"Ze is er vanzelf gekomen, ze zal vanzelf ook wel weer verdwijnen," orakelde Guy Mathot ( PS) ooit over de Belgische staatsschuld. Vooral in het begin van de jaren tachtig stapelde de regering begrotingstekorten van 10 % en meer op, met als resultaat een snel stijgende overheidsschuld, die nog werd aangedikt door de rentesneeuwbal die gaan rollen was. Ruim twintig jaar later worstelen we nog altijd met die hoge schuld. Het heet al een succes dat de schuld weer minder zwaar weegt dan het bruto binnenlands product (BBP).
...

"Ze is er vanzelf gekomen, ze zal vanzelf ook wel weer verdwijnen," orakelde Guy Mathot ( PS) ooit over de Belgische staatsschuld. Vooral in het begin van de jaren tachtig stapelde de regering begrotingstekorten van 10 % en meer op, met als resultaat een snel stijgende overheidsschuld, die nog werd aangedikt door de rentesneeuwbal die gaan rollen was. Ruim twintig jaar later worstelen we nog altijd met die hoge schuld. Het heet al een succes dat de schuld weer minder zwaar weegt dan het bruto binnenlands product (BBP). De overheid moet jaarlijks nog altijd ruim 15 miljard euro uitgeven aan rentelasten. Dat betekent dat 15 miljard euro van de betaalde belastingen niet voor hun eigenlijke doel dienen: het financieren van onderwijs, justitie, sociale bescherming, overheidsinvesteringen enzovoort. De rentelasten wegen steeds minder zwaar en dat creëert wat budgettaire ruimte. Sommigen gaan zelfs zover om de staatsschuld daarom te bejubelen. Maar wat als de rente weer stijgt - wat er dik inzit op langere termijn - en rente-tegenvallers weer de regel worden? Zullen ze de staatsschuld dan nog bejubelen? Erger nog is dat deze budgettaire ruimte al drie keer volledig is opgesoupeerd. In drie jaar zijn Guy Verhofstadt & co. erin geslaagd om het jaarlijkse uitgavenpatroon (vóór rentelasten) met 17 miljard euro op te trekken. Gevolg: de begroting komt onder zware druk en de regering slaagt er alleen nog in om nieuwe tekorten te vermijden door eenmalige inkomsten aan te boren in nooit eerder geziene hoeveelheden. Maar structureel zit de begroting al voor 1 % in het rood en dat in tijden van relatief goede conjunctuur. Een structurele lastenverlaging - een must om de werkgelegenheid op te trekken - is in deze omstandigheden onbetaalbaar. De burger betaalt zich nu al jarenlang blauw aan belastingen zonder dat daar zelfs een vooruitzicht op beterschap tegenover staat. België kan het zich zelfs niet veroorloven wat ruimte te creëren door het tekort wat te laten oplopen, precies omdat de schuld nog zo hoog is en precies omdat die schuld zo snel mogelijk naar beneden moet om de kosten van de vergrijzing te kunnen dragen. "Microchirurgie" is de term die de regering bezigt om het prutswerk in het begrotingsbeleid te beschrijven. Microchirurgie snijdt echter het kankergezwel van de staatsschuld niet weg, integendeel, de kanker woekert verder in de economie. De voorbije twintig jaar heeft België geen stap vooruit gezet in de verbetering van de werkgelegenheid. België staat nog altijd aan de kop van het schuldenpeloton en bengelt achteraan als het op het scheppen van banen aankomt. Dat is geen toeval. Deze regering heeft niet alleen de moed niet om diep te snijden. Ze heeft ook niet de moed om toe te geven dat er wat schort. Neen, ze kraakt liever een pensioenfonds om de schijn van het begrotingsevenwicht hoog te houden, met als gevolg dat op lange termijn de verbintenissen nog verder oplopen. Was het adagio van Jean-Luc Dehaene (CD&V) dat de problemen pas aangepakt moeten worden als ze zich aandienen, dat is de marsorder van Verhofstadt: pak de problemen pas aan als ze niet meer doorgeschoven kunnen worden. Après nous le déluge is van alle tijden, maar deze regering maakt het toch al te bont. Daan Killemaes