Manager zijn houdt in dat je zo vaak mogelijk de talenten in je team aanwendt en deze kracht bijzet door sleutelwerkwoorden of beeldende zinnen.
...

Manager zijn houdt in dat je zo vaak mogelijk de talenten in je team aanwendt en deze kracht bijzet door sleutelwerkwoorden of beeldende zinnen.De activist. Dat is de man van de projecten. Een snelle beslisser. Meer een doener dan een prater. Veeleer een einzelgänger. Impulsief. Geeft leiding als een generaal. In zijn kantoor prijken een aantal tennis- en judotrofeeën. Actie is zijn favoriete communicatiekanaal: hij haat bezig zijn met gedachten. Zijn positieve dynamiek bestaat uit zin voor actie en strijdlust. Zijn negatieve dynamiek: waaghalzerij en activisme.De spiegel. Introverte rustige persoon. In zijn bureau is kunst te vinden. De spiegel hanteert een gevoelsmanagement, waarin relaties centraal staan. Vriendschap vormt een sleutelwaarde. Zijn vergaderingen zijn gezellig. Hij luistert aandachtig. Zijn communicatielogica verloopt via nadenken. Zijn positieve dynamiek: hij kan goed luisteren en is gevoelig. Zijn negatieve dynamiek: het ontbreekt hem aan zekerheid, hij heeft geen eigen mening en baseert zich op relationeel vlak teveel op de verleidingskunst. Hij heeft moeite met beslissingen nemen. De intendant. Levensgenieter die zijn team nooit zal meeslepen in een avontuur. Hij geeft inspraak en is gezellig. Zijn communicatielogica verloopt in eerste instantie via nietsdoen. Hij heeft er behoefte aan om zijn eigen welzijn te verzekeren. Hij zal zijn team helpen om realistisch en concreet te zijn. Positieve dynamiek: zin voor duidelijkheid, staat met beide benen op de grond staat. Negatieve dynamiek: hij kan zijn gevoelens moeilijk uiten, is passief en heeft angst voor nieuwe dingen. Hij wijst raadgevingen van anderen af. Op die manier bouwt hij tegenover zijn medewerkers en superieuren rancuneuze en woedegevoelens op waaraan hij onverwacht en vrij heftig uiting geeft. De ondervrager. Hanteert een permanent crisismanagement. Personen, structuren en beslissingen worden voortdurend in vraag gesteld. Vindt het heerlijk om zich te verzetten tegen het laatste geopperde idee. Het gebeurt regelmatig dat hij zichzelf tot zinken brengt als hij de crisisknop te hard indrukt. Positieve dynamiek: het in vraag stellen van verworvenheden. Een specialist in verandering en crisissituaties. Negatieve dynamiek: constante twijfel en het invoeren van de crisis als normale toestand. Handelt in de schaduw en onverwacht, verandert op het laatste moment van mening. Ph. Cruellas, Coaching, un nouveau style de management, E.S.F. Editions.