Ondanks de lage rente staat bijna 250 miljard euro op de spaarrekeningen van de Belgen. Naast het traditionele spaarboekje winnen ook tak21-levensverzekeringen of -spaarverzekeringen aan populariteit. Een tak21 is een langetermijnbelegging die in een verzekeringsjasje zit en wordt aangeboden door verzekeringsmaatschappijen. De klant sluit een levensverzekering af met zichzelf als verzekerde en als begunstigde bij leven, en duidt een derde als begunstigde aan voor het geval dat hij zou overlijden in de looptijd van het contract. Hij bepaalt zelf hoeveel en wanneer hij wil sparen. Bovendien geniet hij kapitaalgarantie.
...

Ondanks de lage rente staat bijna 250 miljard euro op de spaarrekeningen van de Belgen. Naast het traditionele spaarboekje winnen ook tak21-levensverzekeringen of -spaarverzekeringen aan populariteit. Een tak21 is een langetermijnbelegging die in een verzekeringsjasje zit en wordt aangeboden door verzekeringsmaatschappijen. De klant sluit een levensverzekering af met zichzelf als verzekerde en als begunstigde bij leven, en duidt een derde als begunstigde aan voor het geval dat hij zou overlijden in de looptijd van het contract. Hij bepaalt zelf hoeveel en wanneer hij wil sparen. Bovendien geniet hij kapitaalgarantie. De meeste spaarders storten regelmatig geld bij op de rekening, bijvoorbeeld elke maand 50 euro. Ze krijgen op elke storting een gewaarborgde rente gedurende een termijn die in het contract wordt bepaald -- doorgaans niet meer dan acht jaar. Die rentevoet is niet gegarandeerd voor latere stortingen. De gewaarborgde rentevoet op latere premies kan dus hoger of lager zijn. Dat is een belangrijk verschil met de spaarrekening bij de bank. Als de rente op een spaarboekje daalt, heeft dat gevolgen voor het volledige spaartegoed dat op de rekening staat. De gewaarborgde rentevoet van de levensverzekering kan worden verhoogd met een winstdeelneming. Die is niet gewaarborgd en hangt af van de beleggingsresultaten die de verzekeringsmaatschappij behaalt. Elk jaar beslist de verzekeraar hoeveel extra intresten hij aan zijn tak21-contracten toekent. In slechte beursjaren wordt weinig of niets uitgekeerd. Eind 2012, nadat de aandelenmarkten goed hadden gepresteerd, hebben de meeste verzekeraars bijvoorbeeld een hoge bonus toegekend (zie tabel De beste tien tak21-verzekeringen). Het totale rendement van een tak21 bestaat dus uit de gewaarborgde rentevoet op de premies, plus de eventuele winstdeelneming. De gewaarborgde rentevoet kan 0 procent bedragen. De opbrengst van die 0 procentcontracten bestaat alleen uit een niet-gewaarborgde winstdeelneming. Bij die producten garandeert de verzekeraar enkel dat het kapitaal behouden blijft en mikken de spaarders volledig op de winstdeelneming. Een tak21 is niet alleen een spaar-, maar ook een verzekeringsproduct. Dat houdt in dat het kapitaal aan de verzekerde wordt uitgekeerd als hij op de einddatum van het contract in leven is. Mocht hij overlijden voor die datum, dan wordt het spaartegoed -- de reserve -- uitbetaald aan de begunstigde (zie kader De spaarreserve na een overlijden). De verzekerde kan afwijken van die regeling door te opteren voor een vast overlijdenskapitaal, voor een hogere uitkering dan 100 procent van de reserve of voor een percentage van de stortingen. Door te kiezen voor een hogere overlijdensdekking dan de reserve kan hij bijvoorbeeld de successierechten voor de begunstigde bij overlijden compenseren. Voor een begunstigde die niet behoort tot de wettelijke erfgenamen, kunnen de successierechten hoog oplopen. Aan een tak21 waarvoor hij regelmatige premiebetalingen stort, kan de verzekerde naast de overlijdensdekking ook andere waarborgen koppelen, zoals