Zowat overal te wereld weten de antiquairs dat hij trapbollen en Franse pendules uit het einde van de negentiende eeuw verzamelt. Tegelijk is Severin Wunderman gek op schilderijen en tekeningen. Hij bezit bijvoorbeeld de grootste privé-collectie werken van Jean Cocteau (3700 om precies te zijn, waarvan veertien van de zeventien oliewerken die de kunstenaar met zijn vingers schilderde), en in zijn zeven huizen in Europa en de Verenigde Staten tref je doeken aan van de allergrootste meesters.
...

Zowat overal te wereld weten de antiquairs dat hij trapbollen en Franse pendules uit het einde van de negentiende eeuw verzamelt. Tegelijk is Severin Wunderman gek op schilderijen en tekeningen. Hij bezit bijvoorbeeld de grootste privé-collectie werken van Jean Cocteau (3700 om precies te zijn, waarvan veertien van de zeventien oliewerken die de kunstenaar met zijn vingers schilderde), en in zijn zeven huizen in Europa en de Verenigde Staten tref je doeken aan van de allergrootste meesters. "Ik ben een verzamelaar, maar zie dat niet als een investering. De enige investering die mij op een dag werd aangeraden, was een Miro - een kunstenaar waarvan ik zelf niet zo hou - en die heb ik achteraf met verlies doorverkocht. Ik vind het natuurlijk fijn om al die werken om mij heen te hebben, maar het allergrootste plezier beleef ik aan de wetenschap dat zij bestaan. Als ik ze morgen niet meer heb, blijven ze toch bestaan. Trouwens, op een goede dag zijn ze sowieso niet meer van mij. Alles wordt overgeërfd." Tempel des doodsSeverin Wunderman is een opvallende figuur. Hij heeft een doordringende blik die evenzeer van een goed hart als van vastberadenheid getuigt. Zijn kleding verraadt smaak voor kwaliteit en een voorkeur voor het maatwerk van Savile Row. Maar wat nog meer opvalt, is het briljanten juweel dat sinds enkele jaren nu en dan één van de revers van zijn colbert siert: een doodskop. Ook al vertoont de man totaal geen morbide trekjes, hij wordt op zijn minst beziggehouden door afbeeldingen van de dood. Zijn kantoor is een ware doodstempel. Rond een Magritte, een Chagall, een Delvaux en een Rubens (om er maar een paar te noemen) vind je hier doodskoppen in alle mogelijke versies. Het is een passie die zes jaar geleden ontstond, toen Severin Wunderman te horen kreeg dat hij aan kanker leed. "De eerste week heb ik gehuild, de tweede week haatte ik de hele wereld en de derde week heb ik tegen mezelf gezegd dat ik ofwel in mijn bed moest kruipen en de dood afwachten ofwel moest vechten. Ik heb gevochten." Omdat geld geen probleem is en zijn adresboekje een paar belangrijke relaties telt, wilde Wunderman dé drie kankerspecialisten van dat moment bezoeken: in Duitsland, Israël en de Verenigde Staten. De twee eersten zeiden dat ze niets voor hem konden doen. De derde weigerde hem zelfs te ontvangen. Maar een paar welgemikte telefoontjes brachten daarin verandering. "Ik wist dat de Amerikaanse regering zonet het mes had gezet in de subsidies voor de afdeling oncologie waarvoor deze professor werkte. Ik vertelde hem dat ik 5 miljoen dollar zou storten per jaar dat ik nog zou leven, als hij me tenminste wilde behandelen. Hij paste op mij een experimentele therapie toe waarvan de neveneffecten niet bekend waren. Dertig dagen lang kreeg ik injecties van 11.000 dollar per spuit. Het was een zeer pijnlijke ervaring. Ik zou het nooit opnieuw doen. Maar ik leef nog."Goed betaald door GucciIn 1997 nam het luxemerk Gucci de horlogefranchise van Severin Wunderman over voor een stevige prijs: 150 miljoen dollar voor de zaak, en nog eens 230 miljoen dollar voor de inventaris, de gebouwen enzovoort. "Ik heb ze zelfs laten betalen voor het laatste velletje toiletpapier dat er nog hing, omdat ze geprobeerd hebben me te belazeren, maar dat is ze niet gelukt." Zo'n 23 jaar lang trok Wunderman de kar voor Gucci: hij was goed voor een omzet van maar liefst 550 miljoen dollar, wat hun een nettowinst van 68 miljoen dollar in de horlogetak opleverde. "Zij hebben mij heel goed betaald voor de overname. Ik dacht eerst dat ik met pensioen zou gaan. Ik ben gaan golfen. Maar de verveling sloeg toe." En dus nam hij op zijn 62ste dat andere luxemerk, Corum, over. "Zonder valse