Jan en Marie hebben tijdens hun leven een aardig roerend inkomen opgebouwd. Zo hebben ze meer dan 1 miljoen euro op een effectenrekening staan. Hun portefeuille bestaat uit aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. Als ze niets ondernemen om hun successie te plannen, zullen hun kinderen op die portefeuille heel wat successierechten moeten afdragen. Hun roerend vermogen schenken via een hand- of bankgift lijkt de beste oplossing, maar dan zijn Jan en Marie hun portefeuille kwijt. Ze willen de inkomsten -- de intresten en de dividenden -- blijven krijgen en tegelijk de controle over de beleggingsstrategie behouden. Om de inkomsten te blijven ontvangen, kunnen ze een schenking met een voorbehoud van vruchtgebruik overwegen, maar dat valt niet te combineren met een hand- of een bankgift. Bovendien biedt zo'n schenking geen garantie op controle.
...

Jan en Marie hebben tijdens hun leven een aardig roerend inkomen opgebouwd. Zo hebben ze meer dan 1 miljoen euro op een effectenrekening staan. Hun portefeuille bestaat uit aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. Als ze niets ondernemen om hun successie te plannen, zullen hun kinderen op die portefeuille heel wat successierechten moeten afdragen. Hun roerend vermogen schenken via een hand- of bankgift lijkt de beste oplossing, maar dan zijn Jan en Marie hun portefeuille kwijt. Ze willen de inkomsten -- de intresten en de dividenden -- blijven krijgen en tegelijk de controle over de beleggingsstrategie behouden. Om de inkomsten te blijven ontvangen, kunnen ze een schenking met een voorbehoud van vruchtgebruik overwegen, maar dat valt niet te combineren met een hand- of een bankgift. Bovendien biedt zo'n schenking geen garantie op controle. De beste oplossing voor Jan en Marie is een maatschap op te richten. Eerst schenken ze hun roerend vermogen aan hun kinderen via een hand- of bankgift. Daarna brengen de kinderen de geschonken effecten voor 49 procent in een burgerlijke maatschap in. De resterende 2 procent komt van Jan en Marie in de vorm van een kleine geldsom. In ruil voor hun inbreng krijgen de kinderen en de ouders delen in de maatschap. Jan en Marie worden in de statuten benoemd tot de statutaire zaakvoerders van de burgerlijke maatschap. Dat betekent dat de kinderen hen niet kunnen afzetten, hoewel ze 98 procent van de delen bezitten. Een burgerlijke maatschap heeft heel wat voordelen. · Grote vrijheidDe statuten van een burgerlijke maatschap zijn een contract tussen de leden van de maatschap -- Jan en Marie en hun kinderen. De familie kan de statuten perfect aanpassen aan haar behoeften. Anders dan een klassieke vennootschap zoals een nv of een bvba heeft een burgerlijke maatschap geen rechtspersoonlijkheid. Brengt een van de leden een vermogensbestanddeel in, dan wordt dat geen eigendom van de maatschap, maar een mede-eigendom van de leden. Het aandeel van ieder lid in de mede-eigendom wordt vastgelegd in de statuten. Als de statuten daarover niets stipuleren, wordt het aandeel van elk lid bepaald in evenredigheid met zijn inbreng. De statuten van een burgerlijke maatschap zijn heel flexibel. Zo kan worden bepaald dat de inkomsten van de ingebrachte goederen niet in verhouding tot de inbreng van de leden worden toegekend, maar volgens een andere verdeelsleutel. Zo kan een groter deel van de inkomsten toevallen aan de leden met een minderheidsparticipatie -- Jan en Marie dus. · Verankering van de goederenAlle zaakvoerders -- Jan en Marie en hun kinderen -- hebben ruime bevoegdheden. Ze kunnen de ingebrachte goederen beheren, maar ze zijn wel verantwoording verschuldigd over het beleid dat ze voeren. De kinderen kunnen hun delen niet zomaar verkopen of wegschenken; daarvoor hebben ze het akkoord van hun ouders nodig. De zaakvoerders worden in de statuten doorgaans voor het leven benoemd, zodat ze onafzetbaar zijn. · Weinig kosten en discreetEen burgerlijke maatschap brengt weinig kosten met zich, omdat er geen jaarrekening of boekhouding nodig is. Een maatschap kan bovendien bij onderhandse akte worden opgericht, zodat de familie ook notariële kosten uitspaart. Voor een burgerlijke maatschap is geen minimumkapitaal, bankattest of financieel plan vereist. De oprichting ervan wordt niet in het vennootschapsdossier neergelegd of bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Derden krijgen dan ook geen kennis van het bestaan van de maatschap. Er is ook geen publicatieplicht bij een latere statutenwijziging, benoeming of ontslag van zaakvoerders. Een burgerlijke maatschap kan via notariële akte worden opgericht, als er roerende goederen worden ingebracht, maar dat brengt extra kosten mee. Bovendien wordt een notariële akte geregistreerd, waardoor het registratiekantoor op de hoogte is van het bestaan van de maatschap. · Fiscaal transparantEen burgerlijke maatschap heeft een zogenoemde fiscale transparantie. De maatschap verwerft zelf geen inkomsten -- dat doen de leden -- en hoeft bijgevolg geen vennootschaps- of rechtspersonenbelasting af te dragen. De inkomsten van de ingebrachte delen worden rechtstreeks belast in hoofde van de leden, volgens een verdeelsleutel die in de statuten van de maatschap is vastgelegd. Omdat de ingebrachte goederen tot het privévermogen van de ouders en de kinderen behoren, zijn de inkomsten uit de belegde kapitalen van roerende aard, en is op die inkomsten roerende voorheffing verschuldigd. · Tijdelijk karakterIeder lid heeft het recht de burgerlijke maatschap te laten ontbinden. Als onderdeel van een successieplanning is de bestaansduur van een maatschap afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende ouder. Als die overlijdt, wordt de burgerlijke maatschap van rechtswege ontbonden. De opheffing van een maatschap waarvan het vermogen alleen uit roerende goederen bestaat, kost 25 euro. De voorwaarde is dat de ontbindingsakte spontaan ter registratie wordt aangeboden, of dat de ontbinding wordt bekendgemaakt via een authentieke akte. Bij de ontbinding van een maatschap die uit onroerende goederen bestaat, is een verdelingsrecht van 1 procent verschuldigd op de totale verkoopwaarde van het onroerend goed. Als onderdeel van een successieplanning wordt een burgerlijke maatschap vooral gebruikt om roerende goederen over te dragen. Ook onroerende goederen kunnen worden ingebracht in een burgerlijke maatschap, maar dan gelden strengere regels, zoals een registratieplicht. Het is aanbevolen daarvoor een beroep te doen op een notaris. Er is ook een inbrengrecht verschuldigd, waarvan het tarief afhankelijk is van het soort vastgoed. Het tarief bedraagt 10 procent in het Vlaams Gewest en 12,5 procent in het Brussels en het Waals Gewest, als de ingebrachte goederen voor bewoning zijn bestemd. JOHAN STEENACKERSEen burgerlijke maatschap brengt weinig kosten mee, omdat er geen jaarrekening of boekhouding vereist is.