De auteur is hoogleraar strategisch management aan de Rijksuniversiteit Groningen en lector bij het Amsterdam Fashion Institute.
...

De auteur is hoogleraar strategisch management aan de Rijksuniversiteit Groningen en lector bij het Amsterdam Fashion Institute. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog was Los Alamos (New Mexico) het centrum van geheim onderzoek, eerst naar de atoombom, daarna de waterstofbom. Hier werden nog twee andere belangrijke wetenschappelijke bewegingen op gang gebracht. De eerste was het grootschalig inzetten van computerrekenkracht, want de kernfysici probeerden natuurlijk zo goed mogelijk de processen die ze zouden ontketenen, te berekenen en te simuleren. Maar tegelijk wisten ze dat die kernexplosies nooit helemaal voorspelbaar waren. Daarvoor speelden te veel factoren een rol. Dat werd de aanzet tot de chaos- dan wel de complexiteitstheorie. Centrale inzichten zijn hierbij dat kleine oorzaken grote gevolgen kunnen hebben en grote rekencapaciteit niet kan verhinderen dat bij complexe adaptieve systemen de voorspellingskracht gering blijft. Vanuit Los Alamos richtten in 1984 een aantal wetenschappers in het nabijgelegen Santa Fe een nieuw instituut op. Meer dan elders wilden ze de grenzen tussen de disciplines overschrijden, mede omdat ze met elkaar een holistische, antireductionistische visie op de natuur deelden. De Nobelprijswinnaar Murray Gell-Mann, die steeds meer door de complexiteitsbenadering was gegrepen, werd de eerste president van dit Santa Fe Institute. Ook Stuart Kauffman, een van de meer creatieve en radicale 'chaoten', kwam over. Daarnaast werden economen als Kenneth Arrow (nog een Nobellaureaat) en Brian Arthur geëngageerd. Met haar congressen en langdurige workshops werd Santa Fe stilaan een echt wetenschappelijk centrum. Ook onderzoekers die voortbouwden op de nieuwe, fenomenale computerrekenkracht bleken door de stad aangetrokken. Chemische proeven op pc. In The Info Mesa ( Norton, 2003) beschrijft wetenschapsjournalist Ed Regis hoe onderzoekers en wetenschappelijke entrepreneurs als Dave Weininger, Anthony Rippo en Anthony Nichols al jaren bezig waren slimme programma's te construeren waarmee chemische en biologische componenten tot pure informatielijnen werden getransformeerd. Zo werd het mogelijk chemische en biologische proeven totaal virtueel, dat wil zeggen met een computer in plaats van in laboratoria, uit te voeren. Hierdoor is de productiviteit op dit vlak meer dan verduizendvoudigd in het voorbije decennium. Dankzij deze programma's, die intussen door alle grote bedrijven in de sector worden gebruikt, zijn de ontwerpers en hun bedrijfjes ( Daylight, Bioreason, OpenEye) inmiddels multimiljonairs. Waarom zoveel van hen in Santa Fe terechtkwamen, is niet helemaal duidelijk, maar zo gaat dat met de meer succesvolle kennisclusters. The Info Mesa is een levendig verhaal over het ontstaan van dit cluster, al had het wat mij betreft rechtlijniger, met minder vooruitblikken en flashbacks gemogen. Voor de beginjaren van het Santa Fe Institute en van de theorieën die hier ontsproten, kan je dan ook nog steeds beter terecht bij het intussen tien jaar oude 'Complexity. The Emerging Science at The Edge of Order and Chaos' van Mitchell Waldrop ( Penguin, 1992). Regis dacht blijkbaar: complexiteit, dat kan ik ook! Daarbij komt dat het in de ene alinea nog over het bedrijf Bioreason van Rippo gaat en in de volgende over de BiosGroup rond Kauffman - absoluut niet hetzelfde! Maar zoals ook bij Waldrop komen de protagonisten goed als mensen van vlees en bloed uit de verf. De ene (Weininger) verzamelt tweedehands straaljagers, de andere is een onverbeterlijke serieondernemer (Rippo) en de belangrijkste wellicht, Kauffman, doet het echt voor de wetenschappelijke lol. Wetenschap verdient goed. Welke conclusies kunnen we hieruit trekken voor de kenniseconomie? De eerste is dat met de meest fundamentele wetenschap goed geld valt te verdienen. Santa Fe is door al deze ontwikkelingen een convergentiepunt geworden voor wetenschappelijke instellingen en dataverwerkingsbedrijven. In zo'n omgeving is het niet nodig wetenschappers in grote instituten samen te brengen. Zestig onderzoekers in een club, dat vinden ze daar veel. In zekere zin is dat economisch gezien het slechte nieuws. Hoe groot de massa gegevens ook is die er verwerkt wordt, ze doen dat zo snel en automatisch dat er niet veel werkgelegenheid uit voortkomt. Volgens Regis is dat het grote verschil met Silicon Valley, waarvan het succes meer op fysieke hardwareproductie is gebaseerd. Santa Fe is zodoende een meer levendige stad geworden, maar zonder de nadelen ervan. Wat weer een pre is om creatievelingen aan te trekken. Toxische stoffen. Daarnaast wordt weer eens bevestigd dat wetenschappelijke doorbraken meestal in de overlappende gebieden van de disciplines worden bereikt (toevallig een belangrijke stelling van de chaostheorie zelf). Wat dus in schril contrast staat met de traditioneel monodisciplinaire organisatie van de wetenschap. Het mooist wordt dit geïllustreerd met het verhaal van Stuart Kauffman, die ten slotte zijn theorieën ook loslaat op grootschalige logistieke problemen van bedrijven als South West Airlines en Procter & Gamble. Al werd mij op dit punt de toegevoegde waarde van de complexiteitstheorie niet duidelijk. Na 11 september 2001 is het Kauffmans BiosGroup overigens niet zo goed gegaan. In BusinessWeek konden we onlangs lezen dat het is overgenomen en de meeste medewerkers zijn ontslagen. Dit in tegenstelling tot de wetenschappelijke dataverwerkingsbedrijven, die juist geprofiteerd hebben van de crisis. Want meer dan ooit is de overheid geïnteresseerd in snelle methoden om toxische stoffen te detecteren en bestrijden. Dany JacobsDe wetenschappelijke instellingen verwerken de massa gegevens zo snel en automatisch, dat er niet veel werkgelegenheid uit voortkomt.