W eissweinschorle. Bezoekers van het pittoreske Rijnland kennen het wel, de witte wijn aangelengd met spuitwater. Het verzacht de smaak. Maar in het weekblad Der Spiegel van 31 augustus smaakte het bitter.
...

W eissweinschorle. Bezoekers van het pittoreske Rijnland kennen het wel, de witte wijn aangelengd met spuitwater. Het verzacht de smaak. Maar in het weekblad Der Spiegel van 31 augustus smaakte het bitter. Het was een oordeel over de Grote Coalitie van christendemocraten (CDU-CSU) en sociaaldemocraten (SPD) die sinds 18 november 2005 Duitsland bestuurt. Een verwaterde coalitie dus. Het was in hoofdzaak een regering van afwachten. Een regering voor het dagelijkse beheer. Weinig richtinggevend. Een regering zonder een groots, gemeenschappelijk project. De Grote Coalitie teerde vooral op de hervormingen die waren ingeluid onder de vorige roodgroene regering van Gerhard Schröder (SPD). Met als bekendste exponent de sterke hervormingen op de arbeids-markt via Agenda 2010. Bovendien surfte de Grote Coalitie tot diep in 2008 op de gunstige conjunctuurgolven. Mossel noch vis? Wellicht beoordelen de historici deze Grote Coalitie mild. Dat gebeurde ook met de eerste editie, van 1966 tot 1969. Onder bondskanselier Angela Merkel (CDU) zijn er geen echt zware fouten gemaakt. Het kabinet streefde steeds naar verzoening. In geen enkele regering waren de leden zo vriendelijk voor elkaar. Het was wellicht het eerste kabinet waar niet gebruld en geschreeuwd werd. Onder de vrouwelijke kanselier kreeg iedereen aandacht. Niemand werd de mond gesnoerd. Angela Merkel de moederkloek, altijd zorgend en wakend over haar kinderen. Een verklaring biedt de verkiezingsuitslag van 18 september 2005. Het werd de overwinningsnederlaag van Angela Merkel. Met een grootse, ambitieuze hervormingsdrang trok ze naar de kiezer. 48 uur voor de stembusgang voorspelden de opiniepeilers een kleine, maar stabiele centrumrechtse meerderheid van christendemocraten en liberalen (FDP). Maar Merkel strandde op 35,2 procent in plaats van 42 procent. De bondskanselier slikte meteen haar verkiezingbeloftes in en dus ook haar hervormingsijver. Ze werd in de daaropvolgende jaren zowat de meest onduidelijke bondskanselier. Dat vormt de basis van haar macht. Merkel wil links én rechts scoren. Hoe meer onduidelijkheid, hoe meer stemmen. Dat weerspiegelt zich in de verkiezingcampagne. Die is bijzonder mak. Steeds meer kiezers laten het afweten en stemmen niet. Voor Gabor Steingart, de voormalige politieke hoofdredacteur van Der Spiegel, is dat trouwens het meest probate middel voor een nieuwe politieke dynamiek bij onze oosterburen. In zijn boek Die Machtfrage. Ansichten eines Nichtwählers roept hij de kiezer op om thuis te blijven. Zodra de meerderheid van de Duitsers niet meer gaat stemmen, dwingt dat de politieke partijen tot verandering. Gelukkig zijn er toch nog thema's die de kiesstrijd kleur geven. De oorlog in Afghanistan bijvoorbeeld. De Bundeswehr is al ruim zeven jaar actief in Afghanistan. De dodenteller staat op 30 militairen. Het buitenland merkt het niet op, maar Duitsland verloor in Afghanistan weer zijn militaire maagdelijkheid. De Germaanse krijgskunst zat sinds de Tweede Wereldoorlog onder de verplichte stolp. Maar de oorlog in Afghanistan dwingt de Duitsers weer tot militaire operaties. Duitsers hebben weer leren vechten in een oorlog. De beide meerderheidspartijen zijn als de dood voor dit harde feit. Ze doen verwoede pogingen om dat weg te moffelen in de kiescampagne. Het Opel-dossier kunnen ze niet onder de mat schuiven. Een onwaarschijnlijke saga die kiezers, werknemers en werkgevers al een jaar in de ban houdt. En met een voorlopige ontknoping op donderdag 10 september. Opel werd verkocht aan de Oostenrijks-Canadese toeleveraar Magna. De droompartner van de Grote Coalitie. Tot ontsteltenis van de oppositie en menige Opel-vestiging in het buitenland. De Europese commissaris voor Mededinging, Neelie Kroes, nam openlijk het woord protectionisme in de mond. Kafferen op Duitsland is weer volop in trek, het land opteerde voor 'eigen volk eerst'. Het buitenland verwerkt de zwaarste sanerings-lasten. Magna krijgt er van de Duitse regering een toegift van 4,5 miljard euro leningen met staatswaarborg bovenop. De oppositie verkettert dat de Duitse belastingbetaler de sluitingskosten in het buitenland - Antwerpen - mag betalen. Voor de Grote Coalitie is vooral de job van de eigen kiezers cruciaal. Trappen die stembustrekkers wel noodzakelijk in die belofteval? Bij deelstaatverkiezingen eind augustus maakten de regeringspartijen een slechte beurt. Ook in Thüringen, waar Opel een vestiging heeft. En toch blijven de partijen beloven dat het allemaal rustig verder kan. We hebben het dan nog niet over de extreemlinkse partij Die Linke. Die wil over de hoofden van haar kiezers zomaar even 200 miljard euro uitstrooien. In de deelstaat Berlijn, waar Die Linke al sinds 2002 meeregeert, toont de partij echter de realiteit. De hoofdstad is met schulden overladen en daar trok Die Linke een echt bezuinigingsbeleid