Naar analogie met Nederland beschikt Vlaanderen nu ook over een eigen bouwmeester: Bob Van Reeth. Deze spraakmakende Antwerpse architect waakt vanaf begin deze maand over de kwaliteit van de Vlaamse overheidsopdrachten. Geen gemakkelijke klus voor het lelijkste land ter wereld, zoals collega Renaat Braem het in 1968 placht te zeggen.
...

Naar analogie met Nederland beschikt Vlaanderen nu ook over een eigen bouwmeester: Bob Van Reeth. Deze spraakmakende Antwerpse architect waakt vanaf begin deze maand over de kwaliteit van de Vlaamse overheidsopdrachten. Geen gemakkelijke klus voor het lelijkste land ter wereld, zoals collega Renaat Braem het in 1968 placht te zeggen. Na zijn studies aan het Hoger Sint-Lucasinstituut in Schaarbeek start Bob Van Reeth (55 j.) in 1968 zijn carrière als zelfstandig architect. Vier jaar later richt hij de ArchitectenWerkGroep ( AWG) op. Dit Antwerps kantoor - momenteel twaalf medewerkers - maakt snel naam met eigenzinnige creaties, zoals de verbouwing van een Mechelse begijnhofwoning of huis Botte in Battel. Na een periode van virtuoze vrijheid legt Van Reeth zich toe op geometrie en klassieke bouwonderdelen. Mooi voorbeeld daarvan is het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Antwerpen. Tussen 1973 en 1978 is Van Reeth actief bij krokus, de werkgroep voor de herwaardering van het stedelijk milieu, waarvan ook kunsthistoricus Geert Bekaert deel uitmaakt. In de jaren tachtig is hij weer in de ban van de verbeelding en de symboolbeladen onderwerpen, zoals blijkt uit het huis Rosmalen en het Zuiderterras in Antwerpen. Sinds bouwkundig ingenieur René Greisch van de Luikse school bij de projecten van de AWG werd betrokken - onder meer voor de verbouwing van het Koning Boudewijnstadion in Brussel en de kantoren van uitgeverij Altiora in Averbode - is het werk van Van Reeth soberder geworden. Deze strakke aanpak met veel respect voor de geschiedenis van de omgeving slaat bijzonder goed aan in Nederland. Van behaagzieke architectuurbeelden valt niets meer te bespeuren. De jongste jaren is Van Reeth dan ook vooral bij onze noorderburen actief: Vinkhoek Amsterdam, Veemarktkwartier Tilburg, stationszone Hilversum, Ledig Erf Utrecht, Riedijkshaven Dordrecht, Bolwerk Utrecht, Java-eiland Noordkade Amsterdam en Mariaplaats Utrecht. Behalve architect en beeldenstormer is Van Reeth ook sinds 1971 actief in het onderwijs: Sint-Lucas Gent, NHIBS Antwerpen, Coloma-instituutMechelen, Academie voor Bouwkunst Tilburg en - vanaf 1979 - het Henry Van de Velde-instituut, Hogeschool Antwerpen. Hij kreeg ook een hele rist onderscheidingen, zoals de Eugène Baieprijs (1983), de Charles Wilfordprijs (1987), nominaties voor de Rohe Award for European Architecture Barcelona (1990, 1992), het Bedrijfsgebouw van het Jaar (1994) en de Archinorm Stadsverfraaiingsprijs Nederland (1998). Als meester van een rumoerige klas - dixit het vaktijdschrift Archis - staat Van Reeth nu voor de moeilijke taak letterlijk en figuurlijk een lijn te trekken in het overheidsbeleid. Van Reeth: "De taak van de bouwmeester bestaat uit selecteren, adviseren en stimuleren. Door de keuze van architecten met sterke persoonlijkheden en eigen inzet hoop ik het Vlaamse architectuurlandschap een nieuw elan te geven. Op dit vlak vervult de overheid immers een voorbeeldfunctie." Ondanks zijn hooghartig imago, beschouwen vriend en vijand Van Reeth als de geknipte figuur om het roer om te gooien. De verwachtingen zijn hooggespannen. Maar de functie is slechts halftijds. Intussen blijft Van Reeth actief bij AWG en houdt hij nog tijd over voor zijn favoriete hobby: koken.