In de 18de en de 19de eeuw kenden de Britse schilders weinig succes op het vasteland. Ze waren te middelmatig, hadden te weinig picturale traditie, zo luidde het (voor)oordeel. Het was wachten tot Signac en de andere impressionisten vóór een schilder als J.M.W. Turner als een voorloper, en vooral als een volwaardig kunstenaar werd beschouwd. Hij was immers zo "dom" geweest om aquarellen te schilderen, die per definitie minderwaardig waren ten opzichte van olieverfschilderijen. In Groot-...

In de 18de en de 19de eeuw kenden de Britse schilders weinig succes op het vasteland. Ze waren te middelmatig, hadden te weinig picturale traditie, zo luidde het (voor)oordeel. Het was wachten tot Signac en de andere impressionisten vóór een schilder als J.M.W. Turner als een voorloper, en vooral als een volwaardig kunstenaar werd beschouwd. Hij was immers zo "dom" geweest om aquarellen te schilderen, die per definitie minderwaardig waren ten opzichte van olieverfschilderijen. In Groot-Brittannië zelf boekten de aquarellisten op het einde van de 18de eeuw successen, bij kunstliefhebbers en mecenassen. De industriële vooruitgang stak een handje toe: dankzij de uitvinding van de aquarelblokjes moesten ze veel minder materiaal vervoeren. Terwijl het aquarel vroeger slechts een technisch procédé was, gebruikt in de militaire en burgerlijke cartografie, werd het een middel bij uitstek om met snelle, vloeiende trekken pittoreske beelden op te roepen of met soms delicate, soms exuberante lijnen het landschap te schetsen. De tentoonstelling die momenteel loopt in de Fondation de l'Hermitage in Lausanne, is bijzonder gevarieerd, zowel in de behandelde onderwerpen als in de plaatsen die worden afgebeeld. Honderdvijftig werken van een zestigtal kunstenaars werden bijeengebracht uit voornamelijk Engelse musea en privé-verzamelingen. De namen van de kunstenaars dwingen respect af: de meest bekende, zoals Turner, Constable (die, nadat hij mooie wolken had geschilderd, op de achterzijde van het doek details als de lichtintensiteit en de windrichting noteerde) en Bonington hangen naast pioniers als Paul Sandby (zijn tekenkunst is fabelachtig), Francis Towne (een beeld van Lausanne en het meer, bij zonsondergang) of de extravagante Füssli, die in Zwitserland geboren was, maar in Londen werkte. De schilderijen zijn vaak klein en moeten dus best van dichtbij bekeken worden. Dan komen de fijne trekken het mooiste tot hun recht, of de vurigheid waarmee sommige kunstenaars schilderen.De aquarellisten keken ook naar het verleden. De Italiaanse Renaissance inspireerde de prerafaëlieten, hier vertegenwoordigd door Dante Gabriel Rossetti en Simeon Solomon. In hun schilderijen worden de vloeiende lijnen van het aquarel een veelkleurig vlechtwerk, een Middeleeuwse illuminatie. Met recht krijgen de Britse aquarellisten in deze tentoonstelling een flamboyant, artistiek huldebetoon van een zeer hoge niveau. "L'âge d'or de l'aquarelle anglaise, 1770-1900". Fondation de l'Hermitage, 2 route du Signal, 1000 Lausanne, Zwitserland. Tot 24 mei, van 10 tot 18 uur, gesloten op maandag. Tel.: 0041-21-312.50.13 ALAIN DELAUNOIS