Je hebt doeners die te weinig denken, en je hebt denkers die zich voortdurend buigen over het werk van de doeners. Professor Johan Lambrecht (EHSAL- KUBrussel) behoort tot die laatste categorie en hij heeft geen moeite om het toe te geven. Hij is gebeten en zelfs een beetje bezeten door alles wat ondernemers bezighoudt.
...

Je hebt doeners die te weinig denken, en je hebt denkers die zich voortdurend buigen over het werk van de doeners. Professor Johan Lambrecht (EHSAL- KUBrussel) behoort tot die laatste categorie en hij heeft geen moeite om het toe te geven. Hij is gebeten en zelfs een beetje bezeten door alles wat ondernemers bezighoudt. Zijn denktank, het Studiecentrum voor Ondernemerschap (SVO), viert op 26 oktober zijn vijfde verjaardag met een academische zitting. Johan Lambrecht verdedigt er de thesis dat er in ons land nog veel werk aan de winkel is om tot een echte ondernemerscultuur te komen. De roots van het SVO gaan terug tot het begin van de jaren tachtig toen professor Rik Donckels zijn kmo-studiecentrum oprichtte. Lambrecht formuleert na vijf jaar onderzoek eerder vernietigende conclusies. "Er schort heel wat aan onze ondernemerschapscultuur," zegt Lambrecht. JOHAN LAMBRECHT (SVO). "Alles kan beter. De overheid zwaait voortdurend met een arsenaal van financiële steunmaatregelen voor de oprichting van nieuwe ondernemingen. De vraag is of het beleid daarmee niet al te vaak kwetsbare groepen in het zelfstandig ondernemerschap duwt. De overheid vermindert het risico aan de instroomkant, ze zou er beter aan doen het risico te milderen aan de uitstroomkant. "Om het ondernemerschap te bevorderen, is er een positieve wisselwerking nodig tussen de instroom- en de uitstroomkant. Maar net aan de uitstroomzijde stelt zich een kolossaal probleem. Niet alle ondernemers zijn even succesrijk. De vraag rijst wat er gebeurt met diegenen, die hun zelfstandige activiteit wensen stop te zetten. In Vlaanderen lopen er heel wat 'assepoesters' bij wie het schoentje niet past. Maar deze groep van mensen wordt totaal aan zijn lot overgelaten. Voor ondernemers in moeilijkheden of in armoede is er niets." LAMBRECHT. "Dat is een foute redenering. Wie het ondernemerschap verlaat, maakt plaats voor nieuwe ondernemers aan de instroomzijde. Het is dan ook niet van deze tijd dat de overheid een hele reeks drempels opwerpt, die het nieuwe ondernemerschap afremmen. Ik denk hier in de eerste plaats aan de vestigingswetgeving, die de belangen dient van specifieke doelgroepen. "Aan de andere kant orakelt de overheid voortdurend dat stoppende ondernemers in feite mislukkelingen zijn, quod non. Een land met een gezonde ondernemerscultuur kent een goede combinatie van nieuwe en stoppende ondernemingen. De overheid lijkt dat niet te beseffen. Iemand die stopt, maakt plaats voor nieuw en meestal creatiever aanbod. Maar iemand die stopt, heeft ook recht op een aanvaardbaar sociaal vangnet in de vorm van een vervangingsinkomen. Omdat zo'n vangnet er nauwelijks is, durven ook te weinig mensen de stap zetten naar ondernemerschap en zijn ondernemers die willen stoppen, gedoemd om voort te doen. Met alle gevolgen van dien. LAMBRECHT. "We cultiveren hier te veel een cultuur van angst. Eric Domb, de grote baas van Paradisio en voorzitter van de Union Wallonne des Entreprises (UWE), zei recentelijk dat het grote probleem van de Walen is dat ze verlamd zijn door de angst risico's te nemen. Ze kunnen het zich niet veroorloven te falen. "Dat is niet anders in Vlaanderen of Brussel. In onze angstcultuur wordt risicogedrag automatisch vereenzelvigd met onverantwoordelijk gedrag. Wanneer zal het eens in de geesten doordringen dat ondernemerschap een proces is van vallen en opstaan, van leren uit je fouten?" LAMBRECHT. "Dat is nog een understatement, vrees ik. In 1937 schreef Fernand Collin, toen de Koninklijke Commissaris van de Middenstand, dat de