Van Belgische BTW kan alleen maar sprake zijn ten aanzien van handelingen die in België plaatsvinden. Bijgevolg moet men zich inzake BTW altijd weer de vraag stellen waar de handeling plaatsvindt.
...

Van Belgische BTW kan alleen maar sprake zijn ten aanzien van handelingen die in België plaatsvinden. Bijgevolg moet men zich inzake BTW altijd weer de vraag stellen waar de handeling plaatsvindt. Wat dienstprestaties betreft, kan deze vraag niet eenvoudig worden beantwoord. De Europese regelgever heeft voor diensten immers uiteenlopende lokalisatiecriteria uitgewerkt. Het hoofdcriterium luidt dat een dienst geacht moet worden plaats te vinden daar waar de dienstverlener gevestigd is. Maar daarnaast bestaan er verschillende afwijkende lokalisatiecriteria. Eén daarvan luidt dat bepaalde diensten onder bepaalde voorwaarden niet gelokaliseerd worden daar waar de dienstverlener gevestigd is, maar wel daar waar de afnemer van de dienst (de opdrachtgever) gevestigd is.Dit afwijkende lokalisatiecriterium is onder meer van toepassing ten aanzien van intellectueel werk dat verricht wordt door adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverleners. Maar de lokalisatie van deze dienst bij de afnemer geldt slechts op voorwaarde dat de afnemer buiten de Europese Unie gevestigd is; of nog, wanneer hij binnen de Europese Unie gevestigd is, in een ander land dan de dienstverlener, en de afname van de dienst past binnen de uitoefening van zijn economische activiteit. Enkele voorbeelden ter verduidelijking. Stel dat een in België gevestigd consultancybureau advies verstrekt aan een onderneming in de Verenigde Staten. Op deze dienst zal dan geen Belgische BTW verschuldigd zijn. Het gaat immers om een intellectueel werk, en de afnemer van de dienst is buiten de Europese Unie gevestigd. De dienst wordt bijgevolg geacht plaats te vinden daar waar de afnemer gevestigd is (de VS).Stel dat hetzelfde consultancybureau een advies schrijft in opdracht van een in Frankrijk gevestigde onderneming. Opnieuw geldt dan dat geen Belgische BTW verschuldigd is. De afnemer is nu weliswaar binnen de Europese Unie gevestigd (Frankrijk). Maar tegelijk is aan de andere voorwaarden voldaan die specifiek van toepassing zijn zodra de afnemer binnen de Europese Unie gevestigd is: de afnemer is gevestigd in een ander land dan de dienstverlener, en men mag ervan uitgaan dat de afnemer _ aangezien het hier gaat om een onderneming _ de opdracht gegeven heeft binnen de uitoefening van zijn economische activiteit. Alle voorwaarden zijn met andere woorden vervuld om de dienst te lokaliseren daar waar de afnemer gevestigd is (in dit geval Frankrijk) en dus kan er van Belgische BTW geen sprake zijn. In het verleden is de Belgische BTW-administratie er altijd van uitgegaan dat zogenaamde managementdiensten die bijvoorbeeld door een moedervennootschap aan haar dochter worden verstrekt, ook onder de noemer intellectueel werk vallen. Dit had tot gevolg dat een Belgische vennootschap die dergelijke diensten voor buitenlandse vennootschappen uitoefent, nooit Belgische BTW in rekening moest brengen. De dienst werd immers _ conform het Belgische standpunt _ altijd geacht plaats te vinden in het land waar de afnemer gevestigd is. Buiten België dus. Maar onder invloed van de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie heeft de Belgische BTW-administratie een tijdje geleden haar standpunt herzien. Voortaan luidt het dat de zogenaamde managementdiensten niet langer aangemerkt kunnen worden als diensten die in de categorie intellectueel werk vallen. Althans niet, wanneer de rechtspersoon die de diensten verstrekt het beheer en de leiding heeft over de onderneming die de diensten afneemt; en hij dat beheer en die leiding uitoefent in zijn hoedanigheid van zaakvoerder of statutair beheerder; of nog, krachtens een overeenkomst waarmee hij zijn beleidslijnen kan opleggen aan de onderneming die de diensten afneemt. In al deze gevallen mogen de verrichte managementdiensten volgens de administratie niet langer worden aangemerkt als intellectueel werk, en geldt het afwijkende lokalisatiecriterium (de plaats van de dienst is daar waar de afnemer gevestigd is) dus niet langer. De dienst moet nu gelokaliseerd worden overeenkomstig het algemene criterium (namelijk: daar waar de dienstverrichter gevestigd is). Een Belgische vennootschap die in de beschreven omstandigheden managementdiensten verricht ten aanzien van andere vennootschappen van de groep, moet voortaan dus wél Belgische BTW aanrekenen. De aldus gepresteerde diensten worden immers altijd in België gelokaliseerd.In de praktijk is er wat beroering geweest over het tijdstip waarop dit nieuwe standpunt van toepassing zou worden. In een aantal gevallen zou de administratie de bestaande toestand immers ook voor het verleden hebben willen regulariseren.Maar de minister van Financiën heeft inmiddels bevestigd dat van de betrokken vennootschappen slechts geëist kan worden dat zij het nieuwe standpunt toepassen zodra zij daarvan op de hoogte zijn gesteld. Voor vennootschappen die van de administratie geen individueel bericht ter zake hebben ontvangen, is dit allemaal niet evident. Maar of men vandaag nog kan volhouden niet op de hoogte te zijn, is evenmin evident. De administratieve beslissing is onlangs immers én in het bulletin Vragen en Antwoorden van de Kamer, én in de BTW-Revue (het huisblad van de BTW-administratie) gepubliceerd. Jan Van DyckDe auteur is advocaat bij Dauginet & co. en hoofdredacteur van Fiscoloog.De beslissing is inmiddels op minstens twee plaatsen gepubliceerd.