Niet zelden wordt de Leuvense professor Herman Daems, de nieuwe voorzitter van de Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (Gimv), geëtiketteerd als porteriaan. Hij wuift het label weg, al geeft hij grif toe dat hij enkele ideeën volgt van de hoogleraar aan de Harvard Business School (zie ook Trends van 3 juni 1999). Midden jaren '80 werkte Daems overigens samen met Porter aan competitie-onderzoek.
...

Niet zelden wordt de Leuvense professor Herman Daems, de nieuwe voorzitter van de Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (Gimv), geëtiketteerd als porteriaan. Hij wuift het label weg, al geeft hij grif toe dat hij enkele ideeën volgt van de hoogleraar aan de Harvard Business School (zie ook Trends van 3 juni 1999). Midden jaren '80 werkte Daems overigens samen met Porter aan competitie-onderzoek. Een schande is het allerminst om op goede voet te staan met de meest gevraagde én meest gewaardeerde managementgoeroe. Die eerste eer moet hij delen met Tom Peters, de topwaardering met Peter Drucker, de grootvader van de managementgoeroes. Porter en Drucker staan zelfs in academische kringen op een goed blaadje, al serveren ze hun theorieën doorgaans vrij toegankelijk. Dat merken we ook in het nieuwe boek Porter over concurrentie, waarin de Harvard-econoom en sterconsultant een rist basisartikelen met zijn inzichten verzamelt. De bundel bevat grotendeels eerder gepubliceerde uiteenzettingen. Bij om het even welke andere goeroe zou je zo'n bundel meteen als opgewarmde kost terzijde schuiven. Bij Porter ga je algauw toch weer lezen. Bovendien heeft hij er ook een paar nieuwe verhandelingen in opgenomen, waarvan er één meer toelichtingen brengt over een van zijn succesconcepten: clusters en concurrentie. Wie Porter uitspreekt, denkt onvermijdelijk ook aan het begrip cluster. Zijn definitie ervan: "Een aantal in elkaars nabijheid gevestigde, met elkaar verbonden bedrijven en daarmee samenhangende instellingen die op een bepaald werkterrein actief zijn en die onderling veel gemeenschappelijks hebben of elkaar aanvullen. De geografische schaal van een cluster kan uiteenlopen van een enkele stad tot een land en zelfs tot een netwerk van aangrenzende landen."In een cluster bevinden zich sterke concurrenten en degelijke toeleveranciers. Ze profiteren op een positieve wijze van elkaars nabijheid. Eén van de klassieke tips van Porter luidt niet toevallig: "Gebuik excellente concurrenten als motivators om de eigen efficiëntie en kwaliteit op te trekken." In deze bundel focust Porter onder meer op het concurrentievoordeel van de cluster. Hij puurt er nieuwe beleidsplannen uit voor bedrijven, regeringen en instellingen.Hopelijk lezen ook de Belgische politici dit deel. Ze leren er dat politiek wel degelijk een invloed heeft op concurrentiekracht en clustervorming. Ze worden er ook aan herinnerd hoe belangrijk het regionaal of lokaal economisch beleid wel is - ook en zelfs nog sterker in een mondiale economie.Michael Porter, Porter over concurrentie. Contact, 442 blz., 1600 fr. ISBN 902549613X.LDD