Het Toekomstcontract voor Werkgelegenheid is momenteel een mager beestje, dat dringend nood heeft aan bijvoeding. Dat is de stelling van Wim Van der Beken, adjunct directeur van de Studiedienst van het Vlaams Economisch Verbond. Volgens deze studax is het bereikte akkoord "geen contract, maar een intentieverklaring". Immers : "Men kan er alle kanten mee op. In feite erkennen de sociale partners het regeerakkoord van de regering-Dehaene als een onderhandelingsdocument."
...

Het Toekomstcontract voor Werkgelegenheid is momenteel een mager beestje, dat dringend nood heeft aan bijvoeding. Dat is de stelling van Wim Van der Beken, adjunct directeur van de Studiedienst van het Vlaams Economisch Verbond. Volgens deze studax is het bereikte akkoord "geen contract, maar een intentieverklaring". Immers : "Men kan er alle kanten mee op. In feite erkennen de sociale partners het regeerakkoord van de regering-Dehaene als een onderhandelingsdocument." TRENDS. De doelstelling van het Toekomstcontract is nochtans niet min : de halvering van het aantal werklozen tegen de eeuwwisseling. Is dat realistisch ? WIM VAN DER BEKEN (VEV). Niet echt. Het element van onzekerheid overweegt in deze gespleten tekst. De ambities inzake werkgelegenheid worden inhoudelijk niet ondersteund. De loonkostennorm wil vermijden dat onze loonkosten sneller toenemen dan die van onze belangrijkste handelspartners : Nederland, Frankrijk en Duitsland. Maar er is geen automatische loonblokkering. Voor elke aanpassing zijn er opnieuw onderhandelingen nodig. De norm vertrekt trouwens van een status-quo : men houdt rekening met de loonkosten van vandaag. Maar als we de berekeningen maken van 1988 tot 1995, dan zien we dat de baremieke verhogingen en de indexkoppeling in België in die periode niet fundamenteel verschillen van de totale loonkostenstijging in de drie buurlanden. Met andere woorden : er verandert niets, als deze trend zich doorzet ?Inderdaad. Het is de voortzetting van een bestaande achterstand. De handicap van 10 %, die in 1988-'95 werd gecreëerd, wordt niet afgebouwd. Door de kostenbesparende productiviteitsverhogingen gingen in die periode 100.000 jobs verloren. Om dit effect in de toekomst te beperken, is de verlaging van de parafiscale last een noodzaak.Het Toekomstcontract streeft nochtans naar een verlaging van de patronale bijdragen tot op het niveau van Duitsland, Frankrijk en Nederland binnen een termijn van maximum zes jaar. Dat is toch een hoopvol teken ?Misschien, maar het hangt niet logisch samen met de rest van het contract. Het is niet mogelijk de parafiscale last op termijn te verlagen en in dezelfde periode tegen een snel tempo de werkloosheid te halveren. Het effect van een lastenvermindering wordt immers niet onmiddellijk omgezet in meer jobs. Het Toekomstcontract maakt eindelijk werk van de winstdeling. Dat moet u als muziek in de oren klinken.Het deuntje klinkt nogal vals. Het principe wordt erkend, maar de vlag dekt de lading niet. De winstdeelname zit niet in de berekening van de loonnorm. Wat logisch is. Maar tòch zal de RSZ deze winstdeelname parafiscaal belasten als loon. Dit is niet erg consequent.De vakbonden haalden hun slag thuis met de bepaling dat tegen eind 1998 de werktijd voor alle werknemers concreet gaat het om een kwart miljoen mensen, die nog 40 uur per week werken verlaagt tot 39 uur.Ik stel vast dat de partners zich wat dit betreft wel houden aan een strikte timing. De rode draad rond arbeidsduurherverdeling en -vermindering is de idee dat dit de tewerkstelling verhoogt. Maar de cijfers spreken dit tegen. Paradoxaal genoeg neemt de werkgelegenheid toe, naargelang de arbeidsduur vermeerdert. Gemiddeld werkt de Belg per jaar 1727 uur. Terwijl hier 37 % van de bevolking werkt. Het Europese gemiddelde bedraagt 1772 uur en 40 % werkgelegenheid. In de VS werkt 47 % van de bevolking en dit 1945 uur per jaar. Japan is de top of the bill : 2017 uur per jaar werken en 52 % werkgelegenheid. Conclusie : arbeidsduurvermindering is geen wondermiddel om jobs te scheppen. Hoe verklaart u de eerder magere inhoud van het Toekomscontract ?De federale regering zit vast. En de vakbonden hebben niet begrepen voor welke uitdagingen we staan. We staan voor een nieuwe economische golf. De informatisering en de globalisering van de economie brengen een structuurbreuk teweeg. Als we niet in staat zijn ons aan te passen aan de toenemende concurrentie, voorspel ik ernstige problemen.Het VBO gaf zijn fiat aan dit akkoord. Zou de Vlaamse patroonsorganisatie VEV dat ook gedaan hebben ?VBO en VEV hebben inzake deze problematiek gelijkaardige standpunten. Ik stel vast dat die onder druk van de vakbonden niet worden omgezet in teksten. Terwijl wij er op Vlaams niveau ondertussen wèl in geslaagd zijn een programma uit te werken. Het Toekomstcontract is erg vaag en moet snel concreet worden uitgewerkt. Slechts dan zullen we weten of dit contract een stap vooruit betekent.U wijst op de verschillen van het Belgische en het Vlaamse overleg. Ondertussen spreekt FGTB meer radicale taal dan het Vlaamse ABVV.Dat klopt. De wil om te veranderen is groter in Vlaanderen dan in Wallonië. Op federaal niveau wordt een te kleine stap gezet. We zien op Vlaams niveau dat onze argumenten gevolgd worden. Zo is er bij de regering, de bonden en de patroonsorganisaties een consensus over de fiscale incentives gespijsd met 1,5 miljard Vlaams overheidsgeld voor tewerkstellingsinitiatieven.Prominente Waalse socialisten zeggen : njet. Brengt een verschillende fiscale aanpak de Belgische unie in gevaar ?Elk gewest kan, binnen een federaal kader, zijn prioriteiten leggen. Het VEV gaat ervan uit dat we de winners moeten ondersteunen in de plaats van ondernemingen in moeilijkheden te subsidiëren. Het argument van de unie gaat niet op. België en Duitsland zitten de facto in een EMU en hebben toch ook een verschillend fiscaal stelsel. Wallonië vreest misschien dat de Vlaamse patroon minder belastingen zal moeten betalen dan de Waalse. Maar als men dit voorstel niet steunt, wordt het communautaire discussie. En dat kunnen we in tijden van crisis best vermijden.HANS BROCKMANS