Na de Rode Poort van Jan Hoet : een Groene Pasen van Bart Cassiman. En een zwarte kijk op de wereld.
...

Na de Rode Poort van Jan Hoet : een Groene Pasen van Bart Cassiman. En een zwarte kijk op de wereld.Wandelend door Deurle schiet mij die tentoonstelling in Milaan te binnen, over de bouwsels van een architect die ook na de nederlaag een trouwe aanhanger van Mussolini was gebleven. Er hing een raadsel rond die tentoonstelling. Want hoe kon een fascist dergelijke lichtvoetige bouwsels bedenken, glazen doosjes waar het licht zo royaal naar binnen kon glijden ? "Uw reactie is typisch die van een noorderling," zei de designer Andrea Branzi, die in de belendende zalen een overzichtstentoonstelling rond Italiaanse design had ingericht. "Wij Italianen zien dat anders. Licht glijdt hier niet naar binnen. Het beukt. Het verplettert. Een architect die hier een glazen huis tekent, is daarom een architect die voor de dood opteert. Hij laat geen ruimte voor schaduwen, nuances, koelte, schakeringen, intimiteit en rust. Hij is iemand die als bij een ondervraging voortdurend een spot op je gezicht richt. Bij jullie is zo'n glazen architect een open geest. Voor ons is hij een fascist, een crimineel." Op één of andere manier bleef een vergelijkbare dubbelheid in mijn hoofd hangen terwijl ik door "Groene Pasen" wandelde, een tentoonstelling in het Museum Dhondt-Dhaenens, met zes kunstenaars die door Bart Cassiman werden geselecteerd. Ook al heeft hij het nu zelf over een intuïtieve keuze, waarbij geen thema's voorop werden gesteld, toch staan er opmerkelijk veel werken die aan het glazen huis refereren. Ze ademen dezelfde ambivalentie als degene die door Branzi werd aangegeven. Soms ademen ze een sfeer van geborgenheid en rust, zoals in het geval Robert Suermondt, die een datcha, een hotel of een villa van F.L. Wright schilderde, door rijkelijk groen omgeven. Elders echter, zoals in de doeken van Carla Klein, blijken de glazen constructies niet meer dan aquariums en terrariums te zijn, hokjes waarin de natuur gevangen wordt gezet en waaruit elk leven weg is. Beschenen door een verblindend wit licht hebben ze iets akeligs, en ademen ze verstikking. Even giftig oogt bovendien het groen van een glazen bak op een foto van Stephen Wilks, een kopieermachine, terwijl Aglaia Konrad de glazen binnentuin van het museum in reusachtige foto's van een labyrintisch grootstadsleven heeft gevangen gezet. Het glazen huis, in deze contreien toch ook het democratisch symbool bij uitstek, is één van de beelden die in deze tentoonstelling op die manier in een veelkleurige echo door de zalen gestuurd worden, tot troebelheid elke heldere kijk verdrijft. Groene Pasen is in essentie een tentoonstelling over dingen en vormen die zoals de hoogst fascinerende sculpturen van Peter Rogiers, die her en der in de zalen staan uitgespreid binnenstebuiten keren, worden uitgerekt, smelten, zich omkeren tot hun tegendeel, en op het punt staan om te verdwijnen in het amorfe, de vormeloosheid. Het huis was altijd al een centrale metafoor in de tentoonstellingen van Cassiman. Kunstwerken leken vaak in de meest letterlijke zin een veilig schuiloord, voor een wereld in ontbinding. Maar nu lijken die huizen zelf aangetast door die gangreen. Er is geen zekerheid. Niet één.MAX BORKA Groene Pasen. Tot 31 maart in het Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, Deurle. Tel. (09) 282.51.23Easton (Robert Suermondt, 1996).