HET WOORD 'MANAGEMENT' is verwant met het Franse ménage, via de gemeenschappelijke stap 'manus' (hand) en ook met het woord 'manège' (mennen). In de economie doceerde oud-premier Gaston Eyskens (vader van Marc) geen economie, maar staathuishoudkunde.
...

HET WOORD 'MANAGEMENT' is verwant met het Franse ménage, via de gemeenschappelijke stap 'manus' (hand) en ook met het woord 'manège' (mennen). In de economie doceerde oud-premier Gaston Eyskens (vader van Marc) geen economie, maar staathuishoudkunde. Het deed me dan ook uitermate plezier te lezen dat Canadese onderzoekers ons managementbrein onderzochten via een typisch huishoudelijke taak: het klaarmaken van een ontbijt. The breakfast task bestaat uit een reeks opeenvolgende taken, waarbij de participant op een computer moet zorgen voor een ontbijt voor vier personen. Hij moet eieren koken, worst bakken, koffie zetten, toast klaar hebben en pannenkoeken opwarmen. Uiteraard moet al dat eten in één keer worden opgediend. En hij moet de tafel dekken voor vier personen. De opdracht ruikt verdacht veel naar multitasking, waarvan we weten dat ons brein er zelden in uitblinkt, ook het vrouwelijke. De taak veronderstelt heel wat planning, de essentie van management. Gouverner, c'est prévoir, zei Charles de Gaulle, al hij voegde eraan toe dat dit niet zo eenvoudig was in een land met veertig soorten kaas. ZELFS DE MEEST EENVOUDIGE huishoudelijke taak veronderstelt dat je een heldere doelstelling formuleert (deze avond een warme maaltijd klaar hebben tegen half zeven) en dat je die zeer goed in je 'achterhoofd' kan houden, een typische eigenschap van managementwerk. Je moet een aantal acties in de juiste volgorde stellen (eerst schillen, dan pas koken), je moet informatie over de verschillende stappen in je werkgeheugen stoppen, en je moet haast permanent kleine deeltaken coördineren, monitoren en opvolgen (oei, de aardappelen dreigen over te koken.) Een sterk managementbrein kan snel omschakelen van aandacht voor doelstelling 1 naar doelstelling 2, en weet hoe die gecombineerd moeten worden. Een zwak managementbrein verliest snel een belangrijke factor uit het oog. Al lang is geweten dat een deel van onze neocortex ('de grijze hersenstof') daarin gespecialiseerd is, en daarom ook 'executief brein' heet, in de volksmond CEO-brein. Een manager moet ook mensen aanvoelen, energie uitstralen, overleg plegen, enzovoort. Maar bij de ontbijttaak moet je alleen maar plannen en je acties opvolgen. Je bent een manager in een psychologisch laboratorium. WAT WEEGT HET ZWAARSTE? Dat is geen zuiver academische vraag. We weten dat het rationele brein vrij goed bestand is tegen aftakeling, maar het executief gedeelte zeer kwetsbaar is. Wie ongezond oud wordt, wie hersenziek wordt, verliest vooral de mogelijkheden van het executief brein. Dat is een van de redenen waarom je beter geen stokoude mensen aan het hoofd van een bedrijf plaatst. Hun eventuele wijsheid wordt snel weggeveegd door hun onvermogen vooruit te kijken, een volgende stap in te plannen. Onderzoekers weten dat zulke complexe planningstaken drie zaken veronderstellen: een goed geheugen, maar ook een sterk prospectief geheugen - de vaardigheid dat je niet mag vergeten wat je later nog moet doen (het vuur afzetten, een mail beantwoorden) - en uiteraard een sterk managementbrein. DE ONDERZOEKERS STELDEN vast dat de deelnemers vooral op twee dimensies verschilden: de stevigheid van hun planning en de stevigheid van hun opvolging. Laat dat nu net de twee dimensies zijn die beschreven werden in de eeuwige bestseller The one-minute manager. De onderzoekers correleerden bij een tweede groep oudere deelnemers hun score op allerlei vragenlijsten die de 'executieve functie' meten, met de prestaties op de ontbijttaak. Hun voorspelling klopte. Mensen die goed zijn in belangrijke dingen in het achterhoofd te houden en een goede planning op te stellen, presteerden veel beter op de ontbijttaak. Selectiebureaus op zoek naar managers kunnen zich voortaan veel moeite besparen: laat de sollicitanten gewoon het ontbijt klaarmaken.