De auteur is redacteur briefings van The Economist.
...

De auteur is redacteur briefings van The Economist. De eerste voorspelling is vrij zeker omdat de gemiddelde temperatuur in het voorbije decennium al hoger was dan in elk jaar van de vorige eeuw. Tenzij een vulkaanuitbarsting het zonlicht tegenhoudt in de stratosfeer, mogen we in 2013 meer van hetzelfde verwachten. De tweede voorspelling komt uit omdat, op een vergadering in Stockholm in september, het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) uitpakt met een eerste deel van zijn jongste reeks rapporten over de klimaatverandering. Bij iedere evaluatie tot nu toe ging de begeleidende commentaar over een toestand die ernstiger was dan ooit tevoren. Oppervlakkig gezien is dat juist. De mens verandert het klimaat met de uitstoot van koolstofdioxide en die uitstoot wordt steeds groter, zodat de klimaatvooruitzichten somberder worden. Maar het antwoord op de vraag hoeveel schade dat aanricht, is niet zo scherp omlijnd. Het klimaat is afgrijselijk complex en hoe meer erover gedacht wordt, hoe groter het afgrijzen wordt. In 1995 vroegen enkele onderzoekers van de Carnegie Mellon University aan klimaatonderzoekers hoeveel de aarde zou opwarmen mocht de koolstofuitstoot verdubbelen. De marge die zij 'waarschijnlijk' achtten was vrij breed, de marge die zij 'mogelijk' achtten nog een stuk breder en de waarschijnlijkheid dat verder onderzoek de onzekerheid zou verminderen, omschreven ze als 'klein'. Een studie uit 2010 bevestigde het laatste deel van die analyse: de onzekerheid veranderde inderdaad weinig, hoewel de voorspellingen iets omhoog gekropen waren. Elf van de dertien experts plaatsen de mediaan van de opwarming tussen 3 en 3,5 graden. Een van de problemen is dat, als wetenschappers een beter model willen opbouwen, ze rekening moeten houden met almaar meer processen die in het klimaat omgaan, zoals de invloed van de verschillende wolken, of de manier waarop veranderingen in de vegetatie processen kunnen tegenhouden of versnellen. Het nieuwe rapport van het IPCC geeft dus een vollediger en rijker beeld van hoe het klimaat werkt, maar biedt geen grotere zekerheid over hoe het zich in de komende decennia en eeuwen zal gedragen. Niettemin belooft het rapport een verbetering. De scenario's voor de toekomstige koolstofuitstoot zijn verfijnd. De verschillende aspecten van de fysica van de wolken worden grondiger behandeld, evenals de mogelijke manieren om die fysica te wijzigen. Het IPCC was altijd vrij zwijgzaam over de mogelijkheden van dat soort bewuste afkoelingstechnologie, maar lijkt er nu toch meer aandacht aan te besteden. De taal die in het rapport gebruikt wordt om de waarschijnlijkheden aan te duiden, moet duidelijker zijn. Dat geldt ook voor de conclusies van het IPCC en het wetenschappelijk onderzoek dat ze ondersteunt. Striktere procedures zorgen ervoor dat fouten zoals de bewering dat de Himalaya al zijn gletsjers zou verliezen, waarschijnlijk niet voorkomen in het volgende rapport. De recente hervorming van de IPCC-procedures verandert echter weinig aan zijn neiging om zich toe te spitsen op evoluties waar consensus over bestaat. De onzekerheden worden veelal omzeild omdat ze onverteerbaar zijn voor wetenschappers. Maar uitgerekend de onzekerheden kunnen belangrijk zijn voor het beleid. Neem bijvoorbeeld die cruciale vraag over de opwarming die kan worden verwacht bij een verdubbeling van de CO2-uitstoot. Vorige keer zei het IPCC dat die tussen 2 en 4,5 graden zou liggen, en dat daar 66 procent kans op was. Dat betekent dat er 17 procent kans is dat ze meer of minder bedraagt. Robert Socolow, een energie- en klimaatbeleidsanalist aan Princeton, heeft erop gewezen dat precies die extremen nadrukkelijker bekeken moeten worden, omdat hun gevolgen aanzienlijk zijn. En hun waarschijnlijkheid is misschien laag, maar niet zo heel laag: 17 procent is de kans dat u zich bij een spelletje Russische roulette door het hoofd schiet.OLIVER MORTONWetenschappers houden niet van onzekerheden, en proberen ze dus te omzeilen.