De mopperende tot melancholische columns die Walter Ertvelt de afgelopen vijf jaar schreef voor het radioprogramma "Het einde van de wereld" staan te boek. Spreken ze ook nog op papier ?
...

De mopperende tot melancholische columns die Walter Ertvelt de afgelopen vijf jaar schreef voor het radioprogramma "Het einde van de wereld" staan te boek. Spreken ze ook nog op papier ?Walter Ertvelt veelzijdig noemen, klinkt als een understatement. Hij geniet bekendheid als schrijver van chansonteksten voor onder meer Johan Verminnen, Bart Van den Bossche en Hans de Booij. In kunstkringen staat hij geboekstaafd als promotor van beeldende kunst en directeur van de Waterfront Galerie in Gent. Daarnaast is hij entrepreneur pur sang met een eigen muziekuitgeverij en filmrechtenagentschap. Die professionele besognes stellen hem in staat om het aangename van pakweg de Cannes-filmku(n)st te combineren met het nuttige. Onder meer over zulke al dan niet professionele reizen bracht hij de voorbije vijf jaar verslag uit in Het einde van de wereld. In dat zondagavondprogramma op Radio 1 klinken wel meer tegendraadse stemmen, die er een kleurrijke paternoster van eigenzinnige reportages prevelen. Met zijn column, die bestaat uit een mozaïek van persoonlijke belevenissen, kunstkritieken en impressies, past Ertvelt perfect in het programma. Net als in die specifieke radiosfeer pendelen zijn teksten op een door emoties in koers gehouden cerebrale barometer. De hogedrukgebieden en depressies bestaan uit pittige commentaar, mopperende ironie en niet zelden een stevige brok melancholie. Ertvelt beschrijft een tentoonstelling van Edward Hopper, kijkt in een Volkegems volkscafé naar de Ronde van Vlaanderen, ontmoet de broer van Johan Verminnen in Brazilië. De bedrieglijke indruk van peis en vree doorbreekt hij door zijn scherpe tanden te zetten in sociale onrechtvaardigheid en de arrogantie van Vlaamse poenscheppers. Tussendoor voert hij een kruistocht tegen de mentale pollutie van banaliteit, kitsch en clichés. De hamvraag luidt of die verbale impressies ook standhouden op papier. Door zijn soms snedige, doorgaans succulente stijl blijven de columns alleszins bekoren. Helaas bezitten ze lang niet alle voldoende punch om z'n uitgebreide bundeling te verantwoorden. Vooral het gedroomde dagboek, waarmee de bundel afsluit, komt flauw over. Dat is des te vreemder, omdat juist deze vorm zich doorgaans leent voor vereeuwiging op papier. Brevier Kronieken van Het einde van de wereld is een uitgave van Sintjoris, 415 blz. . Aan de andere kant van de heuvel lijkt ook een geschikte titel voor de columns, maar onder die kaft bevindt zich een heel andere bundel. De Nederlandse journalist Gerard Jacobs brengt verslag uit van zijn reizen in conflicthaarden : interessante no nonsense impressies van (niet-)alledaagse waanzin. Contact, 182 blz. . LUC DE DECKER