Er was een tijd dat ik aan mezelf extreem hard wilde bewijzen dat ik nog fysieke inspanningen aankon. Ik was midden dertig en had een zware nekoperatie achter de rug. Iemand was in de file achteraan in mijn wagen ingereden en ik hield er een whiplash aan over. Om te tonen dat ik na die operatie niet beperkt was in mijn kunnen, greep ik terug naar motorcross. Ik wilde bewijzen dat ik nog echt kon sporten en niet was veroordeeld tot pakweg een avondje darts spelen. Zo ben ik nu eenmaal.
...

Er was een tijd dat ik aan mezelf extreem hard wilde bewijzen dat ik nog fysieke inspanningen aankon. Ik was midden dertig en had een zware nekoperatie achter de rug. Iemand was in de file achteraan in mijn wagen ingereden en ik hield er een whiplash aan over. Om te tonen dat ik na die operatie niet beperkt was in mijn kunnen, greep ik terug naar motorcross. Ik wilde bewijzen dat ik nog echt kon sporten en niet was veroordeeld tot pakweg een avondje darts spelen. Zo ben ik nu eenmaal. "Als kind knutselde ik zelf al crossmotors in elkaar, bijvoorbeeld door oude motors ergens op de kop te tikken, te repareren en al het overbodige eraf te halen. Als dertiger leek het me toch beter gewoon crossmotors te kopen. Twee heb ik er aangeschaft. Ik heb er nooit mee op de baan gereden, altijd op het circuit. Zoals Stefan Everts en Joël Smets, maar dan minder goed ( lacht). "Motorcross is misschien niet de meest doorsneesport voor een manager, maar het is wel puur amusement. Zeker omdat ik het vijf jaar later ook samen met mijn zoon kon doen. De eerste paar jaar bleef ik sneller dan hij, maar op een bepaald moment moest ik hem na enkele rondes toch loslaten. Die jongeren zijn van elastiek en durven veel meer, hè. Al heeft hij me nooit gedubbeld" ( lacht). "Wat motorcross vooral doet, is je systeem helemaal leeghalen. Je moet de hele tijd geconcentreerd blijven op het parcours. Je kunt dus niet crossen en ondertussen aan iets anders denken. Daarom rijd ik mijn motors nog zo'n drie tot vier keer per jaar warm, maar de drang om dat te blijven doen, vermindert nu ik ouder word. Sinds zo'n vijf jaar geleden gaan we dan ook niet meer regelmatig langs op het circuit, ook al omdat mijn zoon niet meer thuis woont. "Wat ik nu doe, is nog veel beter. Twee tot drie keer per week, en zeker elk weekend, ga ik lopen, vaak langs de waterlijn aan de kust. Vanaf de plek waar ik woon in de duinen is het net tien minuten lopen tot het water. De perfecte opwarming voor een serieuze training, want de zachte ondergrond van het strand maakt de training nog wat zwaarder. Ideaal om me voor te bereiden op wedstrijden, want ik ben ook lid van een triatlonclub. Hoewel ik niet lang kan zwemmen of koersen op de fiets zonder dat mijn nek pijn gaat doen." "Mijn dochter zwemt, mijn zoon fietst, en samen doen we kwarttriatlons. Zij vuren me regelmatig aan om mijn trainingsschema voor de tien kilometer en de ten miles flink af te werken. Lopen vind ik enorm rustgevend. Alles wat met het werk te maken heeft, verdwijnt tijdens zo'n training uit je hoofd. En zodra je hoofd leeg is, komt er opnieuw ruimte om zaken spontaan te laten opborrelen. Of je te laten inspireren door je omgeving. Tijdens het lopen flitsen ideeën door mijn hoofd die ik nooit zou krijgen als ik er twee uur lang over zou zitten nadenken achter mijn bureau. Soms kom ik thuis en neem ik meteen een blad om alles te noteren. 'Is het weer zover?' vraagt mijn echtgenote dan. "Ik ben er daarnaast rotsvast van overtuigd dat ik veel beter tegen stress kan als ik in goede conditie ben. Stress kan iets positiefs zijn, maar in de zes maanden na mijn nekoperatie merkte ik toch dat ik veel sneller geprikkeld was omdat ik minder kon bewegen dan ik gewend was. Een goede conditie is voor mij dus onontbeerlijk om dagelijks goed te kunnen functioneren. Als het over stress gaat, ligt mijn kantelpunt nu veel verder."