J e kan de bevlogen toespraak van de Britse premier in het Europees parlement afdoen als louter opportunisme. Maar je moet erkennen dat hij dezelfde uitdagingen aanwees als Helmut Schmidt, die behoorde tot een generatie staatslieden waar Europa een nijpend tekort aan heeft. Over twintig jaar, zo voorspelt de Duitse oud-bondskanselier, wordt 80 % van alle producten die Europa nog maakt, goedkoper in China gefabriceerd. Hoe wapent Europa zich voor de economische toekomst en hoe blijft het sociale model van West-Europa overeind? Wat willen we met het continent Europa?
...

J e kan de bevlogen toespraak van de Britse premier in het Europees parlement afdoen als louter opportunisme. Maar je moet erkennen dat hij dezelfde uitdagingen aanwees als Helmut Schmidt, die behoorde tot een generatie staatslieden waar Europa een nijpend tekort aan heeft. Over twintig jaar, zo voorspelt de Duitse oud-bondskanselier, wordt 80 % van alle producten die Europa nog maakt, goedkoper in China gefabriceerd. Hoe wapent Europa zich voor de economische toekomst en hoe blijft het sociale model van West-Europa overeind? Wat willen we met het continent Europa? Het zijn vragen die gesteld worden in studeerkamers van de Europese elite, maar in het debat met de burger vermeden worden. Nochtans gaat de crisis van de EU daarover, niet om emotionele clichés waarvoor Jean-Claude Juncker applaus kreeg. Het verwerpen van de Europese grondwet is een symptoom van Europa's reële crisis, en die is: economische stagnatie. Blair waarschuwt dat de Europese Unie zonder ingrijpende economische hervormingen niet opgewassen is tegen nieuwe concurrenten en dat een heroriëntatie van de EU-begroting noodzakelijk is. Niet de Poolse loodgieter maar de Chinese en Indiase werklust bedreigen de Europese werknemers. Continentaal Europa huivert van Angelsaksische remedies. Maar als Ierland zich ontpopte tot een economisch succesverhaal, is dat niet vanwege de Europese subsidiestroom, wel door radicale hervormingen in de jaren tachtig. Blairs pleidooi voor een competitief Europa gaat verder dan een vrijhandelszone. Het is ook een politiek project. Over de concrete invulling zwijgt de Britse premier om tactische redenen, maar wat men er ook van moge denken, remedies komen evenmin uit Parijs of Berlijn. De Britten willen meer betalen als er meer middelen naar onderzoek en innovatie gaan. Zolang 400.000 Europese onderzoekers in Amerika geen drang hebben om terug te keren, loopt het fout met de Lissabon-agenda. Veertig miljard euro uitgeven aan boeren - zevenmaal meer dan aan wetenschappelijk onderzoek, opvoeding en innovatie - is achteruitgaan. Over een herziening van de landbouwsubsidies was men het al eens geraakt en dat pad kan de rest van Europa dus mee bewandelen. Er zijn andere terreinen, zoals deregulering, waarvoor Blair zeker steun krijgt van het Europese bedrijfsleven. En via de landbouwpolitiek legde Blair een direct verband tussen de Lissabon-doelstellingen, het debat over ons sociale model en Afrika. Schuldkwijtschelding en kansen voor ontwikkeling in arme landen zijn belangrijke thema's die Tony Blair op de internationale agenda plaatste. Frankrijk en Duitsland zouden de G8-top in Schotland best aangrijpen om meningsverschillen met Londen glad te strijken en een beeld neer te zetten van een nieuw, toekomstgericht Europa. Een Britse regering die het reparatiewerk aanvat, lijkt te mooi om waar te zijn. Toch heeft Europa geen lilliputters nodig die dwarsliggen. Het gevaar voor Europa ligt meer in inertie dan in het aanpakken van de uitdagingen die op ons afkomen. Erik Bruyland