administratieve rompslomp en de fiscale druk het ondernemerschap fnuikten. We zijn bijna zeventig jaar verder en de klacht van Collin blijft grotendeels overeind, ook al zijn er de laatste jaren zeer lovenswaardige inspanningen gedaan om regels af te schaffen. "Diezelfde Collin pleitte destijds ook voor een vestigingswet omdat er te veel zelfstandigen waren. Hij vreesde dus dat niet elke zelfstandige in zijn eigen levensonderhoud zou kunnen voorzien. En wat doen wij? Wij hebben de vestigingswet in 1998 nog verstrengd op een ogenblik dat er al lang geen sprake meer is van een overvloed aan nieuwe starters, eerder het tegendeel. De geest van de wet is dus al lang achterhaald door de feiten op het terrein." LAMBRECHT. "Hoge uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling zijn een misleidende maatstaf. Kwantitatief de input meten, zegt niets over de kwalitatieve waarde van de output. Het is veel relevanter na te gaan hoezeer innovatie geleid heeft naar het behoud van klanten en het winnen van nieuwe klanten. Dat beleidsdiscours over onderzoek en ontwikkeling irriteert trouwens veel ondernemers. Zoals een bedrijfsleider die tapijten produceert eens opmerkte: 'Innovatie? Een tapijt dient om op de grond te leggen, en niet om te vliegen. ' LAMBRECHT. "In dit artikel ( haalt een krantenknipsel uit een grote map) lees ik dat ondernemers baron worden. Ontluisterend vind ik dat. U ziet op de foto Bert Degraeve van Bekaert, Noël Devisch van de Boerenbond, Ajit Shetty van Janssen Pharmaceutica, Patrick De Maeseneire van Barry Callebaut en Guy Quaden, gouverneur van de Nationale Bank. Allemaal mensen die mijn respect verdienen en ook krijgen. Maar het zijn geen ondernemers. Het zijn managers. Managers slapen 's nachts, ondernemers liggen wakker. Managers werken immers niet met hun eigen centen en hebben dus zelf geen persoonlijk risico. En als ze al eigenaar zouden zijn, dan hebben ze die aandelen niet met hun eigen centen gefinancierd maar hebben ze die gekregen. Zoals we al sinds de achttiende eeuw weten, stopt een echte ondernemer zelf geld in zijn zaak. We zenden een verkeerd signaal uit als we topmanagers associëren met ondernemers. "Een ander verkeerd signaal zijn de hoge weddes van topmanagers. Bij Belgacom vangt de topman een salaris van 2,6 miljoen euro, bij Inbev zelfs van 4 miljoen euro. Als we zo'n riante vergoedingen uitkeren aan mensen die geen enkel risico lopen, dan zijn we ver weg van de authentieke ondernemer die zichzelf identificeert met het wel en het wee van zijn bedrijf. Weet je wat jonge potentiële ondernemers, waaraan de maatschappij behoefte heeft, denken? Laat ons ook maar zo snel mogelijk topmanager worden in plaats van te kiezen voor een eigen zaak. Je wordt royaal vergoed om geen risico te nemen en als je het bedrijf verlaat krijg je er nog een exorbitante ontslagvergoeding bovenop. Toch worden topmanagers geëerd als echte ondernemers." LAMBRECHT. "Het gaat niet om groot, maar wel om groots ondernemerschap. Met groots ondernemerschap bedoel ik: het creëren van toegevoegde waarde voor de ondernemer, de medewerkers, de klanten, enzovoort. Ik stel vast dat de notie 'groter is beter' zo in onze cultuur is doorgedrongen dat velen denken dat ondernemers op elke opportuniteit moeten ingaan, om zo een soort nieuw Microsoft te bouwen. Als dan ook nog status en prestige om de hoek komen kijken, riskeert het helemaal fout te lopen. LAMBRECHT. "Ik wil niemand aanvallen. Met het SVO willen we op een onafhankelijke en wetenschappelijke wijze beleidsgericht onderzoek verrichten naar ondernemerschap. Onderzoekers moeten hun nek durven uitsteken op basis van hun onderzoek. Of men die zaken nu graag hoort of niet, interesseert me niet. Mijn werk goed en voorbeeldig doen, boeit me des te meer. En wie weet, worden het ondernemerschap en de ware ondernemers er op een mooie dag toch nog beter van? Karel Cambien