Brussel en Wallonië lachten in hun vuistje om de Vlaamse ijver de elektriciteitsmarkt helemaal open te gooien. 1 juli is dag nul in Vlaanderen. Brussel en Wallonië wachten liever tot 2005 en 2007. Brusselaars en Walen genieten intussen van de prijsverlaging die de regering en het controlecomité hen schenkt, terwijl Vlaanderen bij de federale overheid een maximumprijs diende te vragen om de stroomprijs onder controle te houden. De maximumprijs is een schuldbekentenis dat de vrije elektriciteitsmarkt nog niet werkt, want de oude structuren slagen er blijkbaar beter in de prijzen te drukken dan de vrije markt.
...

Brussel en Wallonië lachten in hun vuistje om de Vlaamse ijver de elektriciteitsmarkt helemaal open te gooien. 1 juli is dag nul in Vlaanderen. Brussel en Wallonië wachten liever tot 2005 en 2007. Brusselaars en Walen genieten intussen van de prijsverlaging die de regering en het controlecomité hen schenkt, terwijl Vlaanderen bij de federale overheid een maximumprijs diende te vragen om de stroomprijs onder controle te houden. De maximumprijs is een schuldbekentenis dat de vrije elektriciteitsmarkt nog niet werkt, want de oude structuren slagen er blijkbaar beter in de prijzen te drukken dan de vrije markt. Een maximumprijs is een sloophamer voor het marktmechanisme dat met veel zweet is opgebouwd. Als de marge van leveranciers gekneld raakt tussen kostenstructuur en de maximale eindprijs, dan dreigt de concurrentie te worden afgedamd en weggejaagd. Met als gevolg dat maximumprijzen op termijn zorgen voor nog hogere prijzen. Neen, laat dan liever de prijs desnoods stijgen en als reactie zal het aanbod ruimer worden. Vervolgens zal de prijs duurzaam dalen. Dat is het spel van vraag en aanbod dat in elk basishandboek economie uitgelegd staat. Maar op de elektriciteitsmarkt heeft Electrabel het hoofdstuk over het stijgende aanbod uitgescheurd. Op Belgisch grondgebied is de productiecapaciteit voor ongeveer 90 % in handen van Electrabel. Die dominantie legt de markt lam, omdat de invoer van stroom uit het buitenland beperkt is. De goedkope Franse stroom kan de grens niet of nauwelijks over, terwijl Nederlandse stroom duurder is en daarom geen prijsbreker kan zijn. Gevolg: wie hier vandaag op grote schaal stroom wil verkopen, moet die eerst bij Electrabel aankopen. Maar als Electrabel op die manier de marges van de andere spelers kan controleren, is er van een gelijk speelveld geen sprake. Daar wordt aan gewerkt. De regering maakte afgelopen zaterdag, 5 april, ongeveer 1200 MW invoercapaciteit uit Frankrijk vrij door de historische contracten tussen Electrabel en Electricité de France te verscheuren. Daarnaast zal er capaciteit van Electrabel geveild worden, waarbij een cijfer van 3000 tot 4000 MW circuleert - Electrabel had zelf voorgesteld 250 tot 500 MW te veilen, wat een lachertje is, dat enkel diende om de eigen overcapaciteit te valoriseren. Tel daar SPE bij en de productiemarkt is voor ongeveer een kwart open. Dat is een minimum dat de vrije markt mogelijk maakt. Dankzij die maatregelen is de maximumprijs verdedigbaar, ook en vooral omdat de levensduur van de noodmaatregel zes maanden bedraagt. De serieuze leveranciers kunnen daarmee leven, want zij kijken verder dan zes maanden. Ze begrijpen dat tijdelijke maximumprijzen de kosten in elk deel van de waardeketting onder druk kunnen zetten. Ze viseren daarbij vooral de distributietarieven, die vandaag nog veel te hoog zijn en op zijn minst moeten halveren om de toets met de buitenlandse tarieven te doorstaan. Wensen de aandeelhouders van de distributienetbeheerders (Electrabel en de gemeenten) de tijdelijk vastgelegde marge op te souperen, dat zullen ze het falen van de markt op hun geweten hebben. Maar Electrabel is toch voor een vrije markt? Tijd om de daad bij het woord te voegen. Daan Killemaes