op gang. De christendemocraten beloven dan weer minder belastingen. Met welke middelen? Duitsland kijkt aan tegen een nooit geziene financieringsnood van ruim 300 miljard euro tot 2013. De Duitse parlementairen hebben nochtans grondwettelijk vastgelegd dat nieuwe uitgaven uitzonderlijk via schuldfinanciering kunnen. Ook de senioren leggen hun toenemende kiesmacht in de schaal. In 2008 kenden de pensioenen de hoogste stijging van het voorbije decennium. Goed voor een extra begrotingslast van 20 miljard euro. Er pleit een verzachtende omstandigheid voor de regering. De schuldenberg is uiteraard het gevolg van de bankencrisis. Maar Angela Merkel liet zich in snelheid pakken. In de lente van vorig jaar verklaarde de bondskanselier dat de crisis Duitsland misschien zou raken. Even later gaf ze mee dat de Duitse banken zeer solide instellingen waren. Maar vanaf de herfst werd het pompen of verzuipen. Met in enkele maanden een pakket van 610 miljard euro aan conjuncturele overheidsmaatregelen (zie kader De gulle Duitse overheid). Met die overheidsstimuli werd de crisis behoorlijk ingedijkt. Meer nog. Prognoses worden voortdurend opwaarts bijgesteld. Toch moet de echte saneringsgolf nog komen. Duitsland werd extra hard door de recessie getroffen. Het land voerde de voorbije jaren een exportgericht beleid met loonmatiging. De consumenten hielden de vinger op de knip, terwijl de export boomde. Tussen 2004 en 2007 was die export goed voor 60 procent van de economische groei. Maar dat maakt het land zo kwetsbaar. Bijzonder conjunctuurgevoelige sectoren zoals auto's, chemie en machinebouw betekenen twee derde van die export. Dat is de zwakke flank van Europa's grootste en 's werelds vierde economie - na de Verenigde Staten, Japan en China. Economisten verwachten nog een grote ontslaggolf. De meeste bedrijven maken vandaag gebruik van sterk door de overheid ondersteunde deeltijdse arbeid (zie grafiek De grote werkloosheidsprong). Maar de volgende maanden kunnen de ondernemingen niet langer die verzachtende buffer uitspelen. Het werkgelegenheidsorgaan Bundesagentur für Arbeit verwacht een klim van de werkloosheid tegen de zomer van 2011 van 3,5 miljoen naar 4,1 miljoen mensen. Want zelfs als de conjunctuur aantrekt, zal de capaciteitsbenutting van het productieapparaat nog geruime tijd onder die van de economische boerenjaren 2006 en 2007 blijven. Al geeft dat cijfer ook blijk van optimisme. Want vóór de zomer was men nog uitgegaan van 4,5 miljoen werklozen. Toch waarschuwt de economische onderzoeksinstelling Rheinisch-Westfälische Institut für Wirtschaftsforschung (RWI) in Essen voor overdreven optimisme. De crisis zal beenhard toeslaan in de socialezekerheidskassen. RWI ziet tot eind 2010 voor 25 miljard euro minder ontvangsten opdoemen. Om dat tekort op te vullen, moeten de bijdragen van de werknemers omhoog. Die bijdrageverhoging zal de grootste worden sinds de Duitse hereniging. Op een moment dat de werkgevers vrij massaal ontslagen doorvoeren. De stijgende werkloosheid is geen verrassing. De conjunctuur is duidelijk aan de beterhand. Bijna wekelijks stellen economen hun prognoses bij. Maar de arbeidsmarkt hinkt de conjunctuurcycli altijd achterna. Bovendien verhindert een hoger aantal werklozen niet noodzakelijk de opwaartse cyclus. Maar een negatieve impact op de consumptie lijkt wel onvermijdelijk. Het maakt dat de Duitse economie naar verwachting nog met ruim 5 procent zou krimpen in 2009. Een sinds de jaren dertig nooit geziene inzinking. Duitsland mag zich dus opmaken voor harde besparingtijden, na de verkiezingen van 27 september. En toch kennen deze moeilijke tijden ook enkele gunstige aspecten. De loden recessie heeft het debat over de solidariteitsstromen naar Oost-Duitsland naar de achtergrond verdrongen. Van 1991 tot 2006 werd 1200 miljard euro naar het oosten overgeheveld. Of drie vierde van het schuldenniveau van de Duitse overheid. Toch is Karl-Heinz Paqué, professor economie aan de universiteit van Maagdenburg, vrij optimistisch over de nieuwe deelstaten. In zijn boek Die Bilanz. Eine wirt-schaftliche Analyse der Deutschen Einheit schetst hij geen gitzwart scenario. Jawel, het land van de Ossi's is leefbaar. De transfers naar het oosten daalden gevoelig. Van een dieptepunt van 101 miljard euro in 1994, tot geen 20 miljard euro in 2008. En die laatste transfers komen vooral door het hoge aantal gepensioneerden, en een moeilijk uit te roeien structurele werkloosheid. Maar de lagere lonen maken het oosten competitief, ondanks een productiviteitsverschil van een kwart met het westen. Oost-Duitsland wordt geen eeuwige transfereconomie. "Vandaag staat Oost-Duitsland voor een tiende van de Duitse industriële productie. In 1993 was dat 3,5 procent", analyseert professor Paqué. "Het gaat dus duidelijk bergop. Maar dat laatste essentiële element ontbreekt nog. Namelijk het gebrek aan inno-vatiekracht van de Oost-Duitse economie. En het dichten van die kloof duurt nog heel lang. Ik hou niet van prognoses, maar het duurt nog wel 25 jaar." Door Wolfgang Riepl