Beerse. "Maar het is uitgesloten dat een geneesmiddel dat werd ontwikkeld in België, hier zomaar op de markt komt", zegt Overstijns. "De wetgeving laat het niet toe. Japan verwacht dat je researchdata Japans zijn. De logica is dat geneesmiddelen wellicht anders worden geabsorbeerd door de Japanse voedingsgewoonten en de kleinere gestalte van Japanners. De autoriteiten willen zeker niet de fout maken om een geneesmiddel te brengen dat niet geschikt is voor hen." "Klinische studies worden volledig overgedaan. Daardoor kwamen medicijnen hier vaak pas zes tot tien jaar na Europa op de markt. De Japanse autoriteiten zijn dat beu, en we doen er alles aan om het nieuwe middel voortaan ongeveer gelijktijdig op de markt te brengen. Onze 400 onderzoekers werken daarom van meet af aan samen met de vestigingen in België of elders", zegt Overstijns, die vele gelijkenissen ziet tussen het Belgische en Japanse gezondheidszorgsysteem. "Wachtlijsten zijn er in Japan wel bijna niet en dat is vrij uniek in de wereld." "Een Japanse dokter ziet per dag ook meer dan 100 patiënten, dankzij extreme efficiëntie. Hier vul je bij een doktersbezoek eerst een blad in en kruis je aan wat de klachten zijn. Assistenten meten dan bijvoorbeeld je temperatuur of bloeddruk. Pas op het laatste moment kom je bij de arts die in enkele minuten je bezoek afhandelt. De uitleg over de geneesmiddelen krijg je achteraf wel bij het verplegend personeel." Overstijns ziet vooral voor de Vlaamse biotechbedrijven nog veel kansen in Japan. "De Japanse markt is niet minder toegankelijk dan andere markten. De regels zijn nu zelfs zo transparant dat je hier sneller kan bewegen dan in de meeste andere markten. Er is geen corruptie en de Japanse goedkeuringsautoriteiten zijn welwillend. Bovendien wordt het intellectuele eigendom hier enorm goed beschermd. Je zult ook voldoende wetenschappers vinden en kapitaalkrachtige businesspartners. Geweldige voordelen voor een biotechbedrijf dat hier wenst te starten." Het Gentse biotechbedrijf Innogenetics is al gekocht door een Japans farmabedrijf, Fujirebio. Overstijns voorspelt dat er nog zulke operaties komen. "De Japanse farma-industrie was altijd succesvol, maar vandaag zijn er duidelijk minder producten in de pijplijn. Een aantal bedrijven is wel rijk aan cash, maar de biotechtrein hebben ze hier deels gemist." "Als biotechbedrijf moet je wel beseffen dat de relatie met een partner sterk steunt op wederzijds vertrouwen. Een CEO zei me bij de ondertekening van een contract dat dat papier van geen tel was. Het was een zaak van vertrouwen. Tot processen komt het hier ook nauwelijks, en ik kan vergelijken met Duitsland waar heel wat processen lopen." Bestraffing gebeurt in Japan door mogelijk gezichtsverlies. "Als je onder CEO's een akkoord hebt en iemand houdt zijn woord niet, verliest hij zijn gezicht. Het is een groot land, maar onder ondernemingen een klein dorp. Eén keer in de fout gaan en je kan het overal vergeten. Maar een keer dat je krediet hebt verdiend, is het ook gemakkelijker." Intussen krimpt de Japanse bevolking - en markt - onherroepelijk door de snelle vergrijzing. Nu is een op de vier Japanners ouder dan 65. In 2020 zal dat een op de drie zijn, tegen een op de zes in België. "Ze krijgen weinig kinderen. Omdat de carrière eerst komt, ze heel laat werken en er ook weinig incentives zijn", zegt Overstijns. "Kindergeld bestaat hier niet en kinderzorg ontbreekt. Er zijn geen crèches. Dat is allicht het grootste obstakel. We hebben interne kinderopvang voorgesteld, maar dat vonden ze geen goed idee. Velen komen van de periferie en willen geen uur pendelen met hun kind op de schoot in een overvolle metro. Ze vroegen een gym in de plaats." "Immigratie zou meer moeten worden gestimuleerd en geapprecieerd. Minder dan 1 procent van de bevolking is allochtoon. Kijk naar de taxi's, allemaal Japanners." Overstijns vindt Japan geen land om een partner of gezin mee naar toe te nemen. "Je ziet heel veel expats vol enthousiasme arriveren met hun partner en vaak eindigt dat in een tragedie. Na zes maanden ben je uitgewinkeld en heb je alle musea bezocht. En dan wil je tijdens het weekend het land verkennen, tot je de prijzen ziet. 1000 euro voor het minste vluchtje. Je integreren in de Japanse maatschappij is uiterst moeilijk. Professioneel is dat minder opvallend, maar het gezin of de partner die thuis zit, heeft het hier zwaar. Vaak keert het gezin na een jaar al terug." "Het is hier ook duur. De belastingen zitten gemiddeld op 40 procent. Dus netto hou je absoluut meer over dan in België. Maar de huur en de levenskosten zijn veel hoger. Terwijl bij ons bijvoorbeeld gemakkelijker nieuwe schoenen worden gekocht, wordt hier eerder naar de schoenmaker gestapt. Japanners shoppen ook voortdurend op het internet. Winkelen bij een kruidenier vinden ze pure geldverspilling." BERT LAUWERS IN TOKIO"Een Japanse dokter ziet per dag meer dan 100 patiënten, dankzij extreme efficiëntie" Toon Overstijns "De meeste expats vertrokken meteen, maar ik wou tonen dat buitenlanders het goed menen met het land en niet komen als opportunisten" Toon Overstijns