Guido Muelenaer
...

Guido MuelenaerDe minister van Migratie- en Asielbeleid, Annemie Turtelboom (Open Vld), pleit in haar beleidsbrief voor een systeem van economische migratie. Knelpuntvacatures kunnen dan ingevuld worden door migranten die al langer dan een jaar in ons land verblijven. Het is een matige aanzet, maar het voorstel lokte meteen veel reactie uit. Ondernemers pleiten al langer voor meer en vooral makkelijkere toevoer van buitenlandse werkkrachten. De krapte op de arbeidsmarkt neemt immers toe. Vooral in Vlaanderen wordt de situatie langzaamaan precair. Er zijn gemiddeld nog maar 3,2 vacatures per werkzoekende. Een diepterecord. In de regio Kortrijk-Roeselare bedraagt die ratio zelfs 2,5. Knelpuntvacatures oplossen via migratie is dus op zich een goed idee. Maar laten we ons vooral geen illusies maken. Migratie zal geen voldoende oplossing betekenen voor de tekorten op de arbeidsmarkt. Ze is hoogstens een hulpmiddel. Laat staan dat de migratie, zoals sommigen denken, een oplossing kan zijn voor de vergrijzing. Om een idee te geven: 50.000 migranten zijn goed voor een stijging van de werkgelegenheidsgraad met 0,25 procentpunt. Maar in België moet die werkgelegenheidsgraad nog 7 à 8 procentpunt hoger. De aantallen migranten die hiervoor nodig zijn, zijn onverwerkbaar voor onze samenleving. Het wordt bovendien steeds moeilijker om migranten naar hier te halen. Landen als Polen kampen ook al met een tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Daar zoekt men steeds meer mensen in Wit-Rusland of Oekraïne. Zelfs Oost-Duitsers gaan er hun heil zoeken. De lonen en het welvaartspeil stijgen in alle Oost- en Centraal-Europese landen en daarmee daalt de aantrekkingskracht van onze contreien. Polen begint zelfs een terugkeercampagne onder het motto 'Dichter bij je werk! Dichter in Polen!' Je hebt twee soorten migranten: laaggeschoolde en hooggeschoolde. Van de laaggeschoolde hebben we er al voldoende. De werkloosheid die we nog hebben, bestaat voor een te groot deel uit laaggeschoolde migranten. Economische migratie moet zich dus niet richten op deze categorie. De voorrang moet worden gegeven aan de herscholing en integratie van de 'werklozen van hier'. Die weg vergt wel meer inspanning, maar het resultaat is duurzamer. In Brussel en Wallonië moet deze aanpak zelfs absolute voorrang krijgen: beide regio's hebben nog altijd een hoge werkloosheid. In Vlaanderen is dat minder vanzelfsprekend. Eens te meer een bewijs dat het arbeidsmarktbeleid best geregionaliseerd wordt en dat dit consequenties heeft voor andere federale beleidsdomeinen, zoals het migratiebeleid. Economische migratie moet zich dus toespitsen op het aantrekken van hooggeschoolde kenniswerkers. Vaak wordt de vergelijking gemaakt met immigratielanden als Australië, Canada, de Verenigde Staten enzovoort. De Europese Unie werkt trouwens aan een alternatief voor de Amerikaanse green card: de zogenaamde blue card. Het Verenigd Koninkrijk werkt met een puntensysteem waarbij men migranten kiest in functie van de arbeidsnoden. Een aantrekkelijk systeem. Maar voor de continentale Europese landen moeten we daar niet al te veel van verwachten. Duitsland voerde in 2000 een grote actie om 25.000 informatici vanuit het buitenland, vooral India, in te voeren. Het programma werd een halve flop: slechts 12.000 van de vacatures geraakten ingevuld. Hooggeschoolden uit het buitenland hebben een ruime keuze als ze beslissen om hun land te verlaten. Ze zullen voor landen kiezen waar ze veel geld kunnen verdienen en waar ze zich snel kunnen opwerken. Daarin presteren de traditionele migratielanden beter. Ons land heeft op dat vlak een bijzonder groot probleem. Onze hoge lonen worden zwaar belast. Een topinformaticus kan in de VS een veelvoud verdienen van bij ons. Bovendien wordt hij daar meer met open armen ontvangen dan in een kleinburgerlijk land als België, waar een vreemde nationaliteit en zeker een andere huidskleur problemen voor integratie en opwaartse mobiliteit blijven betekenen. Hooggeschoolde migranten op ruime schaal aantrekken, is dus onbegonnen werk als België niets doet aan een heleboel randvoorwaarden. In de eerste plaats de flexibilisering van de arbeidsmarkt, waardoor een grotere spanning tussen lage en hoge lonen ontstaat. Bovendien moet er een mentaliteitsverandering komen tegenover buitenlanders. Zolang we een aantrekkelijke en ruimhartige sociale zekerheid hebben, zullen we veel laaggeschoolde migranten aantrekken die uit zijn op een sociaal gesubsidieerd luilekkerleventje. Het verplicht ons om erg selectief te zijn in elk systeem van economische migratie. Zo selectief en zo gecontroleerd dat het succes ervan beperkt zal zijn. (T) de auteur is hoofdredacteur.