Heroïek, romantiek en dramatiek. Top 1000 van de Belgische wielrenners portretteert duizend renners die 150 jaar wielersport kleur gaven. Met verhalen, over de vedetten die met een aureool van onsterfelijkheid door het leven stapten, maar ook over heel wat andere renners, die ieder op hun manier een rol speelden in het peloton. Het boek gaat over vallen en opstaan, triomfen en tragedies - de wielersport is een metafoor van het leven. Dat is de verdienste van de a...

Heroïek, romantiek en dramatiek. Top 1000 van de Belgische wielrenners portretteert duizend renners die 150 jaar wielersport kleur gaven. Met verhalen, over de vedetten die met een aureool van onsterfelijkheid door het leven stapten, maar ook over heel wat andere renners, die ieder op hun manier een rol speelden in het peloton. Het boek gaat over vallen en opstaan, triomfen en tragedies - de wielersport is een metafoor van het leven. Dat is de verdienste van de auteur Jacques Sys, de hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Hij koos ervoor ook in te zoomen op het karakter van de wielerpersoonlijkheden. Van de bekendste namen komt ook het leven na de koers aan bod. Zeker voor de vroegere generaties was de overstap naar het normale leven niet altijd makkelijk. Een voorbeeld is Rik Van Steenbergen, een van de eerste naoorlogse Belgische superkampioenen. Hij bleef tot een stuk in de veertig toprenner en verdiende bakken geld in het zesdaagsecircuit. Na zijn loopbaan was hij zo goed als binnen, een zeldzaamheid in die periode. Maar relationele problemen en een drugszaak maakten dat hij aan lagerwal dreigde te raken. Uiteindelijk kreeg hij zijn zaken toch geregeld. Een ander verhaal is dat van generatiegenoot Fred De Bruyne. Na zijn loopbaan werd hij wielercommentator voor de BRT. Maar ondanks zijn grote populariteit werd hij eind jaren zeventig bedankt voor bewezen diensten. Zijn taalgebruik was niet zuiver genoeg en De Bruyne had weinig interesse in het verslaan van andere sporten. Na een passage als sportdirecteur trok hij zich terug in het Zuid-Franse Seillans, waar hij op 64-jarige leeftijd overleed. Daar is een plein naar hem vernoemd. Van die duizend wielrenners zijn er natuurlijk tal van namen waar zelfs een fervente sportliefhebber nauwelijks van heeft gehoord. Of namen van wielrenners die zo goed als vergeten zijn. Zoals Pol Verschuere, in de jaren tachtig drie keer winnaar van een Tourrit, waarvan een op de Parijse Champs-Elysées. Wie vandaag zo'n palmares kan voorleggen, is een vedette. In het boek wordt opzettelijk geen rangschikking gemaakt van de beste wielrenners, omdat generaties niet of zeer moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Al krijgen de grootsten uit de Belgische wielergeschiedenis - zoals Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Rik Van Looy - wel extra aandacht.