Is de versoepeling van de wetgeving op overnames door het management (management buy-out MBO) bevorderlijk voor het Belgische bedrijfsleven ? Volgens Jean-Philippe Bonte en Floris Vansina van de Vlaamse zakenbank Investco ( Trends 9 mei jl.) wel. Althans, zij pleiten voor de versoepeling van artikel 52ter van de wetgeving op de vennootschappen, dat stelt dat een naamloze vennootschap geen leningen of andere middelen ter beschikk...

Is de versoepeling van de wetgeving op overnames door het management (management buy-out MBO) bevorderlijk voor het Belgische bedrijfsleven ? Volgens Jean-Philippe Bonte en Floris Vansina van de Vlaamse zakenbank Investco ( Trends 9 mei jl.) wel. Althans, zij pleiten voor de versoepeling van artikel 52ter van de wetgeving op de vennootschappen, dat stelt dat een naamloze vennootschap geen leningen of andere middelen ter beschikking mag stellen van derden voor het kopen van aandelen in diezelfde vennootschap. Deze beperking maakt overnames door onder meer het management moeilijk financierbaar. Zonder deze beperking zou het management kunnen beslissen om een lening aan zichzelf te verstrekken. Maar waarom zouden managers meer mogelijkheden dan anderen moeten hebben om eigenaar te worden ? De enige reden die zij noemen, is de verankering van Belgische ondernemingen. Verankering heeft echter geen enkel economisch of sociaal nut. De nationaliteit van het kapitaal is van weinig of geen betekenis voor klanten of werknemers. De vraag is dus of er enige reden is om het management toe te laten bij zijn eigen onderneming te lenen voor de verwerving van aandelen in die onderneming. Geld dat een vennootschap uitleent aan het management zou veeleer moeten dienen om investeringen te doen of om de schulden aan te zuiveren. Juist door aan zichzelf geld te lenen, ontwaardt het management de aandelen die het vervolgens probeert op te kopen. Van belangenvermenging gesproken. Men vergeet te gemakkelijk voor wie het management werkt : voor de aandeelhouders.MBO's zijn in eerste instantie altijd verdacht. Door hun bedrijf op te kopen, willen de kaderleden misschien hun eigen fouten uit het verleden toedekken. Hoe dan ook, als het financiekapitaal geen heil ziet in de onderneming zoals die op een bepaald ogenblik gerund wordt, dan is het tijd voor herstructurering, sanering of zelfs liquidatie. Zelfs liquidatie is beter dan de verdere verspilling van productiemiddelen die in andere industriële combinaties meer waard zijn. Indien het management niet bereid is om de noodzakelijke maatregelen te nemen, dan is het in het algemeen belang dat er een overnamebod komt van extern kapitaal dat het management wil ontslaan (een zogenaamd vijandig overnamebod). Natuurlijk proberen de kaderleden hun jobs te behouden. Maar men mag hen niet het cadeau doen dat ze als management kunnen beslissen dat de onderneming hen een lening verstrekt waarmee ze die onderneming vervolgens opkopen.Dr. Martin De Vlieghere (NFWO),Gent.