bescheidenheid ben ik van mening dat ik tot de toptien van seigneurs in de uurwerkindustrie behoor. En ik zal de eerste zijn die twee keer slaagt, de eerste maal met Gucci, en nu met Corum." Vandaag telt Corum 130 werknemers en 540 verkooppunten wereldwijd, vertelt Wunderman, terwijl goedgebouwde mannen onophoudelijk de wacht lopen. "Ik weet niet of u het al hebt opgemerkt, maar ik heb een heel privé-leger om mij heen. Toen ik met Aldo Gucci werkte, heeft de Rode Brigade tweemaal geprobeerd me te kidnappen. Ik neem mijn voorzorgsmaatregelen, maar ik ben van niemand bang." Straatjongen in AmerikaWaaraan heeft dit kleine ketje uit Brussel zijn succesverhaal nu eigenlijk te danken? Welgestelde ouders? "Mijn vader verdiende het zout in de pap niet; hij was een kunstenaar, een dichter, een intellectueel. Hij sprak elf talen. Maar het was mijn moeder die de hand op de knip hield. Zij leidde in Laken een handschoenenfabriekje voor het Belgische leger. Mijn moeder stierf toen ik zeven was. En mijn vader overleed twee jaar later van verdriet. Van mijn tiende tot mijn negentiende woonde ik samen met mijn zus Bella in Los Angeles. Ik was op mijn zestiende van school gegaan en verkocht kranten. Op mijn zeventiende verdiende ik al minstens 2000 dollar per week, want ik kocht de kranten rechtstreeks en zette ze met commissie af bij de doorverkopers. En daarna werd ik concessiehouder van de parkings van het laatste bordeel van Los Angeles, The Garden of Allah. Voor 100 dollar had je een meisje, een etentje en een bungalow. De kerels die daar buiten kwamen, waren meestal goedgezind en het regende fooien." Terug in België werd Wunderman chauffeur van een groothandelaar in uurwerken. Hij was negentien jaar. "Twee jaar later stierf de groothandelaar. Ik bleef werken voor zijn weduwe en nam uiteindelijk de zaak over met veel krediet en promesses. Maar ik heb mijn schulden altijd terugbetaald."Op het einde van de jaren zestig kwam Wunderman puur toevallig in contact met Gucci. "In New York was ik een Gucci-boetiek binnengestapt. Opeens rinkelde de telefoon, maar er nam niemand op. Dat begon op mijn zenuwen te werken en dus nam ik de hoorn op. Het was Aldo Gucci die van de verdieping daarboven belde. Hij begon me uit te kafferen in het Florentijns en kwam daarna naar beneden om me van mijn lef te genezen. En ik, ik was al op weg naar boven. We botsten op de trap tegen elkaar op. Dan zijn we in lachen uitgebarsten vanwege de absurditeit van de situatie. En uiteindelijk hebben we over zaken gepraat. Aldo is mijn beste vriend geworden, mijn mentor. Hij heeft me alles geleerd. Ik ben, samen met een andere jood, zijn adviseur geworden."Baas van de bankBehalve een uurwerkbedrijf is Severin Wunderman ook de eigenaar van The Coffee Bean and Tea Leave Company in Californië en Zuidoost-Azië, een antiquariaat in Londen en een bank op de Kaaimaneilanden. "Een bank met mij als enige klant, omdat het in werkelijkheid een investeringsmaatschappij is." Waarom daar bovenop nog Corum, een bedrijf dat op het ogenblik van de overname niet meteen goede resultaten neerzette? "Omdat dit merk het lef had iets te doen dat niemand anders ooit heeft gedaan. Vier presidenten van de Verenigde Staten hebben een Corum laten maken met een echte gouden munt van 20 dollar. Je houdt ervan of je vindt er helemaal niks aan. Na de overname heb ik ruim 100 miljoen dollar in de marketing van Corum geïnvesteerd. Op het moment van de overname bedroeg de omzet 30 miljoen Zwitserse frank en was er een verlies van 7 miljoen. Vandaag hebben we een omzet van 100 miljoen Zwitserse frank en 6 miljoen winst met een productie van 35.000 horloges per jaar."Qua omzet is Brunei de beste markt voor Corum. Het duurste exemplaar sinds de komst van Wunderman is er eentje van 1 miljoen dollar. De emir die hem gekocht heeft, heeft zojuist een tweede besteld.Serge Van Maercke [{ssquf}]Wunderman is een groot kunstverzamelaar: hij bezit niet alleen schilderijen van Magritte, Chagall, Delvaux en Rubens maar ook de grootste privé-collectie werken van Jean Cocteau."Toen ik met Aldo Gucci werkte, heeft de Rode Brigade tweemaal geprobeerd me te kidnappen. Ik neem mijn voorzorgsmaatregelen, maar ik ben van niemand bang."