Als het aan Didier Reynders (MR) had gelegen, was er nog geen voorontwerp van fiscale-amnestiemaatregel publiek gemaakt. De minister van Financiën wou liever wachten tot de Raad van State zijn advies had bekendgemaakt. Tot drie uur voor de persconferentie over de ministerraad vorige vrijdag zag het er nog naar uit dat de voormalige voorzitter van de NMBS zijn gelijk zou halen.
...

Als het aan Didier Reynders (MR) had gelegen, was er nog geen voorontwerp van fiscale-amnestiemaatregel publiek gemaakt. De minister van Financiën wou liever wachten tot de Raad van State zijn advies had bekendgemaakt. Tot drie uur voor de persconferentie over de ministerraad vorige vrijdag zag het er nog naar uit dat de voormalige voorzitter van de NMBS zijn gelijk zou halen. Maar Guy Verhofstadt (VLD) stak daar een stokje voor. De eigengereide premier wou geen tweemaal gezichtsverlies leiden. Hij had de goegemeente al op 19 september een tekst beloofd. Maar toen kwam het dreigement van de Luxemburgse banken om België wegens discriminatie voor het Europees Hof van Justitie te dagen, waarna het voorstel voor de zoveelste maal dringend moest worden aangepast. Al wekenlang woedde in de media een hevige discussie over de plannen van de paarse regering om zwart geld uit het buitenland te repatriëren. In plaats van hun huiswerk grondig te maken, lanceerden de kopstukken van de verschillende partijen losse flodders in de media. Zij polsten de reacties van de publieke opinie. Al naargelang de wind waaide, veranderden hun standpunten. Uiteindelijk vond de meerderheid - tegen alle verwachtingen in - een politiek compromis. Maar hoe dat eruit zag, wist niemand. Talloze vragen rezen, maar niemand kreeg een tekst te zien. Dat zijn allemaal kenmerken van mediacratie in plaats van democratie. Op termijn kan dit voluntaristische beleid een land zuur opbreken. Stel je eens voor dat de Luxemburgse banken hadden gezwegen - wat ze normaliter hadden moeten doen. Dan had het Hof van Justitie met één pennentrek alle inspanningen van de regering van tafel geveegd wegens de schending van het vrije kapitaalverkeer. Uiteindelijk gaf de regering vorige vrijdag een voorontwerp vrij. Dankzij de tomeloze inzet van de interkabinettenwerkgroep, die de afgelopen weken dag en nacht werkte aan een concrete formulering, ziet het wetsvoorstel er op het eerste gezicht vrij goed uit. Valkuilen, zoals discriminatie en successierechten, zijn handig ontweken. Ook misbruik wordt beperkt door het gebruik van het zogenaamde announcement-effect. Alleen bedragen die vóór 1 juni 2003 (de dag dat de overheid haar plannen bekendmaakte) op een buitenlandse rekening stonden, komen in aanmerking. Wel spijtig dat de regering er geen wettelijke verplichting van maakt, zoals Ierland in 1993. Dan was de opbrengst vele malen hoger geweest. Nu moeten de juridische specialisten nog hun oordeel vellen. Dus ook hier weer zet Verhofstadt de wereld op zijn kop. Normaliter geeft de regering op voorhand de opdracht aan specialisten om een nieuw initiatief uit te werken. Op basis van die tekst geven dan de democratische belangengroepen hun specifieke opmerkingen, zodat uiteindelijk een politiek compromis uit de bus komt dat naar het parlement - de wetgevende macht - kan gaan. Nu bestaat het gevaar dat de juristen zo veel opmerkingen formuleren, dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Zo krijgen de tegenstanders hét perfecte alibi om de fiscale amnestiemaatregel te kelderen. En dan is de schatkist - lees: de gemiddelde belastingbetaler - opnieuw de klos. Want zonder eenmalige bevrijdende aangifte blijft het zwart geld zeker in het buitenland zitten. Ten slotte hebben we er allemaal belang bij om de maatschappelijke tegenstellingen eventjes opzij te zetten. Want de overheid kan maar één keer haar berouwvolle belastingontduikers vergeven, vooraleer de georganiseerde misdaad hard en snel aan te pakken. Politiek gekrakeel mag deze unieke kans niet verprutsen. Eric Pompen