Het wemelt van groen in de betonnen jungle. Honderden parkjes zorgen voor verademing in de stad die nooit slaapt. Aan de open ruimtes in die dichtbevolkte metropool hangt echter een bijzonder prijskaartje. Groene plekken zijn immers niet zozeer het gevolg van de hoge belastingen die wij als inwoners van de stad betalen, maar eerder van talloze schenkingen van buurtbewoners die checks schrijven of hun handen uit de mouwen steken.
...

Het wemelt van groen in de betonnen jungle. Honderden parkjes zorgen voor verademing in de stad die nooit slaapt. Aan de open ruimtes in die dichtbevolkte metropool hangt echter een bijzonder prijskaartje. Groene plekken zijn immers niet zozeer het gevolg van de hoge belastingen die wij als inwoners van de stad betalen, maar eerder van talloze schenkingen van buurtbewoners die checks schrijven of hun handen uit de mouwen steken. Het verbaast misschien dat toeristen slechts zo'n kwart van de 40 miljoen jaarlijkse bezoeken aan Central Park voor hun rekening nemen. De long van de stad is voor veel New Yorkers dé plek waar ze sporten, spelen, luisteren, picknicken, vieren (van huwelijksaanzoeken tot feestjes allerhande) en rouwen (getuige de talloze opschriften op bankjes - te koop voor 10.000 dollar). Wij hadden het geluk dat we tijdens de pandemie - uiteraard met mondmasker en met de nodige afstand - vrij mochten bewegen. Geen pasjes of boetes dus. Ik ben de tel kwijt van hoe vaak ik de tour deed van het Jacqueline Kennedy Onassis Reservoir in Central Park. Wandelen bood fysiek en mentaal een houvast in de donkere en eenzame maanden. Dat beroemde park onderhouden kost hopen geld: zo'n 80 miljoen dollar per jaar. Daar draagt de stad slechts een fractie aan bij. De rest wordt ingezameld door een vzw die 300 medewerkers en meer dan 3.000 vrijwilligers aanstuurt. Hetzelfde model geldt voor veel andere parken, zowel grote als kleine. Niet de overheid, maar wel privé-initiatief en burgerzin spijzen de groene kas. Naast gewone stervelingen tasten ook miljardairs diep in hun buidel voor de prestigieuze parken. En daar zit ook een Belgisch tintje aan. De familiestichting van Barry Diller en onze Belgische mode-icoon Diane von Fürstenberg, vorige maand nog benoemd tot commandeur in de Kroonorde, geeft gul. Eerder droegen zij 20 miljoen dollar bij aan de prachtige High Line, een verhoogd park gebouwd op een verlaten goederenspoorlijn. Onlangs schonk dat power couple ook nog eens een fortuin om Little Island te laten bouwen. Maar liefst 260 miljoen dollar betalen ze voor dat spiksplinternieuwe park op de Hudsonrivier, op de plek waar de overlevenden van de Titanic aankwamen. Een extra 120 miljoen moet helpen met onderhoud het komende decennium. Dat soort bijdragen is het privilege van de happy few die zo iets teruggeven aan de samenleving en tegelijk hun naam en faam vereeuwigen. Zich kunnen outen als filantroop heeft een zeker cachet en met elke noemenswaardige schenking klim je een trapje hoger op de sociale ladder. In welke mate zouden wij Belgen bereid zijn een deel van onze spaarcenten en vrije tijd te investeren in de conservering van het Zoniënwoud, de Kalmthoutse Heide of het Meerdaalbos? Daar denk ik nog even verder over na tijdens mijn volgende wandeling rond het Reservoir.