De definitieve biografieën van grote historische figuren worden over het algemeen pas jaren na hun dood gepubliceerd. Niet bij de in april overleden Britse ex-premier Margaret Thatcher. Bij leven gaf ze aan een aantal personen al de toestemming om haar definitieve biografie te schrijven. Het werk mocht wel pas na haar dood verschijnen. Een van die biografieën is Not For Turning van haar voormalige speechschrijver Robin Harris. De titel verwijst naar de standvastigheid van Thatcher, die nooit afstand heeft genomen van haar liberaal-economische credo.
...

De definitieve biografieën van grote historische figuren worden over het algemeen pas jaren na hun dood gepubliceerd. Niet bij de in april overleden Britse ex-premier Margaret Thatcher. Bij leven gaf ze aan een aantal personen al de toestemming om haar definitieve biografie te schrijven. Het werk mocht wel pas na haar dood verschijnen. Een van die biografieën is Not For Turning van haar voormalige speechschrijver Robin Harris. De titel verwijst naar de standvastigheid van Thatcher, die nooit afstand heeft genomen van haar liberaal-economische credo. Van een geautoriseerde biografie zou je verwachten dat die weinig kritisch is, of op zijn minst een aantal feiten verzwijgt. Dat geldt zeker niet voor Not For Turning. Zo wordt voor het eerst het verhaal verteld van de trage psychische aftakeling van de ouder wordende IJzeren Dame na haar vertrek uit Downing Street 10. In het boek staan geen grote onthullingen. De schijnwerpers worden wel gericht op een aantal minder bekende aspecten van de belangrijkste Britse politica van na de Tweede Wereldoorlog. Thatcher was in de jaren zestig en zeventig met haar programma van privatiseringen en economisch liberalisme een buitenbeentje in de Conservatieve Partij. In politiek Groot-Brittannië -- dat nog altijd aan het bijkomen was van zijn verlies van het koloniale imperium -- was toen een modus vivendi ontstaan tussen het zeer linkse en etatistische Labour en de ouderwetse Tory-elite. Veel Conservatieven vonden het vanzelfsprekend dat de belangrijkste industrieën in overheidshanden waren. Het waren tenslotte nationale kroonjuwelen. Ingaan op de royale eisen van de vakbonden was voor de Tory's geen probleem, zolang de oude elite zich onledig kon houden met vossenjacht. Een echte standenmaatschappij. In 1964 moest Alec Douglas-Home nog als earl ontslag nemen uit het Hogerhuis en zich laten verkiezen in de Commons om zo snel-snel premier te kunnen worden. Thatchers voorstellen om een economie en samenleving te bouwen op merites en individuele vrijheid waren voor de oude elite revolutionair. Haar pleidooi om inflatie te bestrijden via het monetaire beleid en niet door prijscontroles werd aanvankelijk op hoongelach onthaald. Dat Thatcher de macht kon grijpen bij de Tory's had te maken met het feit dat men haar voorganger aan de top van de partij, Edward Heath, meer dan beu was. Ze werd premier dankzij The Winter of Discontent van 1978-'79 toen er amper drie dagen in de week werd gewerkt, huisvuil op straat lag te rotten en doden niet werden begraven. Thatcher vormde Groot-Brittannië grondig om, zorgde voor een middenklasse van eigenaars, liberaliseerde de economie en de gescleroseerde City en brak de almacht van de vakbonden. Af en toe had ze geluk. Volgens Harris was de overwinning tijdens de Falklandoorlog kantje boord. Veel aandacht gaat naar de interne putsch binnen de Tory's om Thatcher in 1990 van de macht te verdrijven. De oorzaak was een meningsverschil met een aantal kopstukken over de Britse houding tegenover de Europese Unie en de eenheidsmunt. De standpunten die de IJzeren Dame innam over een mogelijke euro zijn in 2013 zeer interessante lectuur. Thatcher wees tot in haar laatste speech in het Lagerhuis op de fundamentele constructiefouten van een Europese eenheidsmunt. Robin Harris, Not for Turning. The Life of Margaret Thatcher, Bantam Press, 2013, 495 blz., 25 euro.ALAIN MOUTON