De geest van Magritte is blijven doorwerken bij kunstenaars van daaropvolgende generaties. Bewijs daarvan in de Brusselse Botanique.
...

De geest van Magritte is blijven doorwerken bij kunstenaars van daaropvolgende generaties. Bewijs daarvan in de Brusselse Botanique."Ceci n'est pas une exposition Magritte", zo verwittigt Michel Baudson, de organisator van dit spel van pistes doorheen werken die voor het merendeel toebehoren aan het patrimonium van de Franstalige gemeenschap. Magritte wordt hier opgevoerd als spirituele vader van een ingesteldheid die " irrévérence" (oneerbiedigheid) heet, al doet dat begrip hem misschien niet volledig recht. René Magritte ontbrak het niet aan humor maar het ging hem daarbij om meer dan oneerbiedigheid ; het was subversie, van een kunstenaar die zich scherp afzette tegen de maatschappij burgerlijk of picturaal van zijn tijd. Rondom hem, E.L.T. Mesens, uitmuntend collagist, Marcel Mariën, rasechte oproerkraaier in het vak en vooraanstaand non-conformist : zij hebben aan de zijde gestaan van kunstenaars die van schilderen hun beroep hadden gemaakt, zoals Victor Servranckx of P.L. Flouquet. Ze zouden nadien het pad kruisen van Christian Dotremont en Marcel Broodthaers. Deze laatste van hem loopt momenteel een mooie retrospectieve in Parijs veranderde in de jaren '60 wel van strategie ten opzichte van Magritte : hij wou immers de artistieke, museale en commerciële instelling binnendringen om die vervolgens van binnenuit en niet meer van buiten overhoop te gooien want dat hield het risico op een verzwakking, ja zelfs op een "inkapseling" in. De creatie heeft sindsdien wat aan radicalisme moeten inboeten, maar heeft er doortrapte humor bij gekregen. Getuigen daarvan, tijdens de expositie, Jacques Charlier, Jacques Lizène (met z'n kunst die zich op "waarden" als nietigheid, mediocriteit beroemt), weldra opgevolgd door een nieuwe generatie : Philippe de Gobert, Vincent Strebell, Marc Octave, Johan Muyle, Patrick Corillon... en nog enkele anderen. Ergens tussen poëzie en ironie grijpen ze zowel naar het woord als naar het beeld, en trouw aan de tijdgeest schakelen ze probleemloos over van de video naar het levende beeldhouwwerk, van de vervalste fotografie naar de reconstructie van het atelier, naar de creatie van fictieve kunstenaars (bij Charlier en Corillon). In die zin leidt deze expositie tot toenadering en ontdekking. ALAIN DELAUNOIS "Magritte en compagnie du bon usage de l'irrévérence", in het Centre Culturel Le Botanique, Brussel, tot 3 augustus, van 11 tot 18 uur.René Magritte, Campagne III, 1927 Marcel Mariën, Ubucycle, 1965 Marc Octave, Pinxit, 1991