De beleggers in verzekeringsmaatschappijen zijn er niet gerust in. Midden maart maakte de Europese beroepsfederatie CEA bekend dat de verzekeraars niet minder dan 250 miljard euro op tafel zullen moeten leggen om aan de nieuwe solvabilteitsregels te voldoen. Daar zullen de aandeelhouders voor moeten opdraaien.
...

De beleggers in verzekeringsmaatschappijen zijn er niet gerust in. Midden maart maakte de Europese beroepsfederatie CEA bekend dat de verzekeraars niet minder dan 250 miljard euro op tafel zullen moeten leggen om aan de nieuwe solvabilteitsregels te voldoen. Daar zullen de aandeelhouders voor moeten opdraaien. Eind december 2009 verscheen immers Solvency II in het publicatieblad van de Europese Unie. Die kaderrichtlijn legt de principes vast om het eigen vermogen van de verzekeringsmaatschappijen op te krikken, zodat ze in de toekomst bestand zullen zijn tegen financiële crisissen. De betrokken bedrijven schreeuwen echter moord en brand. Zij hebben de kredietcrisis toch goed overleefd, waarom zouden zij dan aan strengere eisen moeten voldoen? Toch kregen veel spaarders die in beleggingsverzekeringen (Tak 23) investeerden, een aanzienlijk verlies te slikken. De polissen bevatten namelijk risicovolle aandelen, die door de beurscrash van 2008 zware klappen kregen. Begin dit jaar gingen twee grote makelaars in ons land, Kobelco en Master Finance, failliet wegens malversaties. Volgens kredietbeoordelaar Standard & Poor's hebben de verzekeraars die veranderingen niet zien aankomen. Nochtans verhoogde het Europese college van toezichthouders op verzekeraars - Committee of European Insurance and Occupational Pensions Supervisors (CEIOPS) - in november 2009 de verplichte risicobuffers voor beleggingen in aandelen en bedrijfsobligaties met respectievelijk 40 % en 350 %. Ook de korting voor verzekeraars die in verschillende markten en landen beleggen, wordt ingeperkt. Dat zal volgens specialisten uit de sector zeker een invloed hebben op de balansen van de betrokken ondernemingen. Naar verwachting zullen de aandeelhouders de noodzakelijke kapitaalverhogingen moeten ophoesten. Dergelijke emissies drukken de koersen. Als de raad van bestuur kiest voor een reservatie van de winst om de buffers op te bouwen, komt het dividend onder druk te staan. "Concrete kapitaaleisen liggen echter nog niet vast", stelt Karel Van Hulle, hoofd van de afdeling Verzekeringen en Pensioenen van het directoraat-generaal Interne Markt van de Europese Commissie. "Op dit ogenblik vertalen wij de kaderrichtlijn in specifieke uitvoeringsbesluiten. De publieke hoorzitting vindt plaats op 4 mei 2010. Tegen de zomer moet dat rapport van 500 pagina's klaar zijn. Daarna zullen wij in een grootschalige impactstudie de aanbevelingen toetsen aan de wensen en mogelijkheden van alle betrokken partijen, inclusief de verzekeraars en de consumentenverenigingen. Op basis van die resultaten wordt dan de definitieve standaardformule opgesteld, die eind oktober 2012 in voege treedt. Het is niet de bedoeling dat Solvency II tot al te grote verschuivingen leidt." Dreigen de premies niet de hoogte in te schieten als de overheid al te strenge verplichtingen oplegt, waardoor de verzekeringnemer alsnog het gelag betaalt? Van Hulle: "Op dit ogenblik verkeert de sector niet in moeilijkheden. Bovendien ligt hij niet aan de basis van de kredietcrisis. Daarom lijkt een redelijke oplossing aangewezen. Een goed risicobeheer is zeker zo belangrijk als een minimumdrempel voor het eigen vermogen. In die zin spelen goed bestuur (corporate governance) en interne audit een cruciale rol. Hiervoor gaan we de verzekeringsmaatschappijen eenmaal per jaar aan een gewetensonderzoek onderwerpen om te zien of het eigen vermogen volstaat om alle behoeftes te dekken. Als derde pijler van Solvency II staat meer transparantie naar zowel de toezichthouder als de consument toe op het programma." Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een oplossing om de verzekeringsbeleggingen aan dezelfde voorwaarden te onderwerpen als gelijkaardige bankproducten. De huidige regels op het gebied van levensverzekeringen, gekoppeld aan aandelen (Tak 23) zijn erg summier. Hetzelfde geldt voor beleggingen in life settlements (doodsobligaties). Die producten zijn zeer complex, waardoor het gevaar voor misleiding groot is. Bovendien vertonen ze dezelfde kenmerken als traditionele beleggingsfondsen. In die zin werkt de Europese Commissie al van vóór de kredietcrisis aan een nieuw kader voor verpakte beleggingsproducten (Packaged Retail Investment Products). Conform de MiFID-richtlijn (Markets in Financial Instruments Directive) moeten die PRIPS-regels de beleggers beter beschermen tegen misleiding. Het uitwerken van horizontale normen voor drie sectoren die verticaal zijn gereguleerd, neemt echter veel tijd in beslag. In de loop van dit jaar worden er voorstellen verwacht. Ondertussen verscherpen de nationale toezichthouders de controle op de financiële sector. Zo ligt er bij het Belgische parlement een wetsontwerp op tafel om de bevoegdheden van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) uit te breiden (Twin Peaks). Toch komt er geen MiFID voor verzekeringen. Karel Van Hulle: "Polissen zijn complexer dan bancaire producten. Bij het nemen van een verzekering heb je meer nood aan dienstverlening. Een verhelderend gesprek tussen koper en verkoper is onontbeerlijk. Hier volstaat het invullen van een infofiche niet. Voordat we echter met concrete voorstellen afkomen, zullen we alle ideeën aan de praktijk toetsen. In ieder geval moet er meer harmonisatie komen. Ook de grensoverschrijdende verkoop moet verbeterd worden. In 2011 staat er ook een herziening van de richtlijn over de verzekeringsbemiddelaars op het programma om de transparantie, onder meer in de vergoedingen, te verbeteren. Vandaag worden er nog producten verkocht waarvan de kosten hoger zijn dan de opbrengsten. Zo betaal je in België voor elke bijdrage aan een pensioenspaarrekening soms een commissieloon van 3 %, terwijl het rendement 2,75 % bedraagt. Hetzelfde geldt voor groepsverzekeringen en het langetermijnsparen met verzekeringspolissen gekoppeld aan obligaties. Daarvoor durven banken soms dubbel zoveel kosten (6 %) aan te rekenen als het gewaarborgde rendement (3 %). Omdat de mensen het recht hebben vooraf te weten hoeveel ze zullen moeten betalen, zal de Europese Commissie de beginselen voor meer transparantie in de kostenstructuur vastleggen. Hetzelfde geldt voor de rechtstreekse verkoop van verzekeringen (direct sales)." Krijgt de sector inspraak in de procedure? Van Hulle: "In tegenstelling tot wat in vele lidstaten, waaronder ook België, het geval is, gaan wij bij de uitwerking van de wetgeving niet over één nacht ijs. Voor elk voorstel maken wij een uitgebreide impactstudie, die aan een soort van examencommissie onderworpen moet worden. Pas na haar goedkeuring kunnen we de tekst aan het college van commissarissen voorleggen. Als alle lidstaten dezelfde discipline zouden kunnen opbrengen, stond Europa nu al een pak verder. Een goede voorbereiding van de maatregelen is de beste bescherming tegen overregulering. Zo telt het beoordelingsverslag van ons ontwerp voor Solvency II uit 2007 niet minder dan 1000 pagina's aan toelichting op een rapport van 60 bladzijden." Ten slotte plant de Europese Commissie tegen juni 2010 een groenboek over pensioenen. Het zal de eerste keer zijn dat er een geïntegreerd rapport over de drie pijlers (sociale zekerheid, bedrijfspensioenen en levensverzekeringen) als discussiedocument gepubliceerd wordt. Na de consultatieronde zal de Commissie conclusies trekken, die tot beleidsacties moeten leiden. In de eerste plaats wordt de huidige bedrijfspensioenfondsenrichtlijn gemoderniseerd. Nog voor het einde van dit jaar zal de Commissie met de voorbereidende werkzaamheden beginnen. Ze wil een flexibel en betaalbaar systeem creëren dat de mensen ertoe aanzet tijdig een appeltje voor de dorst opzij te leggen. Nu zijn sommige mensen langer met pensioen dan ze gewerkt hebben. Dat kan de overheid niet blijven betalen! (C)Door Eric Pompen"Er worden verzekeringsproducten verkocht waarvan de kosten hoger zijn dan de opbrengsten."