De auteur is redacteur bij Trends.
...

De auteur is redacteur bij Trends. Perceptie en realiteit botsen vaak. De Belgische banksector is voor veel mensen de belichaming van het kapitalistische systeem met zijn gigantische winsten. Maar economisch behoort de sector in België tot de middelmaat en buiten onze grenzen is hij het zwakkere broertje. In ons land verslaat de banksector andere sectoren niet qua winstgevendheid van zijn eigen middelen (zie tabel: Rentabiliteit van de Belgische banksector vergeleken met andere sectoren). In internationale vergelijkingen wordt de sector in de onderste regionen gedrongen. Om in de Europese concurrentiestrijd mee te draaien en aandeelhouders tevreden te houden, moeten de Belgische banken ofwel hun kosten verlagen, ofwel hun inkomsten verhogen. Gerenommeerde vakbladen als The Banker roepen financiële instellingen op om meer aandacht te besteden aan hun opbrengstenkant, nadat ze zich jaren hebben blindgestaard op de kosten. Die logica gaat ook in België op. Hier en daar kan nog wat vet weggesneden worden, maar in België zijn de fusies en de daarmee gepaard gaande kostenbesparingen grotendeels verteerd. Meer opbrengsten? Die zullen niet komen van de rente-inkomsten, want die zouden in 2004 stabiel blijven. Het manna moet worden gezocht in de 'diverse' inkomsten. Een eventuele heropleving van de conjunctuur (zie blz. 14) zou de beleggingen weer een duw in de rug geven en zou ook meer fusies en overnames aanmoedigen. In beide segmenten kunnen banken mooie inkomsten genereren. Maar dat geldt natuurlijk voor álle financiële instellingen, waardoor de Belgische banken hun concurrerend nadeel niet kunnen inhalen. De financiële sector moet nieuwe producten op de markt brengen om nieuwe inkomsten aan te boren. In 2004 zal de sector ijveren voor een gepaste reglementering voor bijvoorbeeld Pfandbriefe (door hypotheken gewaarborgde obligaties) en hedge-producten voor de wat meer risicovollere spaarder. Maar even belangrijk en nieuwer voor de sector is het verhogen van de inkomsten op de bestaande producten, lees: hogere tarieven. Het startschot werd gegeven in de kredietsector. De marges op kredieten werden abrupt verhoogd onder het motto dat de verhogingen een inhaalbeweging in internationale context waren. Volgend jaar zal die correctie, mede onder druk van de Basel II-normen, zich nog lichtjes verder zetten. Eind 2003 werd een zelfde inhaalbeweging ingezet in een ander segment: het betalingsverkeer. De politiek betwiste beslissing van Fortis om geldafhalingen aan zijn bankautomaten betalend te maken, is maar een eerste stap in de tariferingspolitiek die de banken in 2004 zullen voeren. Onder druk van de Europese regelgeving, die banken verplicht om buitenlandse overschrijvingen even prijzig te maken als binnenlandse overschrijvingen, zullen banken ook die activiteiten anders en hoger gaan tariferen. Een binnenlandse overschrijving kost namelijk nul euro. Willen de banken hun inkomstenverliezen op de vroeger dure buitenlandse overschrijvingen recupereren, dan kan dat niet anders dan door de binnenlandse hoger te prijzen. In 2004 zal de kruissubsidiëring tussen verschillende bancaire producten en processen wellicht de definitieve doodsteek krijgen, ook omdat steeds minder klanten bij één en dezelfde bank al hun producten willen aankopen. De klant gaat op zoek naar de beste prijs per product, de banken naar de beste prijszetting. De concurrentie moet ervoor zorgen dat die oefening niet bij alle banken tot tariefverhogingen leidt. Of misschien zal de overheid daar wel voor zorgen. Want een wetsvoorstel van de SP.A wil de tariferingspolitiek van de banken weer onderwerpen aan de prijscontrole. Werktitel: 'rentabiliteit is niet nodig'. Gevolg: de huidige aandeelhouders zullen rendabeler investeringen zoeken, of nieuwe aandeelhouders zullen de Belgische banken in een Europese consolidatieslag met een mooie discount kunnen kopen. An Goovaerts