De eerste schooldag zit er weer op. En ja, er beweegt veel in het onderwijs. Te veel zelfs, als je de gilde van het groene bord moet geloven.
...

De eerste schooldag zit er weer op. En ja, er beweegt veel in het onderwijs. Te veel zelfs, als je de gilde van het groene bord moet geloven. Hoewel? Leraars lijken voorlopig vooral te bakkeleien over het aantal leerlingen per computer. Voor de rest vertellen zelfs kleuterleidsters op de radio dat ze best tevreden zijn met hun loon. Stakingen hoeft minister Marleen Vanderpoorten ( VLD) dus in het laatste jaar van haar ambtstermijn niet meer te verwachten. De enige klacht bij het 'onderwijzend personeel' luidt: wanneer stopt nu eindelijk de veranderingsdrang? Dat is volkomen onterecht. Afgaande op de noodkreet van de Vlaamse KMO-bouwfederatie Nacebo is de nood aan bekwaam technisch personeel nooit zo hoog geweest. In tijden van stijgende werkloosheid is dat een vreemde paradox. Maar de kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven was altijd al een teer punt. Het is al jaren tijd voor een herwaardering van het technisch en beroepsonderwijs. En die komt er maar niet. Experimenten zoals automechaniek in de afdeling Latijn-Wiskunde zijn alleen maar toe te juichen. Het beruchte watervalsysteem - waarbij leerlingen van het algemeen secundair onderwijs geleidelijk afzakken naar technisch of beroeps - leeft vooral in de hoofden van ouders en leraars. De maatschappij daarentegen heeft vooral nood aan technici. Noem het een groot misverstand. Voor de gemiddelde germanist vormt de harde industrie niet bepaald het walhalla van zijn dromen. Leraressen Nederlands hebben meestal een geweldige overtuigingskracht, maar geen zwak voor de zilveren buizen van BASF. Begrijpelijk voor wie opgroeit met krinkelende waterdingen, maar de gevolgen zijn niet te overzien. Iedere puber zoekt naar cool en erkenning. Een industriële, technische opleiding is niet cool. Als morgen in Antwerpen de Schelde volstroomt met ammoniak omdat bij Degussa een en ander uit de hand loopt, dan heeft dat opnieuw gevolgen voor het al zo lage aantal chemiestudenten. Er zijn intussen genoeg boeken geschreven over de switch van de geïndustrialiseerde wereld naar een dienstenmaatschappij. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat iedereen naar de universiteit wil. De unief vormt het beste entreeticket voor een kaderfunctie in de dienstensector. Maar, zelfs in de dienstensector winnen de lagelonenlanden terrein. Banken beginnen stukken van hun business te outsourcen. Bieden technische beroepen minder kansen op de arbeidsmarkt? Vergeet het. Een loodgieter heeft meer werkzekerheid dan een germanist. Germanisten zijn er immers genoeg. Loodgieters daarentegen... De overheid kan natuurlijk elke kleuter bij de hand nemen en via allerlei begeleidingsprogramma's het schoolsysteem afstemmen op de arbeidsmarkt. En op termijn is desgevallend het maatschappelijke evenwicht weer een feit. Maar eigenlijk is het onzin te geloven dat de staat dit proces volledig kan dirigeren. Experimenteer dus gerust met het lessenpakket - meer technologie voor iedereen - maar maak u geen illusies: iedereen weet dat uiteindelijk alleen die grote BMW van de loodgieter en de elektricien aan het denken zal zetten. Vroeg of laat, toch. Hopelijk. Roeland Byl