Een van de mooiste keuzes die een familie kan maken, is haar dochters een secundaire opleiding te bieden. Meisjes ontwikkelen dan zelfvertrouwen en de vaardigheid beslissingen te nemen over hun leven en voluit bij te dragen tot hun gemeenschap. Maar in vele delen van de wereld krijgen meisjes niet meer dan een basis van lezen en rekenen.
...

Een van de mooiste keuzes die een familie kan maken, is haar dochters een secundaire opleiding te bieden. Meisjes ontwikkelen dan zelfvertrouwen en de vaardigheid beslissingen te nemen over hun leven en voluit bij te dragen tot hun gemeenschap. Maar in vele delen van de wereld krijgen meisjes niet meer dan een basis van lezen en rekenen. Ik ben nog een tiener. Was ik in een traditionele familie in Pakistan geboren, dan was ik nu getrouwd en had ik kinderen. Ik heb heel wat meisjes ontmoet die gedwongen werden de schoolbanken te verlaten om te trouwen of voor families te zorgen. Andere meisjes maken de school niet af wegens geweld, discriminatie, conflicten en armoede. In vele gevallen wordt de opleiding van meisjes gewoon niet naar waarde geschat. Dat breekt mijn hart. Zolang ik me kan herinneren heb ik graag geleerd. Als klein meisje in de Swatvallei in Pakistan gaf ik vaak denkbeeldige lessen aan de kinderen in de school van mijn vader. Ik droomde ervan dokter te worden (en later politica). Sinds ik een onderwijsactiviste ben -- voorlopig mijn favoriete carrièrekeuze -- had ik de gelegenheid heel wat invloedrijke mensen te ontmoeten. Ik kan me niet voorstellen dat zij zouden aanvaarden dat hun kinderen alleen basisonderwijs zouden krijgen. Waarom nemen onze politici dan genoegen met een basisopleiding voor kinderen die ze nooit ontmoet hebben, als we weten dat scholing het belangrijkste instrument is voor persoonlijke ontplooiing en nationale ontwikkeling? De onderwijsdoelstelling die de Verenigde Naties in september 2015 hebben afgekondigd, zet alle leden ertoe aan tegen 2030 iedereen gratis, rechtvaardig en kwaliteitsvol onderwijs te bieden. Maar die mooie woorden worden nooit werkelijkheid zonder een verbintenis om in secundair onderwijs te voorzien voor de kwetsbaarste meisjes. Voor de meesten van hen is een opleiding die verder gaat dan de meest fundamentele scholing, nog altijd een verre droom. In de armste landen maakt slechts 20 procent van de meisjes het lager secundair af. In Kenia, bijvoorbeeld, gaat minder dan de helft van de meisjes over van het basis- naar het secundair onderwijs. In mijn land, Pakistan, maken de armste meisjes zestien keer minder kans om de middelbare school af te werken dan de rijkste jongens. In vele landen houdt de overheid zelfs geen gegevens bij na het lager middelbaar. Terwijl ik in 2016 mijn studies voortzet, werk ik ook samen met mijn vader en onze collega's van het Malala-fonds om ervoor te zorgen dat onze leiders zich ertoe verbinden tegen 2030 voor elk meisje twaalf jaar van gratis, veilig en kwaliteitsvol onderwijs te garanderen. De Unesco schat dat tussen nu en 2030 elk jaar 39 miljard dollar extra nodig is om elk kind twaalf jaar gratis lager en middelbaar onderwijs te bezorgen. Dat lijkt veel, maar het geld is al beschikbaar. Het is een kwestie van prioriteiten. Acht dagen militaire bestedingen kosten evenveel als een jaar onderwijs voor allen. Gebrek aan gegevens is een andere moeilijkheid. We horen vaak dat meer dan 60 miljoen meisjes niet op de schoolbanken zitten, maar dat cijfer dekt slechts negen jaar onderwijs, geen twaalf. Hoe kunnen ministers degelijke plannen maken als er geen gegevens zijn over het hoger middelbaar onderwijs? Als de wereldleiders in 2016 bij elkaar komen om de mate van succes van de nieuwe onderwijsdoelstelling vast te stellen, moeten ze ook overeenkomen dat elk land gegevens moet verzamelen over de deelname van meisjes en jongens aan een volledige twaalfjarige onderwijscyclus. Ik maak me geen illusies over de taak die wacht, maar evenmin twijfel ik aan het vermogen van meisjes om hun droom te verwezenlijken. In de paar korte jaren dat ik heb kunnen opkomen voor het recht op onderwijs, heb ik vele moedige meisjes ontmoet die vastberaden zijn te leren. Terwijl ik over die nieuwe doelstellingen schrijf, denk ik ook aan de vriendinnen uit Syrië, die nu als vluchtelingen les krijgen in Libanon of Jordanië, aan de meisjes die ontkwamen aan Boko Haram in Nigeria en nog altijd vastbesloten zijn te studeren, en aan meisjes in Pakistan en Kenia die voor het eerst de kans krijgen naar de middelbare school te gaan. Mijn zusters inspireren me om door te gaan. We weten dat we deel uitmaken van iets groters. In 2016 worden onze stemmen gehoord.De auteur is studente, medeoprichtster van het Malala-fonds en jongste Nobelprijswinnares. MALALA YOUSAFZAIVoor de meest kwetsbare meisjes is een opleiding die verder gaat dan de meest fundamentele scholing, nog altijd een verre droom.