een ongevallenverzekering die een extra kapitaal uitkeert als de verzekerde het slachtoffer van een ongeval wordt, of een invaliditeitsverzekering die voorziet in een uitkering als de verzekerde arbeidsongeschikt wordt. Voor de invaliditeitsverzekering zijn verscheidene waarborgen mogelijk, zoals een vrijstelling van premiebetaling als de verzekerde ziek wordt, de mogelijkheid om bij ziekte een gratis voorschot op het eindkapitaal op te nemen, of een gewaarborgd inkomen dat het inkomensverlies opvangt als de verzekerde afhankelijk wordt van de wettelijke ziekte-uitkering. De aanvullende waarborgen worden betaald met een bijkomende premie boven op de spaarpremie. Houders van een gewone spaarrekening kunnen geen overlijdensverzekering en geen aanvullende waarborgen afsluiten. Ook fiscaal bekeken zijn er belangrijke verschillen tussen een spaarrekening en een spaarverzekering. De eerste 1880 euro aan intresten op een gereglementeerd spaarboekje zijn belastingvrij (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2013). Op de intresten boven dat bedrag is de houder van de rekening 15 procent roerende voorheffing verschuldigd. Op de intrest van de reserve die op een tak21-verzekering staat, is geen roerende voorheffing verschuldigd als het geld langer dan acht jaar op de rekening staat of als de verzekerde heeft gekozen voor een overlijdensdekking van minstens 130 procent van de gestorte premies. In dat laatste geval moeten de verzekeringsnemer, de verzekerde en de begunstigde bij leven één en dezelfde persoon zijn. Een spaarder die kiest voor een tak21, mikt dus veeleer op de lange termijn. Als hij het kapitaal bijvoorbeeld al na vijf jaar opvraagt, moet hij sinds 1 januari dit jaar een roerende voorheffing van 25 procent afdragen. Die belasting wordt bovendien berekend op de gestorte premies gekapitaliseerd tegen een fictieve rentevoet van 4,75 procent. Dat is dus heel wat meer dan de rentevoeten die de jongste jaren werden uitgekeerd. Belangrijk om te weten is dat de termijn van acht jaar begint te lopen op het moment dat het tak21-contract wordt afgesloten. Het kan dus een goede strategie zijn dat een spaarder nu al een tak21-verzekering opent, terwijl hij bijvoorbeeld pas over vijf jaar een belangrijk bedrag op de rekening wil storten. Die bijstorting kan hij dan al na drie jaar belastingvrij opvragen. Het geld van een spaarrekening is op elk moment beschikbaar. Ook de houders van een tak21 kunnen hun reserve opvragen voordat de termijn van acht jaar voorbij is. Maar daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo moet de verzekerde, afhankelijk van de formule, een minimaal bedrag opvragen of een minimale reserve op de rekening laten staan. Er worden ook uitstapkosten aangerekend. De spaarrekening is dus flexibeler dan de spaarverzekering. Zowel spaarrekeningen als tak21-levensverzekeringen vallen onder de overheidsgarantie op gespaard kapitaal tot maximaal 100.000 euro per klant per bank en per verzekeraar. Een nadeel van een tak21 zijn de kosten die eraan verbonden zijn, zoals de instapkosten die de verzekeringsmaatschappij aanrekent, de commissie voor de tussenpersoon, de beheerskosten op de reserve en de administratiekosten. Een overzicht van die kosten staat op de financiële infofiches die de verzekeringsmaatschappij ter beschikking van haar klanten moet stellen. Daarnaast is een belasting van 2 procent verschuldigd op de premies, behalve als ze worden gestort voor het pensioensparen. De verzekeraar moet die heffing doorstorten aan de schatkist. Die kosten wegen uiteraard op het rendement van de spaarverzekering. Bij een spaarrekening zijn de kosten lager of zelfs nihil. Bart Chiau en Johan Steenackers